Het geslacht Van de Burgt , Seekles, van den Ende en Jans(s)en
Jan Pietersz van den Ende
Jan Pietersz van den Ende, ged. te 's-Gravenzande [zh] op 5 sep 1728 (getuige: Maartje van den Enden), begr. te 's-Gravenzande [zh] op 2 mrt 1808.

tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 22 jaar oud) te 's-Gravenzande [zh] op 27 feb 1752
met

Jannetje Meurs, dr. van Thomas Cornelisz Meurs en Gerritje Barten van Mechelen, ged. te 's-Gravenzande [zh] op 27 nov 1729 (getuige: Willemijntje van Mechelen), begr. te 's-Gravenzande [zh] op 12 apr 1782.

Uit dit huwelijk 7 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter*1753 's-Gravenzande [zh]    
Thomas*1755 Delft [zh]    
Arij~1757 Delft [zh] †1834 Naaldwijk [zh] 7613 
Dirk*1759 's-Gravenzande [zh] †1779  19
Gerrit*1761 's-Gravenzande [zh] †1835 Naaldwijk [zh] 74
Cornelis~1764 's-Gravenzande [zh] †1765 's-Gravenzande [zh] 0
Pieter*1769 's-Gravenzande [zh] †1847 's-Gravenzande [zh] 78


Jannetje Meurs
Jannetje Meurs, ged. te 's-Gravenzande [zh] op 27 nov 1729 (getuige: Willemijntje van Mechelen), begr. te 's-Gravenzande [zh] op 12 apr 1782.

tr. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 23 jaar oud) te 's-Gravenzande [zh] op 27 feb 1752
met

Jan Pietersz van den Ende, zn. van Pieter Cornelisz van den Ende en Magteld Fransse van den Bos, ged. te 's-Gravenzande [zh] op 5 sep 1728 (getuige: Maartje van den Enden), begr. te 's-Gravenzande [zh] op 2 mrt 1808.

Uit dit huwelijk 7 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter*1753 's-Gravenzande [zh]    
Thomas*1755 Delft [zh]    
Arij~1757 Delft [zh] †1834 Naaldwijk [zh] 7613 
Dirk*1759 's-Gravenzande [zh] †1779  19
Gerrit*1761 's-Gravenzande [zh] †1835 Naaldwijk [zh] 74
Cornelis~1764 's-Gravenzande [zh] †1765 's-Gravenzande [zh] 0
Pieter*1769 's-Gravenzande [zh] †1847 's-Gravenzande [zh] 78


Pieter Cornelisz van den Ende
Pieter Cornelisz van den Ende, geb. te 's-Gravenzande [zh] op 23 okt 1701, ovl. (74 jaar oud) te 's-Gravenzande [zh] op 14 mei 1776.

tr. (resp. 20 en 31 jaar oud) te 's-Gravenzande [zh] op 9 mei 1722
met

Magteld Fransse van den Bos, geb. te 's-Gravenzande [zh] op 12 nov 1690, ovl. (84 jaar oud) te 's-Gravenzande [zh] op 12 jun 1775.
zij is op 12-05-1748 getuige bij de doop van Jannetje van den Enden.

Uit dit huwelijk 6 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frans~1722 's-Gravenzande [zh] 1787 's-Gravenzande [zh] 64
Martijntje~1725 's-Gravenzande [zh] 1788 Naaldwijk [zh] 62
Dirk~1727 's-Gravenzande [zh] †1779 's-Gravenzande [zh] 52
Jan~1728 's-Gravenzande [zh] 1808 's-Gravenzande [zh] 79
Gerrit~1730 's-Gravenzande [zh] 1766 's-Gravenzande [zh] 36
Elsje~1731 's-Gravenzande [zh] 1802 's-Gravenzande [zh] 70


Magteld Fransse van den Bos
Magteld Fransse van den Bos, geb. te 's-Gravenzande [zh] op 12 nov 1690, ovl. (84 jaar oud) te 's-Gravenzande [zh] op 12 jun 1775.

tr. (resp. 31 en 20 jaar oud) te 's-Gravenzande [zh] op 9 mei 1722
met

Pieter Cornelisz van den Ende, zn. van Cornelis Joosten van der Ende en Martijntje Cornelis van der Kooij, geb. te 's-Gravenzande [zh] op 23 okt 1701, ovl. (74 jaar oud) te 's-Gravenzande [zh] op 14 mei 1776.
zij is op 12-05-1748 getuige bij de doop van Jannetje van den Enden.

Uit dit huwelijk 6 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frans~1722 's-Gravenzande [zh] 1787 's-Gravenzande [zh] 64
Martijntje~1725 's-Gravenzande [zh] 1788 Naaldwijk [zh] 62
Dirk~1727 's-Gravenzande [zh] †1779 's-Gravenzande [zh] 52
Jan~1728 's-Gravenzande [zh] 1808 's-Gravenzande [zh] 79
Gerrit~1730 's-Gravenzande [zh] 1766 's-Gravenzande [zh] 36
Elsje~1731 's-Gravenzande [zh] 1802 's-Gravenzande [zh] 70


Thomas Cornelisz Meurs
Thomas Cornelisz Meurs, geb. te Tricht [ge] op 28 jan 1701, begr. te 's-Gravenzande [zh] op 18 aug 1784.

otr. te 's-Gravenzande [zh] op 14 apr 1724, tr. (resp. 23 en 22 jaar oud) te 's-Gravenzande [zh] op 30 apr 1724
met

Gerritje Barten van Mechelen, geb. te Naaldwijk [zh] op 4 mei 1701, ovl. (77 jaar oud) te 's-Gravenzande [zh] op 11 feb 1779, begr. te 's-Gravenzande [zh] op 12 feb 1779.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jannetje~1729 's-Gravenzande [zh] 1782 's-Gravenzande [zh] 52
Cornelia~1727 's-Gravenzande [zh] †1772 's-Gravenzande [zh] 44


Gerritje Barten van Mechelen
Gerritje Barten van Mechelen, geb. te Naaldwijk [zh] op 4 mei 1701, ovl. (77 jaar oud) te 's-Gravenzande [zh] op 11 feb 1779, begr. te 's-Gravenzande [zh] op 12 feb 1779.

otr. te 's-Gravenzande [zh] op 14 apr 1724, tr. (resp. 22 en 23 jaar oud) te 's-Gravenzande [zh] op 30 apr 1724
met

Thomas Cornelisz Meurs, geb. te Tricht [ge] op 28 jan 1701, begr. te 's-Gravenzande [zh] op 18 aug 1784.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jannetje~1729 's-Gravenzande [zh] 1782 's-Gravenzande [zh] 52
Cornelia~1727 's-Gravenzande [zh] †1772 's-Gravenzande [zh] 44


Cornelis Joosten van der Ende
Cornelis Joosten van der Ende, geb. te Maasland [zh] op 26 feb 1670, ovl. (minstens 67 jaar oud) te De Lier [zh] na 1738.

tr. (resp. 24 en 23 jaar oud) (1) te 's-Gravenzande [zh] op 31 okt 1694
met

Martijntje Cornelis van der Kooij, dr. van Cornelis Abrahamsz van der Kooij en Elsgen Cornelisdr Suythoorn, geb. te Maasland [zh] op 22 mrt 1671, ovl. (hoogstens 39 jaar oud) voor 1711.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter*1701 's-Gravenzande [zh] †1776 's-Gravenzande [zh] 74

tr. (resp. 41 en ongeveer 29 jaar oud) (2) te 's-Gravenzande [zh] op 13 sep 1711
met

Arentje Ewouts van Lochum, geb. te Zandambacht circa 1682, begr. te De Lier [zh] op 1 mrt 1760


Martijntje Cornelis van der Kooij
Martijntje Cornelis van der Kooij, geb. te Maasland [zh] op 22 mrt 1671, ovl. (hoogstens 39 jaar oud) voor 1711.

tr. (resp. 23 en 24 jaar oud) te 's-Gravenzande [zh] op 31 okt 1694
met

Cornelis Joosten van der Ende, zn. van Joost Cornelisz van den Ende en Maartje Pieters Breghman, geb. te Maasland [zh] op 26 feb 1670, ovl. (minstens 67 jaar oud) te De Lier [zh] na 1738, tr. (2) met Arentje Ewouts van Lochum. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter*1701 's-Gravenzande [zh] †1776 's-Gravenzande [zh] 74


Arentje Ewouts van Lochum
Arentje Ewouts van Lochum, geb. te Zandambacht circa 1682, begr. te De Lier [zh] op 1 mrt 1760.

tr. (resp. ongeveer 29 en 41 jaar oud) te 's-Gravenzande [zh] op 13 sep 1711
met

Cornelis Joosten van der Ende, zn. van Joost Cornelisz van den Ende en Maartje Pieters Breghman, geb. te Maasland [zh] op 26 feb 1670, ovl. (minstens 67 jaar oud) te De Lier [zh] na 1738, tr. (1) met Martijntje Cornelis van der Kooij, dr. van Cornelis Abrahamsz van der Kooij en Elsgen Cornelisdr Suythoorn. Uit dit huwelijk een zoon


Joost Cornelisz van den Ende
Joost Cornelisz van den Ende, geb. te Pijnacker [zh] circa 1645, ovl. (ongeveer 34 jaar oud) te Maasland [zh] hij is begraven in "van T Graf Te Openen Voor Joost De Molenaar circa 1679.

tr. (beiden ongeveer 21 jaar oud) te Schipluiden [zh] op 5 mei 1666
met

Maartje Pieters Breghman, dr. van Pieter Pz Breghman en Trijntje Oosterlee, geb. te Zouteveen [zh] circa 1645, ovl. (minstens 58 jaar oud) na 1703 in Dan Doopgetuige, tr. (2) met Cornelis Jz van der Vaart.
Het huwelijk is ook geregistreerd te Schipluiden, O.T. 5-meij 1666,Joost Comelisz. Mooleman.
4. Joost Cornelisz VAN DEN ENDE (Cornelis2) was born about 1650 inZierikzee, Zeeland, Netherlands. Joost died 1679 in Maasland, SouthHolland, Netherlands. He married Maertge PIETERS BERGHMAN about 1670 inZuid Holland, Netherlands. She was born about 1650 in Zuid Holland,Netherlands.
They had 3 children:.
+ 7. M i. Cornelis JOOSTEN VAN DEN ENDE, christened 26Feb1670.
+ 8. F ii. Aeghje JOOSTEN VAN DEN ENDE, christened 30Dec1673, died Mar 1749.
9. M iii. Pieter JOOSTEN VAN DEN ENDE, born 6May 1677 inMaasland, Zuid Holland, Netherlands.
BIJDRAGE TOT DE KENNIS VAN HET GESLACHT VAN DE(N-R) ENDE, door D. VANBAALEN.
De naam van der Ende (van den Ende, van den Eyfnden) kwam in dezeventiende eeuw reeds veel voor in Holland en daarbuiten, bij personenbehorend tot uiteenlopende maatschappelijke kringen. Zo vindt men b.v. inde trouwboeken van s-Gravenhage als bruidegom anno 1642 Jan van derEnde, jongeman van Brugge, anno 1651 Jacob Joppen van der Ende, mr.chirurgijn te Rijnsburg en als bruid anno 1646 Connelia van den Ende,jongedochter van Middelburg. De notariële archieven van s-Gravenhagebevatten de naam van Jonkheer Jacob van den Eynden, heer van Haemstedeanno 1612 en in die van 1662 komen voor de Jonkers Willem en Jacob vanden Eynden.
Haamstede ziet op Zeeland; ook op het eiland Flakkee werd toen de naamvan den Eynden aangetroffen, evenals in [het oostelijk deel van deBommelerwaard. In Delfland vindt men dan de naam van den Eynden in derechterlijke archieven van Nootdorp. De betreffende personen heten in deregisters van de gereformeerde (Ned. Hervormde) kerk en later ook in derechterlijke archieven van den Ende.
Ariaenfgen Foppen van den Ende, gedoopt te Nootdorp 7 augustus 1605 alsdochter van Vop Goris, overleed daar als weduwe van Corneliz.
van Baersenburgh, in leven secretaris van Nootdorp, vóór 12 september1678. Haar man, de secretaris, schreef de naam: van den Eynden. Veelalwerd,de familienaam echter weggelaten en werd volstaan met het noemenvan de vadersnaam, op deze wijze: Cornelis Huygensz. Het gebruik van eenpatronymicum bemoeilijkt het onderzoek niet weinig. Symon Huygensz. vanden Eynden (ook Simon Hugensz. van den Ende) was kleermaker en schepen(gezworene) in den banne van Nootdorp. Verder was hij geïnteresseerd bijde vervening. Evenzo zijn broeder Cornelis Huygensz, gedoopt Nootdorp 10april 1594 als zoon van Huygh Goris (#mogelijk een broer van Vop Goris,bovengenoemd) en Maertgen Cornelis. Anno 1657 had deze Cornelis Hugensz.van den Ende zich te verantwoorden wegens het niet betalen van een partijturf door hem te Delft geleverd en van een zekere Diere lansz. inHogeveen onder Nootdorp gekocht.
De hierna volgende genealogie vangt aan met Joosf Cornelisz. van de(n-r)Ende, die als Joost de Molenaar (bedoeld is watermolenaar).
anno 1679 te Maasland in de kerk aldaar werd begraven. Zijn oudste zoonCornelis werd te Maasland gedoopt 26 februari 1670.
Diens doopakte is zeer eenvoudig, als volgt: (1670) Cornelis, v, loostCorn. den 26 febr.
Dat wij hier met generatie II van de bewezen genealogie te maken hebbenvolgt uit de akte van uitkoop gepasseerd voor schout en gerechte vanMaasland op 16 oktober 1680 door de moeder Maerfje Pieters Berghman,weduwe van Joost Cornelisz. van den Ende. Haar zoon Cornelis is dan,outtiendalff wordende voor meij 1681 elff jaren (zie bijlage 1). Blijkensde akte van voogdijstelling, gepasseerd voor schout, schepenen enweesmannen van Maaslaad op 10 aspril 1680 (zie bijlage 2) waren zijnbroers Dirck,en IJsbrant Cornelisz. van den Ende. Hun zuster wasPleuntje Cornelis van den Ende. Dit volgt uit het testament, dat Pleuntjemet haar eerste man Cornelis Maartensz. van t Wout lmaakte voorschepenen van Maasland op 27 augustus 1681 en waarin Dirck Cornelisz. vanden Ende haar comparants broeder genoemd wordt. Na het overlijden vanCornelis Maartensz. van t Wout hertrouwde Pleuntje op 26 april 1682 metAry Jacobsz. Coppert. Zij woonden toen beiden in de Duifpolder onderMaasland. Waar IJsbrant gevestigd was is niet te voorschijn gekomen. Hijwas gehuwd met Beeltje Jacob.s. Dit blijkt uit het doopboek van,deHervormde gemeente van Berkel uit een inschrijving van 13 april 1681. Opgenoemde datum werd zijn neef Abraham gedoopt, zoon van zijn broer Dirck,en waren hij Dirck Córnelisse van der Efnde was als jongeman wonende tot Berkelal,daar op 20 maart 1672 in het huwelijk getreden met Marritie (Maritje.Maria, Maartje) Claese Tas, jongedochter van Bergschenhoek. De .doop vanDirck noch,die van IJsbrant, Joost of Pleuntje is in de kerkboeken vanBerkel te vinden, zodat aangenomen kan worden, dat Dirck zich voor zijn,huwelijk, komende van elders, daar gevestigd heeft. Deze vestiging kanechter reeds op zeer jeugdige leeftijd hebben plaats gehad. In de plaatsvan zijn inwoning was Dirck een vooraanstaand ingezetene. Hij woonde inhet Noordeinde en hield zich met,de vervening bezig. Hij werd schepenen achteman van Berkel,en Rodenrijs. Anno 1692 stond hij op denominat,ie als welgeboren man van Delfland. Hij, of beter zijn zoon Jan,had enige betrekkingen met Nootdorp. In 1707 trouwde deze met eengeborene van Hogeveen onder Nootdorp en in 1714 hertrouwde Jan teNootdorp met Pleuntje Dingemans Schenk. Al bewijzen deze betrekkingen metNoot,dorp niets, toch blijven, zij,de aandacht op eisen, wellicht,tenonrechte. Te Nootdorp werd op 24 juni 1649 een lesbrandt gedoopt als zoonvan Connelis Hugen, die mogelijk identiek is aan Cornelis Huygensz.hiervoor genoemd, den Ende,met namen vermeld staan. Dit valt te betreuren omdat wij hierin de mist blijven en slechts kunnen constateren, dat een,dochter vanCornelis Hugensz van den Ende, Elisabeth, voor schepenen van Berkeltrouwde op 9 oktober 1667 met Jan Leendertsz. Droge. Dat de bruid eenzuster van Dirck zou zijn geweest Mijkt nergens uit. Wel kan men uit dezehuwelijkssluiting voor schepenen afleiden, dat één der, of beide,partijen niet tot de gereformeerde kerk (behoorde. Gemengde huwelijkenmet bewilliging der ouders zijn dan in dit gebied vrij regelmatigvoorvallende gebeurtenissen en bewijzen, dat de reformatie hier niet diepheeft aangeslagen. De Vlaamse naamsvormen en het gebruik van het Vlaamsepond als rekeneenheid bij de ruil wijzen wel op een herkomst uit hetZuiden, doch deze behoeft niet samen te vallen lmet de val van Antwerpen( 1585) en de daaraan direct voorafgaande gebeurtenissen, Dat DirckConnelisz. van der Ende als welgeboren man op de nominatie werd gebracht- in de jaren 1744 en 1745 deed als welgeboren man dienst Abraham van derEnde onder Berkel en in 1790, 1791, 1793 en 1794 Dingenaar van der Endeonder Maasland - houdt in, dat hij met zijn familie als schildboortigbekend stond. Dit betekent, dat er een wapen moet zijn geweest, dat zijnvoorgeslacht als bewijs van adel voerde. Immers,de mening, dat edelbloed en welgeboren synoniemen zijn, kan ik onderschrijven. Daarbij waseens een familiemerk - later wapen - het teken waarmede men zijn afkomstaantoonde*). Was men welgeboren, dan bleef men dat, ongeacht zijnlevensstijl. Dit is een opvatting, die ik gaarne wil verdedigen. Nu magmen bij Dirck, bij alle aanzien, die hij als schepen genoot, zeker geenriddermatige levenswijze, in de zin van landgoedbewoner, veronderstellen.Hij was vervener, evenals het grootste deel van de (bevolking in deveendorpen. Het is niet mogelijk bij deze mensen een scherp onderscheidte maken tussen zelfstandige ondernemers en lieden, die uitsluitend alsarbeider om loon werkte. Het is geen zeldzaamheid, dat een veender nueens opduikt als verkoper van een belangrijke hoeveelheid turf en danweer als gerechtigde op een nog niet betaalde loonsom. De materielewelvaart van de zelfstandige onderneemer in het veenbedrijf wordt vrijweleensluidend als zeer pover beschreven, Het slagturven was slechtsternauwernood voldoende om in het onderhoud te voorzien. Vrouwen- enkinderarbeid, ook van zeer kleine kinderen, was geen zeldzaamheid. Tochblijft het echter moeilijk in concrete de armoede van de dorpelingen teschetsen, zegt een hierna te noemen deskundige,W.IJ woon,en (is tniet vreemt?) plat in het water schier.
En "niemant set de mont aen,enckel water hier" aldus een zeventieneeuwsverzenmaker in een lied waarin,hij de welvaart van land en luiden roemt.De voornaamste plaatsen in Delfland, waar,de bevolking zich metturfsteken een onderhoud verschafte, waren Nootdorp, Nieuweveen,Hogeveen, Tedingerbroek, Berkel en Pijnacker. Nootdorp, Nieuweveen enHogeveen waren als kolonies in het veen opgekomen. Daar en in de anderegenoemde plaatsen en in Zoetermeer onder Rijnland trof men van de(,n-r)Endes aan, die met het verrichten van zware arbeid in het veen aan dekost kwamen, of er echter onder hen en door hen veel familiewapens werdenten toon gespreid valt te betwijfelen. Dit zal men hebben overgelatenvoor hen, die onder gunstiger omstandighedlen leefden, dan wel zichambtshalve van een zegel bedienden.
1 ) Zie Prof. Mr. 1. Ph. de H on e verkozen.Hoofdlijnen uit deontwikkeling der rechterlijke org,anisatie in de Noordelijke Nederlanden,1946, p. 38 en verder Jhr. Mr. D. G. pengers Hora Siccama (1914) en Jhr.Dr. Th. van Rheineck Leyssius (1938) Ned. Leeuw: MiddeleeuwscheGeslachtsnamen k. 434-439.
Van laatstbedoelde categorie zijn de wapens veelal bewaard gebleven.Inhet Armorial Général van Rietstap vindt men dan ook zowel op de naam vanden Ende als op van den Eynde(n) enige wapens vermeld. Op vain den Eyndegeeft Rietstap voor Holland, Vlaanderen en Brussel drie verschillendewapens. Gezien hun samengesteld karakter, daarbij rekening houdend (met,de eenvoudige staat van de meeste veenders onder wie ik de naasteverwanten van Joosf Connelisz. van de(n-r) Ende, de stamvader van .dehier verder nog te behandelen van der Endes, meen te moeten zoeken, wilik aan deze wapens echter, als hier niet ter zake dienend, zonder meervoorbij gaan. Anders wordt het met een wapen van den Ende (Holland):,Dargent à trois trêfles de sinople. Cimier: un chien arreté au naturel".
en één van den Ende (Breda): Les armes de van den Eynden, à Delft. Vanden Eynden (Delft):,Dazur à troris canettes Idargent, becgué degueules. Cimier: une canette de lécu.Wanneer,de zaak nu naderonderzocht wordt, dan blijkt het eerst beschreven wapen:.
,in zilver drie groene klaverbladen, helmteken een staande hond vannatuurlijke kleur gevoerd te zijn door een aanzienlijke Amsterdamsefamilie,in (blauw drie zilveren eenden met rode snavel, helmteken een dito eendv.a. gevoerd door Mr. Jacob van den Eynden, van 1534-1536 raad van Delft,maar ook door een familie Eindius van Haamstede. In aanmerking nemendehet feit, dat, naar boven is gebleken, van de.
(n-r) Ende identiek kan zijn aan vain den Eynden, heeft men dus tweewapens, waarvan dat met de Klaverbladen nu verder even met rust gelatenwordt en het andere eerst aan een nadere beschouwing wordt onderworpen.
In de 13e eeuw groeiden verschillende nederzettingen in Holland totsteden uit. Hoewel deze plaatsen aanvankelijk allerminst belangrijkebevolkingscentra waren, en de stedelijke nijverheid en de stedelijkehandel de omtrek nog slechts flauw in,de stedelijke sfeer betrokkenvormden zij toch een belanfgrijk element in .de ontginning van hetplatteland van Delfland en Schieland. Aanvankelijk gebruikten destadsbewoners de turf van DDE geestgronden, de zandturf, spoedig trokkende veengravers echter in het wilde land, waarvan tot nog toe alleen deperiferie bekend was. Van de #hoger gelegen kleistroken en geestgronden,drong men de wildernis binnen. De wijze waarop .de ontginning plaatsvond kunnen wij ons voorstellen als die van kolonisten van een woest enmoeilijk toegankelijk gebied. Een gebied begroeid over groteuitgestrektheden met ruigte, gras en riet, en kreupelhout, bossen vanelzen en waterwilgen, een waterrijk landschap met tal van pjassen enmeren. De wildernissen, die aan de graaf behoorden, werden door hem aanondernemers verkocht. De meest gebruikelijke vorm schijnt geweest tezijn{de afstand van een stuk van het,moer aan adellijke ondernemers, dietevens het gericht en de tienden verwierven. Onder de poorters waren hetvooral de brouwers, die sterk bij de vervening geïnteresseerd waren. HetDelftse brouwerijbedrijf is,daarvan een duidelijk voorbeeld. Deovervloed van turf leverde goedkope brandstof. Aan de belangrijkstevestigingsvoorwaarde voor (de Hollandse brouwerij-industrie was hiermedevoldaan.Het is niet onwaarschijnlijk, dat Mr. Jacob van den Eynden met dereedsgenoemde Jonkheer Jacob van den Eynden, heer van Haemstede van éénzelfde stam was. Dat de adel zich in de steden vestigde, was een bekendverschijnsel. De maatschappelijke positie van Mr. Jacob verzet zich niettegen deze veronderstelling en de overeenkomst van zijn wapen met dat vanEindius van Haamstede is frappant.
De gedachte, dat de hierboven aangedulide hard ploeterende veenders totdezelfde familie clan, zouden wapen net lde klaverbladen werd gepasseerd. Immers het klaverblad duidtop eigengeërf,den en is typisch voor een niet-feodaal gebied alsFriesland. Het wapen met de eenden wint aldus aan betekenis. Het iseenvoudig, sprekend en decoratief. Niets kan nakomelingen van JoostCornelisz. van de(n-r) Ende beletten sympathie voor dit symbool te tonen.Passend is, wanneer zij dit willen voeren, dit te doen met veranderingvan helmteken. De wetenschappelijke reserve wordt dan zeker in achtgenomen. Gezien het beroep van de oudst bewezen stamvader - watermolenaar- zou als helmteken zijn te kiezen: een zwart mollenrad tussen eenzilveren vlucht. Bovendien zou men voor,de snavels der eenden goudkunnen nemen. De beschrijving van dit nieuwe wapen wordt dan, hetArmorial Général volgend:.
,Dazur à trois canettes dargent, becqué dor. Cimier: une roue demoulin de sable,entre un vol lantique dargent. Zo wordt eenbelangrijk stuk familiehistorie vastgehouden. Het turfdelven werd reedsbedreven voordat de venen drooggemalen werden,De onaangetaste venenmoesten eerst op een primitieve wijze ontwaterd worden voor ze althansbegaanbaar te maken. De,rouwe.
venen, de venen, die nog in maagdelijke toestand verkeerden, werden metsloten doorsneden en een zgn,afghetapt veen ontstond, waarin metturfgraven kon worden begonnen. Op de duur was de grond zo zeerweggedolven,dat verder graven in het water moest geschieden. Omstreeks1530 kwam baggeren, modderen of wel slagturven,de plaats innemen van hetdelven op de oude wijze. De mens heerste steeds meer over de natuur. Hettechnisch kunnen speelde hierbij een voorname rol. Het lbepolderen van delanden begon in de 15e eeuw een grote omvang aan te nemen. Toen werden deeerste molens voor het wegmalen van {het water gesteld. Vervolgens werdenpolders met molens meer en meer algemeen en op de 16e eeuwse kaarten zietmen overal molens aangegeven.
De samenhang tussen molen en veenbedrijf vindt men geïllustreerd opbijgaande afbeelding. Zij geeft een aardig beeld van het leven en bedrijf van de 17e eeuwse van de(n-r) Endes in Delfland. Bij enigszins meernauwkeurige beschouwing ziet men een eend in het water, dochinteressanter is,de voorstelling van,h.
Notities bij Joost Cz van den Ende.
S1-190 Joost Cornelisz Mooleman J.M. Marijtje Pieters J.D. met att vanDelft.
uit lijst met namen van de gehuwden ten tijde van Isaack Leiendecker(1678-1698).
Verdeeld over de hoofdnummers is hier een genealogie uit GN in de notesopgenomen.
1. Joost Cornelisz. van den Ende, watermolenaar, O:, in of omstreeks1679, begraven in,de kerk te Maasland,van t graf te openen voor Joostde Molenaar IS, trouwde Maerfge Piefers Berghman, leeft nog 7 maart1703, als doopgetuige vermeld; zij hertrouwde (ondertrouw Maasland) 9okt. 1680 Cornelis Jansz. van der Vaart: watermolenaar in deKralingerpolder nabij de,Brederoderhoeve.
Uit dit huwelijk:.
1. Cornelis, volgt 11.
2. Aeghje Joosten van den Ende, ged. Maasland 30 dec. 1673, begr. ald. 18maart 1749, tr. Maasland 16 maart 1698 Leendert Philipsz. Rodenburg, geb.Naaldwijk, watermolenaar, testeerde met zijn vrouw voor nots Jacob vander Werff te Delft op 14 okt. 1724.
3. Piefer Joosten van den Ende, ged. Maasland 9 mei 1677.
Bijlage 1 (ex Weeskamer Maasland no. 1).
ACTE VAN UYTKOOP.
Compareerde voor Hendrick van Waerf, schout, Ghijsbrecht Isbranfsz. Delffende Cornelis Zuijdervliet schepenen ende overvooghden van alleminderjarige weeskinderen,behoorende onder de weeskamer van den Dorpeende Ambachte van Maesland, Maertge Pieters Berghman, weduwe van JoostCornelisz. van der Ende, haer O:e man zal. geadsiteert met PieterDircxsz. Goufappel, haer g e k o o z e n voocht in desen ter eenre, endeCornelis Piefersz. van f Schouw, watermolenaer woonende in deKralingerpolder van Maeslant voor hem selven als oom en voocht van smoederszijde van de naergenoemde weeskinderen, ende nogh vervangende endehem sterchmaeckende voor Dirk Cornelisz. van den Ende, oom van svaderszijde ter andere zijde, ende verklaerde(n) sij comparantenrespective in de voors qualiteijten met malkanderen in der minne endevruntschap verdragen ende geaccordeert te sijn nopende de uijtkoop van dekinderen haer vaderlijcke Erffenisse ende besterffenisse, ende dat inmaenieren, ende op condrtien hier naervolgende, te weten dat de voorn.weduwe, in vrijen eygendom sal hebben ende behouden alle t gene devoorn. haeren man metter doodt heeft ontruympt ende naergelaten niet terwerelt uytgesondert, des dat sij weduwe daer jegens gehouden sal zijn,haer kinderen genaempt Cornelis loosfen van den Ende out tiendalffwordende voor mey 1681 elff jaren, Item Aeghje Joosten van den Ende, outnieuwejaersavont.
1680 seven jaren, ende Piefer loosten van den Ende out geweest sijnde den6e mey 1680 drie jaren, ofte yder daer ontrent, gehouden sal zijn op tevoeden en onderhouden in eten, drincken, cleedenreeden van wolle linneende alle andere behouften, deselve kint off kinderen in sieckte engesontheyt van nooden hebbende, ende dat tot den ouderdom van achtienjaren toe, ondertusschen deselve kndt off kinderen ter schele te doengaen en te late leeren lesen en schrijven met een hantwerck daer toeijder van de selve best bequaem sullen zijn naer haer vermogen endedaerenboven nogh soo wanneer de v(oor)s kinderen komen te trouwen maeranders niet te geven tot haar uytsettingh van kleedingh ende reedinghyder kint een silvere duyckaton, sonder eenige kortinge daeraen te mogendoen, alsmede te betalen alle de lasten ende schulden des boedels daermede de selve belast is, mitsgaders t sallaets op desen gevallen, endein cas een van de voors. kint off kinderen voor den voorn. ouderdom vanachtien jaren quamen te overlijden, soo bel(ooft) sij comparante alsweduwe de voors. kint off kinderen, eerl(ijck) op haeren kosten te sullendoen begraven, ende als dan sal ontslagen sijn van alle t gunt hiervooren is belooft. Ende hiermede (v( er)claerde sij comparanten uytkoopgedaen te hebben, ende uytgekocht te wesen, belovende malkanderen, desenaengaende om geen andere uytkoop te eysschen ofte doen eysschen. Totnaerkominge ende verseeckeringe van alIe t gene voors. staet verbindtsij weduwe haer persoon ende generaI(ycken) alle haere andere goederen.soo roerende als onroerende hebbende, ende verkrijgende egeenuytgesondert, ten bedwangh van allen s Heeren rechten ende rechteren.Alles sonder bedrogh. Aldus gedaen ende verleden voor Schout endeSchepenen voornoemt ende toirkonden geteyckent op den XVIe October XVIctacktigh.
Hendrick van Waert 1680. Gijsbrechf Ysbrants Delff Corñ Zuydervliet.
1680.Bijlage 2 (ex. R. A. Maasland no. 2).
Compareerde ter Reghthuyse van den Dorpe ende Ambaghte van MaeslantMaertge Pieters Berghman: weduwe van loost Cornelisz. van den Ende haerO: Man Zalyger. geadsisteert met Pieter Dircxsz. Goufappel haer gekoorenvooght in desen, te kennen gevende dat Sij met den vooriï. haeren manheeft geprocreert drie kinderen, sijnde onmondigh, dienende volgensTweesrecht deses Ambachts van vooghden versien tewerden, versouchende Sijcomparanten Boelhoudt. Nominerende Dubbelt getal van Vooghden,Namentlijck Ende van.
i Dirck Cornelisz. van I Cornelis Pietersz.den Ende, vant Schouw van sVaderszijde met S moederszijde i ende lfsbrant Cornelisz. Daem Piefersz.van den Ende Berghman Schoudt, ende Gerechte van Maeslandt, alsovervooghden van alle minderjaerige weeskinderen.
behoorende onder de Weeskamer aldaer, gesien hebbende t bovenstaendeversouck, committeeren ende stellen, gelijck wij committeeren endestellen bijdesen tot vooghden over de drie naergelate onmondigheweeskinderen van loost Cornelisz. van den Ende zalyger bij hemgeprocreert aen de voornoemde Maerfge Piefers Berghman, Dirck Cornelist.van den Ende, oom van svaderszijde, ende Cornelis Pietersz. van tSchouw, oom van s moederszijde, omme de voors. kinderen en deszelfsgoederen te regeren ende administreeren, en hen luyden onderwerpendeTweesrecht deses Ambachts. Actum int Collegie, present Mr. Hendrick vanWaert, schoudt, Cornelis Zuyderoliet.
beenderf lansz. v a n Bergen, Pieter Cornelisz. van der Valck, AryCornelisz. van der.
Goude ende Jacob Piefersz. de Jongh, schepenen en weesmannen voorn(oem)t.Actum den Xe April 1680.
Ter ordonnantie van de selve Bij mij als secretaris.Glaude van der ThollBijlage 3 (ex. Biografisch Woordenboek van Van der Aa, Haarlem 1859, D.IV, litt.E, bl. 42). Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1670 Maasland [zh] †1738 De Lier [zh] 67
Aegje~1673 Maasland [zh] 1746 Maasland [zh] 72


Maartje Pieters Breghman
Maartje Pieters Breghman, geb. te Zouteveen [zh] circa 1645, ovl. (minstens 58 jaar oud) na 1703 in Dan Doopgetuige.

tr. (beiden ongeveer 21 jaar oud) (1) te Schipluiden [zh] op 5 mei 1666
met

Joost Cornelisz van den Ende, zn. van Cornelis Hugen van den Ende, geb. te Pijnacker [zh] circa 1645, ovl. (ongeveer 34 jaar oud) te Maasland [zh] hij is begraven in "van T Graf Te Openen Voor Joost De Molenaar circa 1679.
Het huwelijk is ook geregistreerd te Schipluiden, O.T. 5-meij 1666,Joost Comelisz. Mooleman,.
4. Joost Cornelisz VAN DEN ENDE (Cornelis2) was born about 1650 inZierikzee, Zeeland, Netherlands. Joost died 1679 in Maasland, SouthHolland, Netherlands. He married Maertge PIETERS BERGHMAN about 1670 inZuid Holland, Netherlands. She was born about 1650 in Zuid Holland,Netherlands.
They had 3 children:.
+ 7. M i. Cornelis JOOSTEN VAN DEN ENDE, christened 26Feb1670.
+ 8. F ii. Aeghje JOOSTEN VAN DEN ENDE, christened 30Dec1673, died Mar 1749.
9. M iii. Pieter JOOSTEN VAN DEN ENDE, born 6May 1677 inMaasland, Zuid Holland, Netherlands.
BIJDRAGE TOT DE KENNIS VAN HET GESLACHT VAN DE(N-R) ENDE, door D. VANBAALEN.
De naam van der Ende (van den Ende, van den Eyfnden) kwam in dezeventiende eeuw reeds veel voor in Holland en daarbuiten, bij personenbehorend tot uiteenlopende maatschappelijke kringen. Zo vindt men b.v. inde trouwboeken van s-Gravenhage als bruidegom anno 1642 Jan van derEnde, jongeman van Brugge, anno 1651 Jacob Joppen van der Ende, mr.chirurgijn te Rijnsburg en als bruid anno 1646 Connelia van den Ende,jongedochter van Middelburg. De notariële archieven van s-Gravenhagebevatten de naam van Jonkheer Jacob van den Eynden, heer van Haemstedeanno 1612 en in die van 1662 komen voor de Jonkers Willem en Jacob vanden Eynden.
Haamstede ziet op Zeeland; ook op het eiland Flakkee werd toen de naamvan den Eynden aangetroffen, evenals in [het oostelijk deel van deBommelerwaard. In Delfland vindt men dan de naam van den Eynden in derechterlijke archieven van Nootdorp. De betreffende personen heten in deregisters van de gereformeerde (Ned. Hervormde) kerk en later ook in derechterlijke archieven van den Ende.
Ariaenfgen Foppen van den Ende, gedoopt te Nootdorp 7 augustus 1605 alsdochter van Vop Goris, overleed daar als weduwe van Corneliz.
van Baersenburgh, in leven secretaris van Nootdorp, vóór 12 september1678. Haar man, de secretaris, schreef de naam: van den Eynden. Veelalwerd ,de familienaam echter weggelaten en werd volstaan met het noemenvan de vadersnaam, op deze wijze: Cornelis Huygensz. Het gebruik van eenpatronymicum bemoeilijkt het onderzoek niet weinig. Symon Huygensz. vanden Eynden (ook Simon Hugensz. van den Ende) was kleermaker en schepen(gezworene) in den banne van Nootdorp. Verder was hij geïnteresseerd bijde vervening. Evenzo zijn broeder Cornelis Huygensz, gedoopt Nootdorp 10april 1594 als zoon van Huygh Goris (#mogelijk een broer van Vop Goris,bovengenoemd) en Maertgen Cornelis. Anno 1657 had deze Cornelis Hugensz.van den Ende zich te verantwoorden wegens het niet betalen van een partijturf door hem te Delft geleverd en van een zekere Diere lansz. inHogeveen onder Nootdorp gekocht.
De hierna volgende genealogie vangt aan met Joosf Cornelisz. van de(n-r)Ende, die als Joost de Molenaar (bedoeld is watermolenaar).
anno 1679 te Maasland in de kerk aldaar werd begraven. Zijn oudste zoonCornelis werd te Maasland gedoopt 26 februari 1670.
Diens doopakte is zeer eenvoudig, als volgt: (1670) Cornelis, v, loostCorn. den 26 febr.
Dat wij hier met generatie II van de bewezen genealogie te maken hebbenvolgt uit de akte van uitkoop gepasseerd voor schout en gerechte vanMaasland op 16 oktober 1680 door de moeder Maerfje Pieters Berghman,weduwe van Joost Cornelisz. van den Ende. Haar zoon Cornelis is dan ,,outtiendalff wordende voor meij 1681 elff jaren (zie bijlage 1). Blijkensde akte van voogdijstelling, gepasseerd voor schout, schepenen enweesmannen van Maaslaad op 10 aspril 1680 (zie bijlage 2) waren zijnbroers Dirck ,en IJsbrant Cornelisz. van den Ende. Hun zuster wasPleuntje Cornelis van den Ende. Dit volgt uit het testament, dat Pleuntjemet haar eerste man Cornelis Maartensz. van t Wout lmaakte voorschepenen van Maasland op 27 augustus 1681 en waarin Dirck Cornelisz. vanden Ende haar comparants broeder genoemd wordt. Na het overlijden vanCornelis Maartensz. van t Wout hertrouwde Pleuntje op 26 april 1682 metAry Jacobsz. Coppert. Zij woonden toen beiden in de Duifpolder onderMaasland. Waar IJsbrant gevestigd was is niet te voorschijn gekomen. Hijwas gehuwd met Beeltje Jacob.s. Dit blijkt uit het doopboek van ,deHervormde gemeente van Berkel uit een inschrijving van 13 april 1681. Opgenoemde datum werd zijn neef Abraham gedoopt, zoon van zijn broer Dirck,en waren hij Dirck Córnelisse van der Efnde was als jongeman wonende tot Berkelal,daar op 20 maart 1672 in het huwelijk getreden met Marritie (Maritje.Maria, Maartje) Claese Tas, jongedochter van Bergschenhoek. De .doop vanDirck noch ,die van IJsbrant, Joost of Pleuntje is in de kerkboeken vanBerkel te vinden, zodat aangenomen kan worden, dat Dirck zich voor zijn,huwelijk, komende van elders, daar gevestigd heeft. Deze vestiging kanechter reeds op zeer jeugdige leeftijd hebben plaats gehad. In de plaatsvan zijn inwoning was Dirck een vooraanstaand ingezetene. Hij woonde inhet Noordeinde en hield zich met ,de vervening bezig. Hij werd schepenen achteman van Berkel ,en Rodenrijs. Anno 1692 stond hij op denominat,ie als welgeboren man van Delfland. Hij, of beter zijn zoon Jan,had enige betrekkingen met Nootdorp. In 1707 trouwde deze met eengeborene van Hogeveen onder Nootdorp en in 1714 hertrouwde Jan teNootdorp met Pleuntje Dingemans Schenk. Al bewijzen deze betrekkingen metNoot,dorp niets, toch blijven, zij ,de aandacht op eisen, wellicht ,tenonrechte. Te Nootdorp werd op 24 juni 1649 een lesbrandt gedoopt als zoonvan Connelis Hugen, die mogelijk identiek is aan Cornelis Huygensz.hiervoor genoemd, den Ende ,met namen vermeld staan. Dit valt te betreuren omdat wij hierin de mist blijven en slechts kunnen constateren, dat een ,dochter vanCornelis Hugensz van den Ende, Elisabeth, voor schepenen van Berkeltrouwde op 9 oktober 1667 met Jan Leendertsz. Droge. Dat de bruid eenzuster van Dirck zou zijn geweest Mijkt nergens uit. Wel kan men uit dezehuwelijkssluiting voor schepenen afleiden, dat één der, of beide,partijen niet tot de gereformeerde kerk (behoorde. Gemengde huwelijkenmet bewilliging der ouders zijn dan in dit gebied vrij regelmatigvoorvallende gebeurtenissen en bewijzen, dat de reformatie hier niet diepheeft aangeslagen. De Vlaamse naamsvormen en het gebruik van het Vlaamsepond als rekeneenheid bij de ruil wijzen wel op een herkomst uit hetZuiden, doch deze behoeft niet samen te vallen lmet de val van Antwerpen( 1585) en de daaraan direct voorafgaande gebeurtenissen, Dat DirckConnelisz. van der Ende als welgeboren man op de nominatie werd gebracht- in de jaren 1744 en 1745 deed als welgeboren man dienst Abraham van derEnde onder Berkel en in 1790, 1791, 1793 en 1794 Dingenaar van der Endeonder Maasland - houdt in, dat hij met zijn familie als schildboortigbekend stond. Dit betekent, dat er een wapen moet zijn geweest, dat zijnvoorgeslacht als bewijs van adel voerde. Immers ,de mening, dat edelbloed en welgeboren synoniemen zijn, kan ik onderschrijven. Daarbij waseens een familiemerk - later wapen - het teken waarmede men zijn afkomstaantoonde*). Was men welgeboren, dan bleef men dat, ongeacht zijnlevensstijl. Dit is een opvatting, die ik gaarne wil verdedigen. Nu magmen bij Dirck, bij alle aanzien, die hij als schepen genoot, zeker geenriddermatige levenswijze, in de zin van landgoedbewoner, veronderstellen.Hij was vervener, evenals het grootste deel van de (bevolking in deveendorpen. Het is niet mogelijk bij deze mensen een scherp onderscheidte maken tussen zelfstandige ondernemers en lieden, die uitsluitend alsarbeider om loon werkte. Het is geen zeldzaamheid, dat een veender nueens opduikt als verkoper van een belangrijke hoeveelheid turf en danweer als gerechtigde op een nog niet betaalde loonsom. De materielewelvaart van de zelfstandige onderneemer in het veenbedrijf wordt vrijweleensluidend als zeer pover beschreven, Het slagturven was slechtsternauwernood voldoende om in het onderhoud te voorzien. Vrouwen- enkinderarbeid, ook van zeer kleine kinderen, was geen zeldzaamheid. Tochblijft het echter moeilijk in concrete de armoede van de dorpelingen teschetsen, zegt een hierna te noemen deskundige. ,,W.IJ woon,en (is tniet vreemt?) plat in het water schier,.
En "niemant set de mont aen ,enckel water hier" aldus een zeventieneeuwsverzenmaker in een lied waarin ,hij de welvaart van land en luiden roemt.De voornaamste plaatsen in Delfland, waar ,de bevolking zich metturfsteken een onderhoud verschafte, waren Nootdorp, Nieuweveen,Hogeveen, Tedingerbroek, Berkel en Pijnacker. Nootdorp, Nieuweveen enHogeveen waren als kolonies in het veen opgekomen. Daar en in de anderegenoemde plaatsen en in Zoetermeer onder Rijnland trof men van de(,n-r)Endes aan, die met het verrichten van zware arbeid in het veen aan dekost kwamen, of er echter onder hen en door hen veel familiewapens werdenten toon gespreid valt te betwijfelen. Dit zal men hebben overgelatenvoor hen, die onder gunstiger omstandighedlen leefden, dan wel zichambtshalve van een zegel bedienden.
1 ) Zie Prof. Mr. 1. Ph. de H on e verkozen ,.Hoofdlijnen uit deontwikkeling der rechterlijke org,anisatie in de Noordelijke Nederlanden,1946, p. 38 en verder Jhr. Mr. D. G. pengers Hora Siccama (1914) en Jhr.Dr. Th. van Rheineck Leyssius (1938) Ned. Leeuw: MiddeleeuwscheGeslachtsnamen k. 434-439.
Van laatstbedoelde categorie zijn de wapens veelal bewaard gebleven.Inhet Armorial Général van Rietstap vindt men dan ook zowel op de naam vanden Ende als op van den Eynde(n) enige wapens vermeld. Op vain den Eyndegeeft Rietstap voor Holland, Vlaanderen en Brussel drie verschillendewapens. Gezien hun samengesteld karakter, daarbij rekening houdend (met,de eenvoudige staat van de meeste veenders onder wie ik de naasteverwanten van Joosf Connelisz. van de(n-r) Ende, de stamvader van .dehier verder nog te behandelen van der Endes, meen te moeten zoeken, wilik aan deze wapens echter, als hier niet ter zake dienend, zonder meervoorbij gaan. Anders wordt het met een wapen van den Ende (Holland):,,Dargent à trois trêfles de sinople. Cimier: un chien arreté au naturel".
en één van den Ende (Breda): Les armes de van den Eynden, à Delft. Vanden Eynden (Delft): ,,Dazur à troris canettes Idargent, becgué degueules. Cimier: une canette de lécu.Wanneer ,de zaak nu naderonderzocht wordt, dan blijkt het eerst beschreven wapen:.
,,in zilver drie groene klaverbladen, helmteken een staande hond vannatuurlijke kleur gevoerd te zijn door een aanzienlijke Amsterdamsefamilie, ,,in (blauw drie zilveren eenden met rode snavel, helmteken een dito eendv.a. gevoerd door Mr. Jacob van den Eynden, van 1534-1536 raad van Delft,maar ook door een familie Eindius van Haamstede. In aanmerking nemendehet feit, dat, naar boven is gebleken, van de.
(n-r) Ende identiek kan zijn aan vain den Eynden, heeft men dus tweewapens, waarvan dat met de Klaverbladen nu verder even met rust gelatenwordt en het andere eerst aan een nadere beschouwing wordt onderworpen.
In de 13e eeuw groeiden verschillende nederzettingen in Holland totsteden uit. Hoewel deze plaatsen aanvankelijk allerminst belangrijkebevolkingscentra waren, en de stedelijke nijverheid en de stedelijkehandel de omtrek nog slechts flauw in ,de stedelijke sfeer betrokkenvormden zij toch een belanfgrijk element in .de ontginning van hetplatteland van Delfland en Schieland. Aanvankelijk gebruikten destadsbewoners de turf van DDE geestgronden, de zandturf, spoedig trokkende veengravers echter in het wilde land, waarvan tot nog toe alleen deperiferie bekend was. Van de #hoger gelegen kleistroken en geestgronden,drong men de wildernis binnen. De wijze waarop .de ontginning plaatsvond kunnen wij ons voorstellen als die van kolonisten van een woest enmoeilijk toegankelijk gebied. Een gebied begroeid over groteuitgestrektheden met ruigte, gras en riet, en kreupelhout, bossen vanelzen en waterwilgen, een waterrijk landschap met tal van pjassen enmeren. De wildernissen, die aan de graaf behoorden, werden door hem aanondernemers verkocht. De meest gebruikelijke vorm schijnt geweest tezijn{de afstand van een stuk van het ,,moer aan adellijke ondernemers, dietevens het gericht en de tienden verwierven. Onder de poorters waren hetvooral de brouwers, die sterk bij de vervening geïnteresseerd waren. HetDelftse brouwerijbedrijf is ,daarvan een duidelijk voorbeeld. Deovervloed van turf leverde goedkope brandstof. Aan de belangrijkstevestigingsvoorwaarde voor (de Hollandse brouwerij-industrie was hiermedevoldaan.Het is niet onwaarschijnlijk, dat Mr. Jacob van den Eynden met dereedsgenoemde Jonkheer Jacob van den Eynden, heer van Haemstede van éénzelfde stam was. Dat de adel zich in de steden vestigde, was een bekendverschijnsel. De maatschappelijke positie van Mr. Jacob verzet zich niettegen deze veronderstelling en de overeenkomst van zijn wapen met dat vanEindius van Haamstede is frappant.
De gedachte, dat de hierboven aangedulide hard ploeterende veenders totdezelfde familie clan, zouden wapen net lde klaverbladen werd gepasseerd. Immers het klaverblad duidtop eigengeërf,den en is typisch voor een niet-feodaal gebied alsFriesland. Het wapen met de eenden wint aldus aan betekenis. Het iseenvoudig, sprekend en decoratief. Niets kan nakomelingen van JoostCornelisz. van de(n-r) Ende beletten sympathie voor dit symbool te tonen.Passend is, wanneer zij dit willen voeren, dit te doen met veranderingvan helmteken. De wetenschappelijke reserve wordt dan zeker in achtgenomen. Gezien het beroep van de oudst bewezen stamvader - watermolenaar- zou als helmteken zijn te kiezen: een zwart mollenrad tussen eenzilveren vlucht. Bovendien zou men voor ,de snavels der eenden goudkunnen nemen. De beschrijving van dit nieuwe wapen wordt dan, hetArmorial Général volgend:.
,,Dazur à trois canettes dargent, becqué dor. Cimier: une roue demoulin de sable, ,entre un vol lantique dargent. Zo wordt eenbelangrijk stuk familiehistorie vastgehouden. Het turfdelven werd reedsbedreven voordat de venen drooggemalen werden. ,De onaangetaste venenmoesten eerst op een primitieve wijze ontwaterd worden voor ze althansbegaanbaar te maken. De ,,rouwe.
venen, de venen, die nog in maagdelijke toestand verkeerden, werden metsloten doorsneden en een zgn. ,,afghetapt veen ontstond, waarin metturfgraven kon worden begonnen. Op de duur was de grond zo zeerweggedolven, ,dat verder graven in het water moest geschieden. Omstreeks1530 kwam baggeren, modderen of wel slagturven ,de plaats innemen van hetdelven op de oude wijze. De mens heerste steeds meer over de natuur. Hettechnisch kunnen speelde hierbij een voorname rol. Het lbepolderen van delanden begon in de 15e eeuw een grote omvang aan te nemen. Toen werden deeerste molens voor het wegmalen van {het water gesteld. Vervolgens werdenpolders met molens meer en meer algemeen en op de 16e eeuwse kaarten zietmen overal molens aangegeven.
De samenhang tussen molen en veenbedrijf vindt men geïllustreerd opbijgaande afbeelding. Zij geeft een aardig beeld van het leven en bedrijf van de 17e eeuwse van de(n-r) Endes in Delfland. Bij enigszins meernauwkeurige beschouwing ziet men een eend in het water, dochinteressanter is ,de voorstelling van ,h.
Notities bij Joost Cz van den Ende.
S1-190 Joost Cornelisz Mooleman J.M. Marijtje Pieters J.D. met att vanDelft.
uit lijst met namen van de gehuwden ten tijde van Isaack Leiendecker(1678-1698).
Verdeeld over de hoofdnummers is hier een genealogie uit GN in de notesopgenomen.
1. Joost Cornelisz. van den Ende, watermolenaar, O:, in of omstreeks1679, begraven in ,de kerk te Maasland ,,van t graf te openen voor Joostde Molenaar IS, trouwde Maerfge Piefers Berghman, leeft nog 7 maart1703, als doopgetuige vermeld; zij hertrouwde (ondertrouw Maasland) 9okt. 1680 Cornelis Jansz. van der Vaart: watermolenaar in deKralingerpolder nabij de ,,Brederoderhoeve.
Uit dit huwelijk:.
1. Cornelis, volgt 11.
2. Aeghje Joosten van den Ende, ged. Maasland 30 dec. 1673, begr. ald. 18maart 1749, tr. Maasland 16 maart 1698 Leendert Philipsz. Rodenburg, geb.Naaldwijk, watermolenaar, testeerde met zijn vrouw voor nots Jacob vander Werff te Delft op 14 okt. 1724.
3. Piefer Joosten van den Ende, ged. Maasland 9 mei 1677.
Bijlage 1 (ex Weeskamer Maasland no. 1).
ACTE VAN UYTKOOP.
Compareerde voor Hendrick van Waerf, schout, Ghijsbrecht Isbranfsz. Delffende Cornelis Zuijdervliet schepenen ende overvooghden van alleminderjarige weeskinderen,behoorende onder de weeskamer van den Dorpeende Ambachte van Maesland, Maertge Pieters Berghman, weduwe van JoostCornelisz. van der Ende, haer O:e man zal. geadsiteert met PieterDircxsz. Goufappel, haer g e k o o z e n voocht in desen ter eenre, endeCornelis Piefersz. van f Schouw, watermolenaer woonende in deKralingerpolder van Maeslant voor hem selven als oom en voocht van smoederszijde van de naergenoemde weeskinderen, ende nogh vervangende endehem sterchmaeckende voor Dirk Cornelisz. van den Ende, oom van svaderszijde ter andere zijde, ende verklaerde(n) sij comparantenrespective in de voors qualiteijten met malkanderen in der minne endevruntschap verdragen ende geaccordeert te sijn nopende de uijtkoop van dekinderen haer vaderlijcke Erffenisse ende besterffenisse, ende dat inmaenieren, ende op condrtien hier naervolgende, te weten dat de voorn.weduwe, in vrijen eygendom sal hebben ende behouden alle t gene devoorn. haeren man metter doodt heeft ontruympt ende naergelaten niet terwerelt uytgesondert, des dat sij weduwe daer jegens gehouden sal zijn,haer kinderen genaempt Cornelis loosfen van den Ende out tiendalffwordende voor mey 1681 elff jaren, Item Aeghje Joosten van den Ende, outnieuwejaersavont.
1680 seven jaren, ende Piefer loosten van den Ende out geweest sijnde den6e mey 1680 drie jaren, ofte yder daer ontrent, gehouden sal zijn op tevoeden en onderhouden in eten, drincken, cleedenreeden van wolle linneende alle andere behouften, deselve kint off kinderen in sieckte engesontheyt van nooden hebbende, ende dat tot den ouderdom van achtienjaren toe, ondertusschen deselve kndt off kinderen ter schele te doengaen en te late leeren lesen en schrijven met een hantwerck daer toeijder van de selve best bequaem sullen zijn naer haer vermogen endedaerenboven nogh soo wanneer de v(oor)s kinderen komen te trouwen maeranders niet te geven tot haar uytsettingh van kleedingh ende reedinghyder kint een silvere duyckaton, sonder eenige kortinge daeraen te mogendoen, alsmede te betalen alle de lasten ende schulden des boedels daermede de selve belast is, mitsgaders t sallaets op desen gevallen, endein cas een van de voors. kint off kinderen voor den voorn. ouderdom vanachtien jaren quamen te overlijden, soo bel(ooft) sij comparante alsweduwe de voors. kint off kinderen, eerl(ijck) op haeren kosten te sullendoen begraven, ende als dan sal ontslagen sijn van alle t gunt hiervooren is belooft. Ende hiermede (v( er)claerde sij comparanten uytkoopgedaen te hebben, ende uytgekocht te wesen, belovende malkanderen, desenaengaende om geen andere uytkoop te eysschen ofte doen eysschen. Totnaerkominge ende verseeckeringe van alIe t gene voors. staet verbindtsij weduwe haer persoon ende generaI(ycken) alle haere andere goederen.soo roerende als onroerende hebbende, ende verkrijgende egeenuytgesondert, ten bedwangh van allen s Heeren rechten ende rechteren.Alles sonder bedrogh. Aldus gedaen ende verleden voor Schout endeSchepenen voornoemt ende toirkonden geteyckent op den XVIe October XVIctacktigh.
Hendrick van Waert 1680. Gijsbrechf Ysbrants Delff Corñ Zuydervliet.
1680.Bijlage 2 (ex. R. A. Maasland no. 2).
Compareerde ter Reghthuyse van den Dorpe ende Ambaghte van MaeslantMaertge Pieters Berghman: weduwe van loost Cornelisz. van den Ende haerO: Man Zalyger. geadsisteert met Pieter Dircxsz. Goufappel haer gekoorenvooght in desen, te kennen gevende dat Sij met den vooriï. haeren manheeft geprocreert drie kinderen, sijnde onmondigh, dienende volgensTweesrecht deses Ambachts van vooghden versien tewerden, versouchende Sijcomparanten Boelhoudt. Nominerende Dubbelt getal van Vooghden,Namentlijck Ende van.
i Dirck Cornelisz. van I Cornelis Pietersz.den Ende, vant Schouw van sVaderszijde met S moederszijde i ende lfsbrant Cornelisz. Daem Piefersz.van den Ende Berghman Schoudt, ende Gerechte van Maeslandt, alsovervooghden van alle minderjaerige weeskinderen,.
behoorende onder de Weeskamer aldaer, gesien hebbende t bovenstaendeversouck, committeeren ende stellen, gelijck wij committeeren endestellen bijdesen tot vooghden over de drie naergelate onmondigheweeskinderen van loost Cornelisz. van den Ende zalyger bij hemgeprocreert aen de voornoemde Maerfge Piefers Berghman, Dirck Cornelist.van den Ende, oom van svaderszijde, ende Cornelis Pietersz. van tSchouw, oom van s moederszijde, omme de voors. kinderen en deszelfsgoederen te regeren ende administreeren, en hen luyden onderwerpendeTweesrecht deses Ambachts. Actum int Collegie, present Mr. Hendrick vanWaert, schoudt, Cornelis Zuyderoliet,.
beenderf lansz. v a n Bergen, Pieter Cornelisz. van der Valck, AryCornelisz. van der.
Goude ende Jacob Piefersz. de Jongh, schepenen en weesmannen voorn(oem)t.Actum den Xe April 1680.
Ter ordonnantie van de selve Bij mij als secretaris.Glaude van der ThollBijlage 3 (ex. Biografisch Woordenboek van Van der Aa, Haarlem 1859, D.IV, litt.E, bl. 42).

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1670 Maasland [zh] †1738 De Lier [zh] 67
Aegje~1673 Maasland [zh] 1746 Maasland [zh] 72

tr. (resp. ongeveer 35 en ongeveer 25 jaar oud) (2) te Maasland [zh] op 3 nov 1680
met

Cornelis Jz van der Vaart, geb. circa 1655, watermolenaar in de Kralingsepolder nabij de "Brederodehoeve"


Cornelis Jz van der Vaart
Cornelis Jz van der Vaart, geb. circa 1655, watermolenaar in de Kralingsepolder nabij de "Brederodehoeve".

tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 35 jaar oud) te Maasland [zh] op 3 nov 1680
met

Maartje Pieters Breghman, dr. van Pieter Pz Breghman en Trijntje Oosterlee, geb. te Zouteveen [zh] circa 1645, ovl. (minstens 58 jaar oud) na 1703 in Dan Doopgetuige, tr. (1) met Joost Cornelisz van den Ende. Uit dit huwelijk 2 kinderen


Cornelis Hugen van den Ende
Cornelis Hugen van den Ende, geb. circa 1620.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joost*1645 Pijnacker [zh] †1679 Maasland [zh] 34


Joost van den Ende
Joost van den Ende, geb. te Zierikzee [ze].

Hij werd waarschijnlijk te Zierikzee geboren en was één der moedigstebevelhebbers in den worstelstrijd tegen Spanje. Wij ontmoeten hem heteerst in 1573 bij de belegering van het kasteel Rammekens, waar hij, alsLuitenant tegenwoordig, een der eerste was die langs de opgerichtestormladders naar boven klom. Toen in 1574 Requesens plan had omZierikzee te veroveren, en daartoe te Rozendaal een vloot wel bemandekromstevens liet in gereedheid brengen, bood van den Ende zich bij denPrins aan om deze zoo gevreesde onderneming te verijdelen. Aan hem werddan ook de uitvoering van het plan toevertrouwd. Hij wachtte daarmedezolang tot de gehele vloot in gereedheid en met tweehonderd soldaten vanMondragons regiment bemand was. Na een scherp en langdurig gevecht, werdde verraste vijand genoodzaakt te wijken met een verlies van elf schepen,die merendeels verbrand werden, en enige honderden matrozen.
en soldaten, waaronder verscheidene kapiteinen en bevelhebbers. Tijdenshet beleg van Zierikzee door de Spanjaarden in 1575 en 1576 had hij metNicolaas Ruychaver het bevel over twaalf vaandels voetvolk binnen debelegerde stad. Ook daar was hij in de gelegenheid een blijk van zijnedapperheid te geven. Toen namelijk Mondragon de schans op het hoofdingenomen had en van daar met enige sloepen naar Brouwershaven voer,zette hem van den Ende, die juist de wacht had, met enige pontjesachterna, achterhaalde hem bij Kerkwerve en geraakte in een hevig gevechtmet de Spanjaarden, die meest allen over boord sprongen en door de onzenwerden afgemaakt. Vreemd is het, dat de juiste dag van dit roemrijk feitniet wordt vermeld en dat het niet blijkt of Mondragon hierbij gekwetstof gevangen genomen werd. De nood in de belegerde stad al grooter engroter geworden zijnde, werd van den Ende te rade zijne huisvrouw erbuiten te brengen. Niet zonder gevaar werd dit volbracht. Maar weinigtijd daarna, bij gelegenheid van een alarm des nachts, bijna half naaktden degen in de.
vuist naar de wallen lopende, werd h ij door zijn lichaam geschoten enmoest op pieken huiswaarts worden gebracht, aan welke wonden hij kort nade overgave der stad in 1576 overleed. Hij liet na een dochter Mariagenaamd, bij wier nakomelingen bewaard werd een gouden fluitje, een draakvoorstellende, hetgeen koningin Elisabeth gewoon was op haar borst tedragen en aan van den Ende vereerd had om zijne betoonde bravoures.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1620     


Pieter Pz Breghman
Pieter Pz Breghman, geb. circa 1615.

tr.
met

Trijntje Oosterlee.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maartje*1645 Zouteveen [zh] †1703  58


Trijntje Oosterlee
Trijntje Oosterlee.

tr.
met

Pieter Pz Breghman, zn. van Pieter Pz Bregman (bouwman) en Elizabeth Pietersdr (Lysbeth) de Zeeuw, geb. circa 1615.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maartje*1645 Zouteveen [zh] †1703  58


Pieter Pz Bregman
Pieter Pz Bregman, geb. te Vlaardinger-Ambacht [zh] tussen 1587 en 1588, bouwman, ovl. (hoogstens 77 jaar oud) circa apr 1664.

tr. (resp. ongeveer 25 en minstens 22 jaar oud) na 1612
met

Elizabeth Pietersdr (Lysbeth) de Zeeuw, dr. van Pieter Aryensz de Zeeuw en Maritge Pietersdr , geb. te Capelle aan den IJssel [zh] circa 1590, ovl. (ongeveer 81 jaar oud) te Vlaardingen [zh] circa okt 1671.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter*1615     


Elizabeth Pietersdr de Zeeuw
Elizabeth Pietersdr (Lysbeth) de Zeeuw, geb. te Capelle aan den IJssel [zh] circa 1590, ovl. (ongeveer 81 jaar oud) te Vlaardingen [zh] circa okt 1671.

tr. (resp. minstens 22 en ongeveer 25 jaar oud) na 1612
met

Pieter Pz Bregman, zn. van Pieter Pz Bregman de Jonge (bouwman) en Ermtge Cornelisdr van der Velde(n), geb. te Vlaardinger-Ambacht [zh] tussen 1587 en 1588, bouwman, ovl. (hoogstens 77 jaar oud) circa apr 1664.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter*1615     


Pieter Pz Bregman de Jonge
Pieter Pz Bregman de Jonge, geb. te Vlaardinger-Ambacht [zh] circa 1550, bouwman, ovl. (hoogstens 41 jaar oud) voor 1591.

tr. (resp. ongeveer 28 en ongeveer 26 jaar oud) circa 1578
met

Ermtge Cornelisdr van der Velde(n), geb. circa 1552, ovl. (ongeveer 85 jaar oud) te Vlaardingen [zh] op 3 apr 1637, tr. (2) met Nn van der Houve. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter*1587 Vlaardinger-Ambacht [zh] †1664  77


Ermtge Cornelisdr van der Velde(n)
Ermtge Cornelisdr van der Velde(n), geb. circa 1552, ovl. (ongeveer 85 jaar oud) te Vlaardingen [zh] op 3 apr 1637.

tr. (resp. ongeveer 26 en ongeveer 28 jaar oud) (1) circa 1578
met

Pieter Pz Bregman de Jonge, zn. van Pieter Thonisz Bregman en Leentgen Doe Aertsdr , geb. te Vlaardinger-Ambacht [zh] circa 1550, bouwman, ovl. (hoogstens 41 jaar oud) voor 1591.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter*1587 Vlaardinger-Ambacht [zh] †1664  77

tr. (ongeveer 39 jaar oud) (2) te Delft [zh] op 11 aug 1591
met

Nn van der Houve