Het geslacht Van de Burgt , Seekles, van den Ende en Jans(s)en
Johannes van Leeuwen
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Johannes van Leeuwen, geb. te Pijnacker [zh] op 13 sep 1885, veehouder.

tr. (resp. 38 en 31 jaar oud) te Kethel [zh] op 7 okt 1923
met

Cornelia Theodora (Kee) van der Ende, dr. van Gerardus van der Ende (boerenknecht, melkboer (1885-1916)) en Cornelia van Veen (dienstbode), geb. te Kethel [zh] op 19 mei 1892, dienstbode, ovl. (85 jaar oud) te Pijnacker [zh] op 24 sep 1977.
Zij werkt als dienstbode o.a. bij Arie Lansbergen in Groenoord. Na een mislukte verkering gaat zij naar het klooster, maar zij doet haar geloften niet. Terug "in de wereld" huwt zij met Johannes van Leeuwen, veehouder aan de Nieuwkoopseweg 58 in Pijnacker. Het gezin is altijd heel ann geweest. Vlak vóór de Tweede Wereldoorlog verliest Jan van Leeuwen veel koeien door blaar en mond- en klauwzeer: "Ze hadden wel koeien, maar ze moesten van de eieren leven! "


Adrianus van der Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Adrianus (Arie) van der Ende, geb. te Kethel [zh] op 20 apr 1894, ovl. (80 jaar oud) te Den Hoorn [zh] op 13 jan 1975.
Arie krijgt als baby een hersenvliesontsteking en houdt daar een lichte verstandelijke stoornis aan over. Hij kan dan ook op school slecht meekomen. Op 29 mei 1940 verhuist hij naar De Lier. Hij overlijdt, ongehuwd, op 13 januari 1975 in Den Hoorn.

  • Vader:
    Gerardus van der Ende, zn. van Cornelis van den Ende (meestertimmerman) en Elisabeth van Leeuwen, geb. te Maasland [zh] op 11 sep 1854, boerenknecht, melkboer (1885-1916), ovl. (71 jaar oud) te Delft [zh] op 26 jan 1926, tr. (2) met Joanna (Jansje) Burger.
    In het plaatsje Kethel en Spaland wonen in 1869 1450 mensen. Een aantal van hen woont in het dorp zelf, rond de Ned. Hervormde kerk, die op een terp ligt. De overige inwoners wonen verspreid op boerderijen. Kethel is in de negentiende eeuw bekend om zijn arkensmesterijen. Het afval van de jeneverstokerijen in Schiedam, de zogenaamde spoeling, wordt vooral aan de boeren in Kethel verkocht. Deze mesten er hun varkens vet mee. Op de plaats waar de weg van Kethel naar Schiedam de 'Poldervaart' kruist, ongeveer ter hoogte van het huidige zwembad Groenoord, ligt de 'Steenen Brug'. Bij deze 'Steenen Brug' staan einde vorige eeuw enkele huisjes: een buurtje. Daar gaat na zijn huwelijk Gerardus van der Ende wonen..
    Gerardus wordt op 11 september 1854 in Maasland geboren als vierde kind van Cornelis van den Ende, maar als eerste kind van zijn tweede vrouw Elizabeth van Leeuwen. Uit de gegevens van de Burgerlijke Stand blijkt dat de vader Cees van den Ende heet, maar dat een aantal van zijn kinderen, waaronder Gerardus, van der Ende heet. Vanaf Gerardus heeft de familie de -r- in de naam..
    Op 30 april 1885 trouwt Gerardus met Cornelia van Veen, die op 10 september 1857 in Stompwijk is geboren. In het huwelijksregister van Kethel en Spaland lezen we:.
    "Op heden de 30 april zijn voor ons Ambtenaar van de Burgerlijke Stand der Gem. Kethel en Spaland verschenen ten einde een huwelijk aan te gaan Gerardus van der Ende oud 30 jaren van beroep boerenknecht, geboren te Maasland inwonende in deze gemeente meerderjarige zoon van Cornelis van den Ende van beroep timmerman, en van Elizabeth van Leeuwen echtelieden wonende te Maasland en Cornelia van Veen oud 27 jaren van beroep dienstbode geboren te Stompwijk inwonende in deze gemeente meerderjarige dochter van wijlen de echtelieden Cornelis van Veen en Cornelia Doesburg.
    Afkondiging 12 en 19 April.
    Getuigen Cornelis Lansbergen oud 76 jaren veehouder binnen Kethel, Petrus Lansbergen oud 66 jaren veehouder binnen Kethel, Petrus van Beurden oud 32 jaren wagenmaker"..
    Gerardus en Cornelia (Kee) gaan dus bij de 'Steenen Brug' in Kethel wonen. Het adres luidt Steenenbrug, Wijk A nr. 172..
    Zij krijgen vier kinderen..
    Op 25 maart 1901 overlijdt in Kethel Cornelia van Veen. Cornelia heeft suikerziekte en het ziekteproces voltrekt zich zo snel dat er in de volksmond van" suikertering" wordt gesproken. Ook haar jongste zoon Arie heeft heel zijn leven getobd met de gevolgen van suikerziekte. Net als zijn vader blijft Gerardus achter met een aantal kleine kinderen. Hij zoekt een vrouw en vindt deze in Jans Burger, die in Naaldwijk op 10 juli 1863 is geboren. Jans die al 38 jaar is, heeft haar moeder verzorgd. Na diens overlijden gaat Jans bij haar zus Christina (en haar man Jaap Schenkeveld) aan de Vlaardingse Ka wonen. Zondags gaat zij naar de kerk in Kethel. Zo heeft Gerardus haar voor het eerst gezien, want "Is daar niets te bidden, dan is er wel wat te mikken of te kikken ", zoals een oud Westlands gezegde luidt. Als hij haar hand gaat vragen, blijkt hij één van de drie te zijn. Hoewel Jans niet veel zin heeft in trouwen, kiest zij toch Gerardus. Op 8 februari 1902 trouwen zij in Vlaardinger Ambacht. Als zijn zoon Cornelis Wil- helmus later trouwt met Theodora Burger, dan is dat met het nichtje van zijn stiefmoeder. Theodora noemt haar dan ook altijd Tante Jans..
    Gerardus en Jans Burger krijgen nog vier kinderen..
    Zo op het eerste gezicht heeft Gerardus geen vrolijke jeugd gekend. Als hij zes jaar is gaat hij het huis uit en wordt uitbesteed bij familie Van Leeuwen in de "Gaag". De Gaag is, zoals we al eerder gezien hebben een water, een aftakking van de Vlaardingse Vaart, waarlangs vele boerderijen liggen. Hij loopt vanaf Schipluiden in de richting van "Het Scheur", nu de Nieuwe Waterweg. Het gebied waar de Oostgaag zich splitst in de Westgaag en de Zuidgaag wordt "De Gaag" genoemd. De familie Van Leeuwen heeft maar één zoontje en Gerardus wordt als een soort "gezelschapsbroertje" in het gezin opgenomen. Omdat hij zo vele jaren uit het ouderlijk huis is en misschien ook omdat hij maar een halfbroertje is, wordt hij nogal gepest door zijn oudere zus en twee broers. Jongste dochter Beth weet dat in 1995 nog met verve te vertellen!.
    Op zijn twaalfde jaar gaat hij van school en blijft dan tot zijn militaire-diensttijd boerenknecht. Na zijn diensttijd, die hij in Delft doorbrengt, gaat hij als boerenknecht werken op een boerderij in Abtswoude (Papsou). Maar in 1876 zien we hem terug in Kethel, nu als boerenknecht bij C. Lansbergen. Daar blijft hij ongeveer negen jaar. Uit deze tijd moet de anekdote stammen van opa-op-vrijersvoeten..
    Gerardus ontmoet op de Rotterdamse kermis een "meid" uit Bleiswijk. Nadat ze uitgeweest zijn, brengt hij haar naar huis, lopend dus van Rotterdam naar Bleiswijk. Daarna loopt hij weer terug en is precies op tijd, 's morgens om vier uur, om met het melken van de koeien te beginnen. Gerardus en Cornelia van Veen werken beiden op de boerderij van C. Lansbergen. Daar zullen zij elkaar dus ook wel ontmoet hebben. De knecht trouwt met de meid en de boer is getuige bij het huwelijk!.
    Van 1885 tot 1916 is hij in Kethel melkboer met eigen koeien ofwel koopman in melk, boter en kaas! Het gezin woont dan in het zogenaamde "kleine spul", naast het café van Van Dam bij de Steenen Brug. Oorspronkelijk is het café gevestigd in een benedenhuis met een schuin dak, maar later wordt er een etage opgezet. Op de prentbriefkaart van de Steenenbrug is duidelijk het markante gebouw te zien..
    Gerardus gebruikt bij het uitventen van de melk en boter langs de deur een hondekar. Zijn jongste dochter Beth herinnert zich nog een grote (lieve!) hond met de naam Pluto. Behalve het trekken van de kar, moet de hond ook de karnmolen aandrijven. Langs de muur van het boenhok is een tredmolen gemaakt, waarin de hond eindeloos rondjes loopt. De boter die Jans maakt (kneedt), vent Gerardus uit..
    Rond 1910 raakt Gerardus zijn grasland kwijt. Het gezin moet dan verhuizen naar de boerderij van Jan de Leede. Zoals Beth formuleert: "Toen begon de grote narigheid! ". De boerderij van De Leede staat dicht. bij de molen van Bregman. Gerardus en zijn gezin gaan in het achterste deel van de boerderij wonen, bestaande uit de opkamer, de huiskamer waar alleen in de zomer geleefd wordt en een keuken die grenst aan het boenhok. Op de zolder wordt geslapen..
    Boer Jan de Leede heeft zijn koeien opgeruimd, zodat Gerardus zijn koeien daar op stal kan zetten. Maar dan komt er een tijd dat de koeien te weinig melk geven. Gerardus moet zelfs elders melk gaan inkopen, waardoor zijn winst slinkt tot een halve cent per verkochte liter. In 1916 zijn de schulden zo hoog opgelopen dat, volgens mondelinge overlevering, zelfs de spaarpotten van de kinderen geplunderd worden. Er blijft niets anders over dan de overgebleven koeien te verkopen, het marginale bedrijfje op te heffen en weer als knecht te gaan werken..
    Eén van zijn oudere broers regelt met de schuldeisers de schulden. Gerardus verhuurt zich als los werkman en probeert zo de kost te verdienen. Hij haalt bijvoorbeeld voor de melkrijder Aai van Winden bij boeren de kannen melk op en brengt ze met paard en wagen naar de melkfabriek van Toon de Leede, de zoon van Jan, in Schiedam. 's Winters is hij gekleed in een dikke, lange soldaten jas met bivakmuts, de handen in gebreide wanten met daarover door moeder Jans uit oudé dekens genaaide overwanten..
    Zoals gezegd, hebben Gerardus en zijn gezin het altijd zeer arm gehad. Dat geldt waarschijnlijk minder voor zijn drie broers, -Huib, Leen en Willem -, die een timmerzaak in Maasland hebben. Gerardus' zoon Willem kon zich nog de vernederende tochten herinneren, wanneer zijn vader met de handkar uit Kethel naar Maasland liep om bij zijn broers een paar mud aardappelen te halen, die hij van hen had gekregen. Later leent hij wel eens een paard-en-wagen om samen met één of meer van zijn kinderen aardappelen in Maasland te gaan halen..
    Omdat de boerderij van De Leede weer aan een boer verhuurd kan worden, verhuist in 1923 het gezin van Gerardus naar een huisje aan de Dijkhoornseweg in Den Hoorn. Deze verhuizing gaat per boot en omdat dat wel.
    een hele dag zal duren, heeft Jans in een grote ijzeren pot dikke rijstepap met suiker voor onderweg gemaakt. Over Gerardus gaat het, in de familie bekende, verhaal dat hij heel goed kon schaatsen; wat overigens zijn dood werd. Ondanks zijn 71 jaren gaat hij op zekere dag toch nog even 'zwieren '. Hij valt en loopt daarbij een zogenaamde beknelde breuk op, waaraan hij op 26 januari 1926 in een ziekenhuis in Delft overlijdt..
    Jansje Burger is geboren op 10 juli 1863 als het zesde en op één na jongste kind van Dirk Burger en Doortje de Gier. Zowel Tante Beth van Meurs-van der Ende (dochter van Jans Burger) als Tante Cor v.d. Meer-Burger (dochter van Piet Burger) weten nog enige aardige anekdotes over dit merkwaardige huwelijk van hun grootouders te vertellen..
    Dirk Burger is protestant en Doortje de Gier katholiek. Dat betekent dus een gemengd huwelijk. Dirk belooft bij het trouwen dat de kinderen katholiek opgevoed zullen worden. Maar als het eerste kind, Arend, geboren is, wordt het door de moeder van Dirk meegenomen en protestant gedoopt! Als enig kind blijft hij heel zijn leven protestant. Ook met zoon Piet zijn er problemen..
    Hij wordt pas op zijn vierde jaar katholiek(!) gedoopt. Dirk wordt in het dorp Naaldwijk "Leopold" genoemd, waarschijnlijk naar koning Leopold II van België. Dat zal dus wel betekenen dat hij een grote baard heeft. Het gedoe met het al dan niet dopen van zijn kinderen levert hem een scheldliedje op, dat luidt:.
    "Leopol, Leopol.
    ging met z'n kind op hol.
    toen zei Doortje de Gier:.
    Geef mijn zoontje hier!".
    Dirk werkt in het vlas. Alleen in de vlastijd heeft hij werk. De rest van het jaar scharrelt hij van alles bij elkaar. Als er geen geld is om eten te kopen, of wanneer Dirk ziek is, dan moet Doortje op haar pantoffels (meer heeft zij niet) gaan bedelen. Dirk steelt ook eens aardappelen, waarvoor hij naar de gevangenis moet. Ook dan moet Doortje maar zien hoe zij aan eten komt. In zo'n situatie kon zij zurig opmerken:.
    "Van vissen en vinken zal het vlees in de kuip niet gaan stinken "..
    Dirk Burger overlijdt op 29 maart 1884..
    Doortje de Gier, de dochter van een steenarme horlogemaker uit Zaltbommel die eerst in Den Haag en later in Naaldwijk zijn geluk beproeft, blijft met haar dochter Jans achter. Deze verzorgt haar tot zij op 13 januari 1900 in Naaldwijk overlijdt. Jans gaat dan, zoals we gezien hebben, bij haar zus Chris, die met haar man een uitspanning aan de Vlaardingse Ka heeft, wonen. Jans Burger overlijdt in Den Hoorn op 26 maart 1945. Uit dit huwelijk 4 kinderen., tr. (resp. 30 en 28 jaar oud) (1) te Kethel en Spaland [zh] op 30 apr 1885.
 
 


Theodora Margaretha Maria van der Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Theodora Margaretha Maria (Door) van der Ende, geb. te Kethel en Spaland [zh] op 2 feb 1903, ovl. (42 jaar oud) te Delft [zh] op 22 aug 1945.

  • Vader:
    Gerardus van der Ende, zn. van Cornelis van den Ende (meestertimmerman) en Elisabeth van Leeuwen, geb. te Maasland [zh] op 11 sep 1854, boerenknecht, melkboer (1885-1916), ovl. (71 jaar oud) te Delft [zh] op 26 jan 1926, tr. (1) met Cornelia van Veen.
    In het plaatsje Kethel en Spaland wonen in 1869 1450 mensen. Een aantal van hen woont in het dorp zelf, rond de Ned. Hervormde kerk, die op een terp ligt. De overige inwoners wonen verspreid op boerderijen. Kethel is in de negentiende eeuw bekend om zijn arkensmesterijen. Het afval van de jeneverstokerijen in Schiedam, de zogenaamde spoeling, wordt vooral aan de boeren in Kethel verkocht. Deze mesten er hun varkens vet mee. Op de plaats waar de weg van Kethel naar Schiedam de 'Poldervaart' kruist, ongeveer ter hoogte van het huidige zwembad Groenoord, ligt de 'Steenen Brug'. Bij deze 'Steenen Brug' staan einde vorige eeuw enkele huisjes: een buurtje. Daar gaat na zijn huwelijk Gerardus van der Ende wonen.
    Gerardus wordt op 11 september 1854 in Maasland geboren als vierde kind van Cornelis van den Ende, maar als eerste kind van zijn tweede vrouw Elizabeth van Leeuwen. Uit de gegevens van de Burgerlijke Stand blijkt dat de vader Cees van den Ende heet, maar dat een aantal van zijn kinderen, waaronder Gerardus, van der Ende heet. Vanaf Gerardus heeft de familie de -r- in de naam.
    Op 30 april 1885 trouwt Gerardus met Cornelia van Veen, die op 10 september 1857 in Stompwijk is geboren. In het huwelijksregister van Kethel en Spaland lezen we:.
    "Op heden de 30 april zijn voor ons Ambtenaar van de Burgerlijke Stand der Gem. Kethel en Spaland verschenen ten einde een huwelijk aan te gaan Gerardus van der Ende oud 30 jaren van beroep boerenknecht, geboren te Maasland inwonende in deze gemeente meerderjarige zoon van Cornelis van den Ende van beroep timmerman, en van Elizabeth van Leeuwen echtelieden wonende te Maasland en Cornelia van Veen oud 27 jaren van beroep dienstbode geboren te Stompwijk inwonende in deze gemeente meerderjarige dochter van wijlen de echtelieden Cornelis van Veen en Cornelia Doesburg.
    Afkondiging 12 en 19 April.
    Getuigen Cornelis Lansbergen oud 76 jaren veehouder binnen Kethel, Petrus Lansbergen oud 66 jaren veehouder binnen Kethel, Petrus van Beurden oud 32 jaren wagenmaker".
    Gerardus en Cornelia (Kee) gaan dus bij de 'Steenen Brug' in Kethel wonen. Het adres luidt Steenenbrug, Wijk A nr. 172.
    Zij krijgen vier kinderen.
    Op 25 maart 1901 overlijdt in Kethel Cornelia van Veen. Cornelia heeft suikerziekte en het ziekteproces voltrekt zich zo snel dat er in de volksmond van" suikertering" wordt gesproken. Ook haar jongste zoon Arie heeft heel zijn leven getobd met de gevolgen van suikerziekte. Net als zijn vader blijft Gerardus achter met een aantal kleine kinderen. Hij zoekt een vrouw en vindt deze in Jans Burger, die in Naaldwijk op 10 juli 1863 is geboren. Jans die al 38 jaar is, heeft haar moeder verzorgd. Na diens overlijden gaat Jans bij haar zus Christina (en haar man Jaap Schenkeveld) aan de Vlaardingse Ka wonen. Zondags gaat zij naar de kerk in Kethel. Zo heeft Gerardus haar voor het eerst gezien, want "Is daar niets te bidden, dan is er wel wat te mikken of te kikken ", zoals een oud Westlands gezegde luidt. Als hij haar hand gaat vragen, blijkt hij één van de drie te zijn. Hoewel Jans niet veel zin heeft in trouwen, kiest zij toch Gerardus. Op 8 februari 1902 trouwen zij in Vlaardinger Ambacht. Als zijn zoon Cornelis Wil- helmus later trouwt met Theodora Burger, dan is dat met het nichtje van zijn stiefmoeder. Theodora noemt haar dan ook altijd Tante Jans.
    Gerardus en Jans Burger krijgen nog vier kinderen.
    Zo op het eerste gezicht heeft Gerardus geen vrolijke jeugd gekend. Als hij zes jaar is gaat hij het huis uit en wordt uitbesteed bij familie Van Leeuwen in de "Gaag". De Gaag is, zoals we al eerder gezien hebben een water, een aftakking van de Vlaardingse Vaart, waarlangs vele boerderijen liggen. Hij loopt vanaf Schipluiden in de richting van "Het Scheur", nu de Nieuwe Waterweg. Het gebied waar de Oostgaag zich splitst in de Westgaag en de Zuidgaag wordt "De Gaag" genoemd. De familie Van Leeuwen heeft maar één zoontje en Gerardus wordt als een soort "gezelschapsbroertje" in het gezin opgenomen. Omdat hij zo vele jaren uit het ouderlijk huis is en misschien ook omdat hij maar een halfbroertje is, wordt hij nogal gepest door zijn oudere zus en twee broers. Jongste dochter Beth weet dat in 1995 nog met verve te vertellen!.
    Op zijn twaalfde jaar gaat hij van school en blijft dan tot zijn militaire-diensttijd boerenknecht. Na zijn diensttijd, die hij in Delft doorbrengt, gaat hij als boerenknecht werken op een boerderij in Abtswoude (Papsou). Maar in 1876 zien we hem terug in Kethel, nu als boerenknecht bij C. Lansbergen. Daar blijft hij ongeveer negen jaar. Uit deze tijd moet de anekdote stammen van opa-op-vrijersvoeten.
    Gerardus ontmoet op de Rotterdamse kermis een "meid" uit Bleiswijk. Nadat ze uitgeweest zijn, brengt hij haar naar huis, lopend dus van Rotterdam naar Bleiswijk. Daarna loopt hij weer terug en is precies op tijd, 's morgens om vier uur, om met het melken van de koeien te beginnen. Gerardus en Cornelia van Veen werken beiden op de boerderij van C. Lansbergen. Daar zullen zij elkaar dus ook wel ontmoet hebben. De knecht trouwt met de meid en de boer is getuige bij het huwelijk!.
    Van 1885 tot 1916 is hij in Kethel melkboer met eigen koeien ofwel koopman in melk, boter en kaas! Het gezin woont dan in het zogenaamde "kleine spul", naast het café van Van Dam bij de Steenen Brug. Oorspronkelijk is het café gevestigd in een benedenhuis met een schuin dak, maar later wordt er een etage opgezet. Op de prentbriefkaart van de Steenenbrug is duidelijk het markante gebouw te zien.
    Gerardus gebruikt bij het uitventen van de melk en boter langs de deur een hondekar. Zijn jongste dochter Beth herinnert zich nog een grote (lieve!) hond met de naam Pluto. Behalve het trekken van de kar, moet de hond ook de karnmolen aandrijven. Langs de muur van het boenhok is een tredmolen gemaakt, waarin de hond eindeloos rondjes loopt. De boter die Jans maakt (kneedt), vent Gerardus uit.
    Rond 1910 raakt Gerardus zijn grasland kwijt. Het gezin moet dan verhuizen naar de boerderij van Jan de Leede. Zoals Beth formuleert: "Toen begon de grote narigheid! ". De boerderij van De Leede staat dicht. bij de molen van Bregman. Gerardus en zijn gezin gaan in het achterste deel van de boerderij wonen, bestaande uit de opkamer, de huiskamer waar alleen in de zomer geleefd wordt en een keuken die grenst aan het boenhok. Op de zolder wordt geslapen.
    Boer Jan de Leede heeft zijn koeien opgeruimd, zodat Gerardus zijn koeien daar op stal kan zetten. Maar dan komt er een tijd dat de koeien te weinig melk geven. Gerardus moet zelfs elders melk gaan inkopen, waardoor zijn winst slinkt tot een halve cent per verkochte liter. In 1916 zijn de schulden zo hoog opgelopen dat, volgens mondelinge overlevering, zelfs de spaarpotten van de kinderen geplunderd worden. Er blijft niets anders over dan de overgebleven koeien te verkopen, het marginale bedrijfje op te heffen en weer als knecht te gaan werken.
    Eén van zijn oudere broers regelt met de schuldeisers de schulden. Gerardus verhuurt zich als los werkman en probeert zo de kost te verdienen. Hij haalt bijvoorbeeld voor de melkrijder Aai van Winden bij boeren de kannen melk op en brengt ze met paard en wagen naar de melkfabriek van Toon de Leede, de zoon van Jan, in Schiedam. 's Winters is hij gekleed in een dikke, lange soldaten jas met bivakmuts, de handen in gebreide wanten met daarover door moeder Jans uit oudé dekens genaaide overwanten.
    Zoals gezegd, hebben Gerardus en zijn gezin het altijd zeer arm gehad. Dat geldt waarschijnlijk minder voor zijn drie broers, -Huib, Leen en Willem -, die een timmerzaak in Maasland hebben. Gerardus' zoon Willem kon zich nog de vernederende tochten herinneren, wanneer zijn vader met de handkar uit Kethel naar Maasland liep om bij zijn broers een paar mud aardappelen te halen, die hij van hen had gekregen. Later leent hij wel eens een paard-en-wagen om samen met één of meer van zijn kinderen aardappelen in Maasland te gaan halen.
    Omdat de boerderij van De Leede weer aan een boer verhuurd kan worden, verhuist in 1923 het gezin van Gerardus naar een huisje aan de Dijkhoornseweg in Den Hoorn. Deze verhuizing gaat per boot en omdat dat wel.
    een hele dag zal duren, heeft Jans in een grote ijzeren pot dikke rijstepap met suiker voor onderweg gemaakt. Over Gerardus gaat het, in de familie bekende, verhaal dat hij heel goed kon schaatsen; wat overigens zijn dood werd. Ondanks zijn 71 jaren gaat hij op zekere dag toch nog even 'zwieren '. Hij valt en loopt daarbij een zogenaamde beknelde breuk op, waaraan hij op 26 januari 1926 in een ziekenhuis in Delft overlijdt.
    Jansje Burger is geboren op 10 juli 1863 als het zesde en op één na jongste kind van Dirk Burger en Doortje de Gier. Zowel Tante Beth van Meurs-van der Ende (dochter van Jans Burger) als Tante Cor v.d. Meer-Burger (dochter van Piet Burger) weten nog enige aardige anekdotes over dit merkwaardige huwelijk van hun grootouders te vertellen.
    Dirk Burger is protestant en Doortje de Gier katholiek. Dat betekent dus een gemengd huwelijk. Dirk belooft bij het trouwen dat de kinderen katholiek opgevoed zullen worden. Maar als het eerste kind, Arend, geboren is, wordt het door de moeder van Dirk meegenomen en protestant gedoopt! Als enig kind blijft hij heel zijn leven protestant. Ook met zoon Piet zijn er problemen.
    Hij wordt pas op zijn vierde jaar katholiek(!) gedoopt. Dirk wordt in het dorp Naaldwijk "Leopold" genoemd, waarschijnlijk naar koning Leopold II van België. Dat zal dus wel betekenen dat hij een grote baard heeft. Het gedoe met het al dan niet dopen van zijn kinderen levert hem een scheldliedje op, dat luidt:.
    "Leopol, Leopol.
    ging met z'n kind op hol.
    toen zei Doortje de Gier:.
    Geef mijn zoontje hier!".
    Dirk werkt in het vlas. Alleen in de vlastijd heeft hij werk. De rest van het jaar scharrelt hij van alles bij elkaar. Als er geen geld is om eten te kopen, of wanneer Dirk ziek is, dan moet Doortje op haar pantoffels (meer heeft zij niet) gaan bedelen. Dirk steelt ook eens aardappelen, waarvoor hij naar de gevangenis moet. Ook dan moet Doortje maar zien hoe zij aan eten komt. In zo'n situatie kon zij zurig opmerken:.
    "Van vissen en vinken zal het vlees in de kuip niet gaan stinken ".
    Dirk Burger overlijdt op 29 maart 1884.
    Doortje de Gier, de dochter van een steenarme horlogemaker uit Zaltbommel die eerst in Den Haag en later in Naaldwijk zijn geluk beproeft, blijft met haar dochter Jans achter. Deze verzorgt haar tot zij op 13 januari 1900 in Naaldwijk overlijdt. Jans gaat dan, zoals we gezien hebben, bij haar zus Chris, die met haar man een uitspanning aan de Vlaardingse Ka heeft, wonen. Jans Burger overlijdt in Den Hoorn op 26 maart 1945. Uit dit huwelijk 4 kinderen, tr. (resp. 47 en 38 jaar oud) (2) te Vlaardinger-Ambacht [zh] op 8 feb 1902.
 
 

tr. (resp. 23 en 31 jaar oud) te Schipluiden [zh] op 28 jan 1927
met

Martinus Johannes van der Valk, zn. van Simon van der Valk en Cornelia Johanna van der Knaap, geb. te Hof van Delft [zh] op 2 sep 1895, los werkman, kruidenier, ovl. (minstens 49 jaar oud) na 1945


Martinus Johannes van der Valk
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Martinus Johannes van der Valk, geb. te Hof van Delft [zh] op 2 sep 1895, los werkman, kruidenier, ovl. (minstens 49 jaar oud) na 1945.

tr. (resp. 31 en 23 jaar oud) te Schipluiden [zh] op 28 jan 1927
met

Theodora Margaretha Maria (Door) van der Ende, dr. van Gerardus van der Ende (boerenknecht, melkboer (1885-1916)) en Joanna (Jansje) Burger, geb. te Kethel en Spaland [zh] op 2 feb 1903, ovl. (42 jaar oud) te Delft [zh] op 22 aug 1945


Simon van der Valk
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Simon van der Valk.

tr.
met

Cornelia Johanna van der Knaap.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Martinus*1895 Hof van Delft [zh] †1945  49


Cornelia Johanna van der Knaap
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Cornelia Johanna van der Knaap.

tr.
met

Simon van der Valk.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Martinus*1895 Hof van Delft [zh] †1945  49


Hubertus van der Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Hubertus (Huib) van der Ende, geb. te Kethel [zh] op 23 mrt 1905, ovl. (76 jaar oud) te Hillegom [zh] op 20 jun 1981.
ongehuwd.

  • Vader:
    Gerardus van der Ende, zn. van Cornelis van den Ende (meestertimmerman) en Elisabeth van Leeuwen, geb. te Maasland [zh] op 11 sep 1854, boerenknecht, melkboer (1885-1916), ovl. (71 jaar oud) te Delft [zh] op 26 jan 1926, tr. (1) met Cornelia van Veen.
    In het plaatsje Kethel en Spaland wonen in 1869 1450 mensen. Een aantal van hen woont in het dorp zelf, rond de Ned. Hervormde kerk, die op een terp ligt. De overige inwoners wonen verspreid op boerderijen. Kethel is in de negentiende eeuw bekend om zijn arkensmesterijen. Het afval van de jeneverstokerijen in Schiedam, de zogenaamde spoeling, wordt vooral aan de boeren in Kethel verkocht. Deze mesten er hun varkens vet mee. Op de plaats waar de weg van Kethel naar Schiedam de 'Poldervaart' kruist, ongeveer ter hoogte van het huidige zwembad Groenoord, ligt de 'Steenen Brug'. Bij deze 'Steenen Brug' staan einde vorige eeuw enkele huisjes: een buurtje. Daar gaat na zijn huwelijk Gerardus van der Ende wonen..
    Gerardus wordt op 11 september 1854 in Maasland geboren als vierde kind van Cornelis van den Ende, maar als eerste kind van zijn tweede vrouw Elizabeth van Leeuwen. Uit de gegevens van de Burgerlijke Stand blijkt dat de vader Cees van den Ende heet, maar dat een aantal van zijn kinderen, waaronder Gerardus, van der Ende heet. Vanaf Gerardus heeft de familie de -r- in de naam..
    Op 30 april 1885 trouwt Gerardus met Cornelia van Veen, die op 10 september 1857 in Stompwijk is geboren. In het huwelijksregister van Kethel en Spaland lezen we:.
    "Op heden de 30 april zijn voor ons Ambtenaar van de Burgerlijke Stand der Gem. Kethel en Spaland verschenen ten einde een huwelijk aan te gaan Gerardus van der Ende oud 30 jaren van beroep boerenknecht, geboren te Maasland inwonende in deze gemeente meerderjarige zoon van Cornelis van den Ende van beroep timmerman, en van Elizabeth van Leeuwen echtelieden wonende te Maasland en Cornelia van Veen oud 27 jaren van beroep dienstbode geboren te Stompwijk inwonende in deze gemeente meerderjarige dochter van wijlen de echtelieden Cornelis van Veen en Cornelia Doesburg.
    Afkondiging 12 en 19 April.
    Getuigen Cornelis Lansbergen oud 76 jaren veehouder binnen Kethel, Petrus Lansbergen oud 66 jaren veehouder binnen Kethel, Petrus van Beurden oud 32 jaren wagenmaker"..
    Gerardus en Cornelia (Kee) gaan dus bij de 'Steenen Brug' in Kethel wonen. Het adres luidt Steenenbrug, Wijk A nr. 172..
    Zij krijgen vier kinderen..
    Op 25 maart 1901 overlijdt in Kethel Cornelia van Veen. Cornelia heeft suikerziekte en het ziekteproces voltrekt zich zo snel dat er in de volksmond van" suikertering" wordt gesproken. Ook haar jongste zoon Arie heeft heel zijn leven getobd met de gevolgen van suikerziekte. Net als zijn vader blijft Gerardus achter met een aantal kleine kinderen. Hij zoekt een vrouw en vindt deze in Jans Burger, die in Naaldwijk op 10 juli 1863 is geboren. Jans die al 38 jaar is, heeft haar moeder verzorgd. Na diens overlijden gaat Jans bij haar zus Christina (en haar man Jaap Schenkeveld) aan de Vlaardingse Ka wonen. Zondags gaat zij naar de kerk in Kethel. Zo heeft Gerardus haar voor het eerst gezien, want "Is daar niets te bidden, dan is er wel wat te mikken of te kikken ", zoals een oud Westlands gezegde luidt. Als hij haar hand gaat vragen, blijkt hij één van de drie te zijn. Hoewel Jans niet veel zin heeft in trouwen, kiest zij toch Gerardus. Op 8 februari 1902 trouwen zij in Vlaardinger Ambacht. Als zijn zoon Cornelis Wil- helmus later trouwt met Theodora Burger, dan is dat met het nichtje van zijn stiefmoeder. Theodora noemt haar dan ook altijd Tante Jans..
    Gerardus en Jans Burger krijgen nog vier kinderen..
    Zo op het eerste gezicht heeft Gerardus geen vrolijke jeugd gekend. Als hij zes jaar is gaat hij het huis uit en wordt uitbesteed bij familie Van Leeuwen in de "Gaag". De Gaag is, zoals we al eerder gezien hebben een water, een aftakking van de Vlaardingse Vaart, waarlangs vele boerderijen liggen. Hij loopt vanaf Schipluiden in de richting van "Het Scheur", nu de Nieuwe Waterweg. Het gebied waar de Oostgaag zich splitst in de Westgaag en de Zuidgaag wordt "De Gaag" genoemd. De familie Van Leeuwen heeft maar één zoontje en Gerardus wordt als een soort "gezelschapsbroertje" in het gezin opgenomen. Omdat hij zo vele jaren uit het ouderlijk huis is en misschien ook omdat hij maar een halfbroertje is, wordt hij nogal gepest door zijn oudere zus en twee broers. Jongste dochter Beth weet dat in 1995 nog met verve te vertellen!.
    Op zijn twaalfde jaar gaat hij van school en blijft dan tot zijn militaire-diensttijd boerenknecht. Na zijn diensttijd, die hij in Delft doorbrengt, gaat hij als boerenknecht werken op een boerderij in Abtswoude (Papsou). Maar in 1876 zien we hem terug in Kethel, nu als boerenknecht bij C. Lansbergen. Daar blijft hij ongeveer negen jaar. Uit deze tijd moet de anekdote stammen van opa-op-vrijersvoeten..
    Gerardus ontmoet op de Rotterdamse kermis een "meid" uit Bleiswijk. Nadat ze uitgeweest zijn, brengt hij haar naar huis, lopend dus van Rotterdam naar Bleiswijk. Daarna loopt hij weer terug en is precies op tijd, 's morgens om vier uur, om met het melken van de koeien te beginnen. Gerardus en Cornelia van Veen werken beiden op de boerderij van C. Lansbergen. Daar zullen zij elkaar dus ook wel ontmoet hebben. De knecht trouwt met de meid en de boer is getuige bij het huwelijk!.
    Van 1885 tot 1916 is hij in Kethel melkboer met eigen koeien ofwel koopman in melk, boter en kaas! Het gezin woont dan in het zogenaamde "kleine spul", naast het café van Van Dam bij de Steenen Brug. Oorspronkelijk is het café gevestigd in een benedenhuis met een schuin dak, maar later wordt er een etage opgezet. Op de prentbriefkaart van de Steenenbrug is duidelijk het markante gebouw te zien..
    Gerardus gebruikt bij het uitventen van de melk en boter langs de deur een hondekar. Zijn jongste dochter Beth herinnert zich nog een grote (lieve!) hond met de naam Pluto. Behalve het trekken van de kar, moet de hond ook de karnmolen aandrijven. Langs de muur van het boenhok is een tredmolen gemaakt, waarin de hond eindeloos rondjes loopt. De boter die Jans maakt (kneedt), vent Gerardus uit..
    Rond 1910 raakt Gerardus zijn grasland kwijt. Het gezin moet dan verhuizen naar de boerderij van Jan de Leede. Zoals Beth formuleert: "Toen begon de grote narigheid! ". De boerderij van De Leede staat dicht. bij de molen van Bregman. Gerardus en zijn gezin gaan in het achterste deel van de boerderij wonen, bestaande uit de opkamer, de huiskamer waar alleen in de zomer geleefd wordt en een keuken die grenst aan het boenhok. Op de zolder wordt geslapen..
    Boer Jan de Leede heeft zijn koeien opgeruimd, zodat Gerardus zijn koeien daar op stal kan zetten. Maar dan komt er een tijd dat de koeien te weinig melk geven. Gerardus moet zelfs elders melk gaan inkopen, waardoor zijn winst slinkt tot een halve cent per verkochte liter. In 1916 zijn de schulden zo hoog opgelopen dat, volgens mondelinge overlevering, zelfs de spaarpotten van de kinderen geplunderd worden. Er blijft niets anders over dan de overgebleven koeien te verkopen, het marginale bedrijfje op te heffen en weer als knecht te gaan werken..
    Eén van zijn oudere broers regelt met de schuldeisers de schulden. Gerardus verhuurt zich als los werkman en probeert zo de kost te verdienen. Hij haalt bijvoorbeeld voor de melkrijder Aai van Winden bij boeren de kannen melk op en brengt ze met paard en wagen naar de melkfabriek van Toon de Leede, de zoon van Jan, in Schiedam. 's Winters is hij gekleed in een dikke, lange soldaten jas met bivakmuts, de handen in gebreide wanten met daarover door moeder Jans uit oudé dekens genaaide overwanten..
    Zoals gezegd, hebben Gerardus en zijn gezin het altijd zeer arm gehad. Dat geldt waarschijnlijk minder voor zijn drie broers, -Huib, Leen en Willem -, die een timmerzaak in Maasland hebben. Gerardus' zoon Willem kon zich nog de vernederende tochten herinneren, wanneer zijn vader met de handkar uit Kethel naar Maasland liep om bij zijn broers een paar mud aardappelen te halen, die hij van hen had gekregen. Later leent hij wel eens een paard-en-wagen om samen met één of meer van zijn kinderen aardappelen in Maasland te gaan halen..
    Omdat de boerderij van De Leede weer aan een boer verhuurd kan worden, verhuist in 1923 het gezin van Gerardus naar een huisje aan de Dijkhoornseweg in Den Hoorn. Deze verhuizing gaat per boot en omdat dat wel.
    een hele dag zal duren, heeft Jans in een grote ijzeren pot dikke rijstepap met suiker voor onderweg gemaakt. Over Gerardus gaat het, in de familie bekende, verhaal dat hij heel goed kon schaatsen; wat overigens zijn dood werd. Ondanks zijn 71 jaren gaat hij op zekere dag toch nog even 'zwieren '. Hij valt en loopt daarbij een zogenaamde beknelde breuk op, waaraan hij op 26 januari 1926 in een ziekenhuis in Delft overlijdt..
    Jansje Burger is geboren op 10 juli 1863 als het zesde en op één na jongste kind van Dirk Burger en Doortje de Gier. Zowel Tante Beth van Meurs-van der Ende (dochter van Jans Burger) als Tante Cor v.d. Meer-Burger (dochter van Piet Burger) weten nog enige aardige anekdotes over dit merkwaardige huwelijk van hun grootouders te vertellen..
    Dirk Burger is protestant en Doortje de Gier katholiek. Dat betekent dus een gemengd huwelijk. Dirk belooft bij het trouwen dat de kinderen katholiek opgevoed zullen worden. Maar als het eerste kind, Arend, geboren is, wordt het door de moeder van Dirk meegenomen en protestant gedoopt! Als enig kind blijft hij heel zijn leven protestant. Ook met zoon Piet zijn er problemen..
    Hij wordt pas op zijn vierde jaar katholiek(!) gedoopt. Dirk wordt in het dorp Naaldwijk "Leopold" genoemd, waarschijnlijk naar koning Leopold II van België. Dat zal dus wel betekenen dat hij een grote baard heeft. Het gedoe met het al dan niet dopen van zijn kinderen levert hem een scheldliedje op, dat luidt:.
    "Leopol, Leopol.
    ging met z'n kind op hol.
    toen zei Doortje de Gier:.
    Geef mijn zoontje hier!".
    Dirk werkt in het vlas. Alleen in de vlastijd heeft hij werk. De rest van het jaar scharrelt hij van alles bij elkaar. Als er geen geld is om eten te kopen, of wanneer Dirk ziek is, dan moet Doortje op haar pantoffels (meer heeft zij niet) gaan bedelen. Dirk steelt ook eens aardappelen, waarvoor hij naar de gevangenis moet. Ook dan moet Doortje maar zien hoe zij aan eten komt. In zo'n situatie kon zij zurig opmerken:.
    "Van vissen en vinken zal het vlees in de kuip niet gaan stinken "..
    Dirk Burger overlijdt op 29 maart 1884..
    Doortje de Gier, de dochter van een steenarme horlogemaker uit Zaltbommel die eerst in Den Haag en later in Naaldwijk zijn geluk beproeft, blijft met haar dochter Jans achter. Deze verzorgt haar tot zij op 13 januari 1900 in Naaldwijk overlijdt. Jans gaat dan, zoals we gezien hebben, bij haar zus Chris, die met haar man een uitspanning aan de Vlaardingse Ka heeft, wonen. Jans Burger overlijdt in Den Hoorn op 26 maart 1945. Uit dit huwelijk 4 kinderen., tr. (resp. 47 en 38 jaar oud) (2) te Vlaardinger-Ambacht [zh] op 8 feb 1902.
 
 


Dirk van der Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Dirk van der Ende, geb. circa 1903 (doodgeb.).

  • Vader:
    Gerardus van der Ende, zn. van Cornelis van den Ende (meestertimmerman) en Elisabeth van Leeuwen, geb. te Maasland [zh] op 11 sep 1854, boerenknecht, melkboer (1885-1916), ovl. (71 jaar oud) te Delft [zh] op 26 jan 1926, tr. (1) met Cornelia van Veen.
    In het plaatsje Kethel en Spaland wonen in 1869 1450 mensen. Een aantal van hen woont in het dorp zelf, rond de Ned. Hervormde kerk, die op een terp ligt. De overige inwoners wonen verspreid op boerderijen. Kethel is in de negentiende eeuw bekend om zijn arkensmesterijen. Het afval van de jeneverstokerijen in Schiedam, de zogenaamde spoeling, wordt vooral aan de boeren in Kethel verkocht. Deze mesten er hun varkens vet mee. Op de plaats waar de weg van Kethel naar Schiedam de 'Poldervaart' kruist, ongeveer ter hoogte van het huidige zwembad Groenoord, ligt de 'Steenen Brug'. Bij deze 'Steenen Brug' staan einde vorige eeuw enkele huisjes: een buurtje. Daar gaat na zijn huwelijk Gerardus van der Ende wonen..
    Gerardus wordt op 11 september 1854 in Maasland geboren als vierde kind van Cornelis van den Ende, maar als eerste kind van zijn tweede vrouw Elizabeth van Leeuwen. Uit de gegevens van de Burgerlijke Stand blijkt dat de vader Cees van den Ende heet, maar dat een aantal van zijn kinderen, waaronder Gerardus, van der Ende heet. Vanaf Gerardus heeft de familie de -r- in de naam..
    Op 30 april 1885 trouwt Gerardus met Cornelia van Veen, die op 10 september 1857 in Stompwijk is geboren. In het huwelijksregister van Kethel en Spaland lezen we:.
    "Op heden de 30 april zijn voor ons Ambtenaar van de Burgerlijke Stand der Gem. Kethel en Spaland verschenen ten einde een huwelijk aan te gaan Gerardus van der Ende oud 30 jaren van beroep boerenknecht, geboren te Maasland inwonende in deze gemeente meerderjarige zoon van Cornelis van den Ende van beroep timmerman, en van Elizabeth van Leeuwen echtelieden wonende te Maasland en Cornelia van Veen oud 27 jaren van beroep dienstbode geboren te Stompwijk inwonende in deze gemeente meerderjarige dochter van wijlen de echtelieden Cornelis van Veen en Cornelia Doesburg.
    Afkondiging 12 en 19 April.
    Getuigen Cornelis Lansbergen oud 76 jaren veehouder binnen Kethel, Petrus Lansbergen oud 66 jaren veehouder binnen Kethel, Petrus van Beurden oud 32 jaren wagenmaker"..
    Gerardus en Cornelia (Kee) gaan dus bij de 'Steenen Brug' in Kethel wonen. Het adres luidt Steenenbrug, Wijk A nr. 172..
    Zij krijgen vier kinderen..
    Op 25 maart 1901 overlijdt in Kethel Cornelia van Veen. Cornelia heeft suikerziekte en het ziekteproces voltrekt zich zo snel dat er in de volksmond van" suikertering" wordt gesproken. Ook haar jongste zoon Arie heeft heel zijn leven getobd met de gevolgen van suikerziekte. Net als zijn vader blijft Gerardus achter met een aantal kleine kinderen. Hij zoekt een vrouw en vindt deze in Jans Burger, die in Naaldwijk op 10 juli 1863 is geboren. Jans die al 38 jaar is, heeft haar moeder verzorgd. Na diens overlijden gaat Jans bij haar zus Christina (en haar man Jaap Schenkeveld) aan de Vlaardingse Ka wonen. Zondags gaat zij naar de kerk in Kethel. Zo heeft Gerardus haar voor het eerst gezien, want "Is daar niets te bidden, dan is er wel wat te mikken of te kikken ", zoals een oud Westlands gezegde luidt. Als hij haar hand gaat vragen, blijkt hij één van de drie te zijn. Hoewel Jans niet veel zin heeft in trouwen, kiest zij toch Gerardus. Op 8 februari 1902 trouwen zij in Vlaardinger Ambacht. Als zijn zoon Cornelis Wil- helmus later trouwt met Theodora Burger, dan is dat met het nichtje van zijn stiefmoeder. Theodora noemt haar dan ook altijd Tante Jans..
    Gerardus en Jans Burger krijgen nog vier kinderen..
    Zo op het eerste gezicht heeft Gerardus geen vrolijke jeugd gekend. Als hij zes jaar is gaat hij het huis uit en wordt uitbesteed bij familie Van Leeuwen in de "Gaag". De Gaag is, zoals we al eerder gezien hebben een water, een aftakking van de Vlaardingse Vaart, waarlangs vele boerderijen liggen. Hij loopt vanaf Schipluiden in de richting van "Het Scheur", nu de Nieuwe Waterweg. Het gebied waar de Oostgaag zich splitst in de Westgaag en de Zuidgaag wordt "De Gaag" genoemd. De familie Van Leeuwen heeft maar één zoontje en Gerardus wordt als een soort "gezelschapsbroertje" in het gezin opgenomen. Omdat hij zo vele jaren uit het ouderlijk huis is en misschien ook omdat hij maar een halfbroertje is, wordt hij nogal gepest door zijn oudere zus en twee broers. Jongste dochter Beth weet dat in 1995 nog met verve te vertellen!.
    Op zijn twaalfde jaar gaat hij van school en blijft dan tot zijn militaire-diensttijd boerenknecht. Na zijn diensttijd, die hij in Delft doorbrengt, gaat hij als boerenknecht werken op een boerderij in Abtswoude (Papsou). Maar in 1876 zien we hem terug in Kethel, nu als boerenknecht bij C. Lansbergen. Daar blijft hij ongeveer negen jaar. Uit deze tijd moet de anekdote stammen van opa-op-vrijersvoeten..
    Gerardus ontmoet op de Rotterdamse kermis een "meid" uit Bleiswijk. Nadat ze uitgeweest zijn, brengt hij haar naar huis, lopend dus van Rotterdam naar Bleiswijk. Daarna loopt hij weer terug en is precies op tijd, 's morgens om vier uur, om met het melken van de koeien te beginnen. Gerardus en Cornelia van Veen werken beiden op de boerderij van C. Lansbergen. Daar zullen zij elkaar dus ook wel ontmoet hebben. De knecht trouwt met de meid en de boer is getuige bij het huwelijk!.
    Van 1885 tot 1916 is hij in Kethel melkboer met eigen koeien ofwel koopman in melk, boter en kaas! Het gezin woont dan in het zogenaamde "kleine spul", naast het café van Van Dam bij de Steenen Brug. Oorspronkelijk is het café gevestigd in een benedenhuis met een schuin dak, maar later wordt er een etage opgezet. Op de prentbriefkaart van de Steenenbrug is duidelijk het markante gebouw te zien..
    Gerardus gebruikt bij het uitventen van de melk en boter langs de deur een hondekar. Zijn jongste dochter Beth herinnert zich nog een grote (lieve!) hond met de naam Pluto. Behalve het trekken van de kar, moet de hond ook de karnmolen aandrijven. Langs de muur van het boenhok is een tredmolen gemaakt, waarin de hond eindeloos rondjes loopt. De boter die Jans maakt (kneedt), vent Gerardus uit..
    Rond 1910 raakt Gerardus zijn grasland kwijt. Het gezin moet dan verhuizen naar de boerderij van Jan de Leede. Zoals Beth formuleert: "Toen begon de grote narigheid! ". De boerderij van De Leede staat dicht. bij de molen van Bregman. Gerardus en zijn gezin gaan in het achterste deel van de boerderij wonen, bestaande uit de opkamer, de huiskamer waar alleen in de zomer geleefd wordt en een keuken die grenst aan het boenhok. Op de zolder wordt geslapen..
    Boer Jan de Leede heeft zijn koeien opgeruimd, zodat Gerardus zijn koeien daar op stal kan zetten. Maar dan komt er een tijd dat de koeien te weinig melk geven. Gerardus moet zelfs elders melk gaan inkopen, waardoor zijn winst slinkt tot een halve cent per verkochte liter. In 1916 zijn de schulden zo hoog opgelopen dat, volgens mondelinge overlevering, zelfs de spaarpotten van de kinderen geplunderd worden. Er blijft niets anders over dan de overgebleven koeien te verkopen, het marginale bedrijfje op te heffen en weer als knecht te gaan werken..
    Eén van zijn oudere broers regelt met de schuldeisers de schulden. Gerardus verhuurt zich als los werkman en probeert zo de kost te verdienen. Hij haalt bijvoorbeeld voor de melkrijder Aai van Winden bij boeren de kannen melk op en brengt ze met paard en wagen naar de melkfabriek van Toon de Leede, de zoon van Jan, in Schiedam. 's Winters is hij gekleed in een dikke, lange soldaten jas met bivakmuts, de handen in gebreide wanten met daarover door moeder Jans uit oudé dekens genaaide overwanten..
    Zoals gezegd, hebben Gerardus en zijn gezin het altijd zeer arm gehad. Dat geldt waarschijnlijk minder voor zijn drie broers, -Huib, Leen en Willem -, die een timmerzaak in Maasland hebben. Gerardus' zoon Willem kon zich nog de vernederende tochten herinneren, wanneer zijn vader met de handkar uit Kethel naar Maasland liep om bij zijn broers een paar mud aardappelen te halen, die hij van hen had gekregen. Later leent hij wel eens een paard-en-wagen om samen met één of meer van zijn kinderen aardappelen in Maasland te gaan halen..
    Omdat de boerderij van De Leede weer aan een boer verhuurd kan worden, verhuist in 1923 het gezin van Gerardus naar een huisje aan de Dijkhoornseweg in Den Hoorn. Deze verhuizing gaat per boot en omdat dat wel.
    een hele dag zal duren, heeft Jans in een grote ijzeren pot dikke rijstepap met suiker voor onderweg gemaakt. Over Gerardus gaat het, in de familie bekende, verhaal dat hij heel goed kon schaatsen; wat overigens zijn dood werd. Ondanks zijn 71 jaren gaat hij op zekere dag toch nog even 'zwieren '. Hij valt en loopt daarbij een zogenaamde beknelde breuk op, waaraan hij op 26 januari 1926 in een ziekenhuis in Delft overlijdt..
    Jansje Burger is geboren op 10 juli 1863 als het zesde en op één na jongste kind van Dirk Burger en Doortje de Gier. Zowel Tante Beth van Meurs-van der Ende (dochter van Jans Burger) als Tante Cor v.d. Meer-Burger (dochter van Piet Burger) weten nog enige aardige anekdotes over dit merkwaardige huwelijk van hun grootouders te vertellen..
    Dirk Burger is protestant en Doortje de Gier katholiek. Dat betekent dus een gemengd huwelijk. Dirk belooft bij het trouwen dat de kinderen katholiek opgevoed zullen worden. Maar als het eerste kind, Arend, geboren is, wordt het door de moeder van Dirk meegenomen en protestant gedoopt! Als enig kind blijft hij heel zijn leven protestant. Ook met zoon Piet zijn er problemen..
    Hij wordt pas op zijn vierde jaar katholiek(!) gedoopt. Dirk wordt in het dorp Naaldwijk "Leopold" genoemd, waarschijnlijk naar koning Leopold II van België. Dat zal dus wel betekenen dat hij een grote baard heeft. Het gedoe met het al dan niet dopen van zijn kinderen levert hem een scheldliedje op, dat luidt:.
    "Leopol, Leopol.
    ging met z'n kind op hol.
    toen zei Doortje de Gier:.
    Geef mijn zoontje hier!".
    Dirk werkt in het vlas. Alleen in de vlastijd heeft hij werk. De rest van het jaar scharrelt hij van alles bij elkaar. Als er geen geld is om eten te kopen, of wanneer Dirk ziek is, dan moet Doortje op haar pantoffels (meer heeft zij niet) gaan bedelen. Dirk steelt ook eens aardappelen, waarvoor hij naar de gevangenis moet. Ook dan moet Doortje maar zien hoe zij aan eten komt. In zo'n situatie kon zij zurig opmerken:.
    "Van vissen en vinken zal het vlees in de kuip niet gaan stinken "..
    Dirk Burger overlijdt op 29 maart 1884..
    Doortje de Gier, de dochter van een steenarme horlogemaker uit Zaltbommel die eerst in Den Haag en later in Naaldwijk zijn geluk beproeft, blijft met haar dochter Jans achter. Deze verzorgt haar tot zij op 13 januari 1900 in Naaldwijk overlijdt. Jans gaat dan, zoals we gezien hebben, bij haar zus Chris, die met haar man een uitspanning aan de Vlaardingse Ka heeft, wonen. Jans Burger overlijdt in Den Hoorn op 26 maart 1945. Uit dit huwelijk 4 kinderen., tr. (resp. 47 en 38 jaar oud) (2) te Vlaardinger-Ambacht [zh] op 8 feb 1902.
 
 


Elisabeth van der Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Elisabeth van der Ende, geb. op 28 feb 1909.

  • Vader:
    Gerardus van der Ende, zn. van Cornelis van den Ende (meestertimmerman) en Elisabeth van Leeuwen, geb. te Maasland [zh] op 11 sep 1854, boerenknecht, melkboer (1885-1916), ovl. (71 jaar oud) te Delft [zh] op 26 jan 1926, tr. (1) met Cornelia van Veen.
    In het plaatsje Kethel en Spaland wonen in 1869 1450 mensen. Een aantal van hen woont in het dorp zelf, rond de Ned. Hervormde kerk, die op een terp ligt. De overige inwoners wonen verspreid op boerderijen. Kethel is in de negentiende eeuw bekend om zijn arkensmesterijen. Het afval van de jeneverstokerijen in Schiedam, de zogenaamde spoeling, wordt vooral aan de boeren in Kethel verkocht. Deze mesten er hun varkens vet mee. Op de plaats waar de weg van Kethel naar Schiedam de 'Poldervaart' kruist, ongeveer ter hoogte van het huidige zwembad Groenoord, ligt de 'Steenen Brug'. Bij deze 'Steenen Brug' staan einde vorige eeuw enkele huisjes: een buurtje. Daar gaat na zijn huwelijk Gerardus van der Ende wonen.
    Gerardus wordt op 11 september 1854 in Maasland geboren als vierde kind van Cornelis van den Ende, maar als eerste kind van zijn tweede vrouw Elizabeth van Leeuwen. Uit de gegevens van de Burgerlijke Stand blijkt dat de vader Cees van den Ende heet, maar dat een aantal van zijn kinderen, waaronder Gerardus, van der Ende heet. Vanaf Gerardus heeft de familie de -r- in de naam.
    Op 30 april 1885 trouwt Gerardus met Cornelia van Veen, die op 10 september 1857 in Stompwijk is geboren. In het huwelijksregister van Kethel en Spaland lezen we:.
    "Op heden de 30 april zijn voor ons Ambtenaar van de Burgerlijke Stand der Gem. Kethel en Spaland verschenen ten einde een huwelijk aan te gaan Gerardus van der Ende oud 30 jaren van beroep boerenknecht, geboren te Maasland inwonende in deze gemeente meerderjarige zoon van Cornelis van den Ende van beroep timmerman, en van Elizabeth van Leeuwen echtelieden wonende te Maasland en Cornelia van Veen oud 27 jaren van beroep dienstbode geboren te Stompwijk inwonende in deze gemeente meerderjarige dochter van wijlen de echtelieden Cornelis van Veen en Cornelia Doesburg.
    Afkondiging 12 en 19 April.
    Getuigen Cornelis Lansbergen oud 76 jaren veehouder binnen Kethel, Petrus Lansbergen oud 66 jaren veehouder binnen Kethel, Petrus van Beurden oud 32 jaren wagenmaker".
    Gerardus en Cornelia (Kee) gaan dus bij de 'Steenen Brug' in Kethel wonen. Het adres luidt Steenenbrug, Wijk A nr. 172.
    Zij krijgen vier kinderen.
    Op 25 maart 1901 overlijdt in Kethel Cornelia van Veen. Cornelia heeft suikerziekte en het ziekteproces voltrekt zich zo snel dat er in de volksmond van" suikertering" wordt gesproken. Ook haar jongste zoon Arie heeft heel zijn leven getobd met de gevolgen van suikerziekte. Net als zijn vader blijft Gerardus achter met een aantal kleine kinderen. Hij zoekt een vrouw en vindt deze in Jans Burger, die in Naaldwijk op 10 juli 1863 is geboren. Jans die al 38 jaar is, heeft haar moeder verzorgd. Na diens overlijden gaat Jans bij haar zus Christina (en haar man Jaap Schenkeveld) aan de Vlaardingse Ka wonen. Zondags gaat zij naar de kerk in Kethel. Zo heeft Gerardus haar voor het eerst gezien, want "Is daar niets te bidden, dan is er wel wat te mikken of te kikken ", zoals een oud Westlands gezegde luidt. Als hij haar hand gaat vragen, blijkt hij één van de drie te zijn. Hoewel Jans niet veel zin heeft in trouwen, kiest zij toch Gerardus. Op 8 februari 1902 trouwen zij in Vlaardinger Ambacht. Als zijn zoon Cornelis Wil- helmus later trouwt met Theodora Burger, dan is dat met het nichtje van zijn stiefmoeder. Theodora noemt haar dan ook altijd Tante Jans.
    Gerardus en Jans Burger krijgen nog vier kinderen.
    Zo op het eerste gezicht heeft Gerardus geen vrolijke jeugd gekend. Als hij zes jaar is gaat hij het huis uit en wordt uitbesteed bij familie Van Leeuwen in de "Gaag". De Gaag is, zoals we al eerder gezien hebben een water, een aftakking van de Vlaardingse Vaart, waarlangs vele boerderijen liggen. Hij loopt vanaf Schipluiden in de richting van "Het Scheur", nu de Nieuwe Waterweg. Het gebied waar de Oostgaag zich splitst in de Westgaag en de Zuidgaag wordt "De Gaag" genoemd. De familie Van Leeuwen heeft maar één zoontje en Gerardus wordt als een soort "gezelschapsbroertje" in het gezin opgenomen. Omdat hij zo vele jaren uit het ouderlijk huis is en misschien ook omdat hij maar een halfbroertje is, wordt hij nogal gepest door zijn oudere zus en twee broers. Jongste dochter Beth weet dat in 1995 nog met verve te vertellen!.
    Op zijn twaalfde jaar gaat hij van school en blijft dan tot zijn militaire-diensttijd boerenknecht. Na zijn diensttijd, die hij in Delft doorbrengt, gaat hij als boerenknecht werken op een boerderij in Abtswoude (Papsou). Maar in 1876 zien we hem terug in Kethel, nu als boerenknecht bij C. Lansbergen. Daar blijft hij ongeveer negen jaar. Uit deze tijd moet de anekdote stammen van opa-op-vrijersvoeten.
    Gerardus ontmoet op de Rotterdamse kermis een "meid" uit Bleiswijk. Nadat ze uitgeweest zijn, brengt hij haar naar huis, lopend dus van Rotterdam naar Bleiswijk. Daarna loopt hij weer terug en is precies op tijd, 's morgens om vier uur, om met het melken van de koeien te beginnen. Gerardus en Cornelia van Veen werken beiden op de boerderij van C. Lansbergen. Daar zullen zij elkaar dus ook wel ontmoet hebben. De knecht trouwt met de meid en de boer is getuige bij het huwelijk!.
    Van 1885 tot 1916 is hij in Kethel melkboer met eigen koeien ofwel koopman in melk, boter en kaas! Het gezin woont dan in het zogenaamde "kleine spul", naast het café van Van Dam bij de Steenen Brug. Oorspronkelijk is het café gevestigd in een benedenhuis met een schuin dak, maar later wordt er een etage opgezet. Op de prentbriefkaart van de Steenenbrug is duidelijk het markante gebouw te zien.
    Gerardus gebruikt bij het uitventen van de melk en boter langs de deur een hondekar. Zijn jongste dochter Beth herinnert zich nog een grote (lieve!) hond met de naam Pluto. Behalve het trekken van de kar, moet de hond ook de karnmolen aandrijven. Langs de muur van het boenhok is een tredmolen gemaakt, waarin de hond eindeloos rondjes loopt. De boter die Jans maakt (kneedt), vent Gerardus uit.
    Rond 1910 raakt Gerardus zijn grasland kwijt. Het gezin moet dan verhuizen naar de boerderij van Jan de Leede. Zoals Beth formuleert: "Toen begon de grote narigheid! ". De boerderij van De Leede staat dicht. bij de molen van Bregman. Gerardus en zijn gezin gaan in het achterste deel van de boerderij wonen, bestaande uit de opkamer, de huiskamer waar alleen in de zomer geleefd wordt en een keuken die grenst aan het boenhok. Op de zolder wordt geslapen.
    Boer Jan de Leede heeft zijn koeien opgeruimd, zodat Gerardus zijn koeien daar op stal kan zetten. Maar dan komt er een tijd dat de koeien te weinig melk geven. Gerardus moet zelfs elders melk gaan inkopen, waardoor zijn winst slinkt tot een halve cent per verkochte liter. In 1916 zijn de schulden zo hoog opgelopen dat, volgens mondelinge overlevering, zelfs de spaarpotten van de kinderen geplunderd worden. Er blijft niets anders over dan de overgebleven koeien te verkopen, het marginale bedrijfje op te heffen en weer als knecht te gaan werken.
    Eén van zijn oudere broers regelt met de schuldeisers de schulden. Gerardus verhuurt zich als los werkman en probeert zo de kost te verdienen. Hij haalt bijvoorbeeld voor de melkrijder Aai van Winden bij boeren de kannen melk op en brengt ze met paard en wagen naar de melkfabriek van Toon de Leede, de zoon van Jan, in Schiedam. 's Winters is hij gekleed in een dikke, lange soldaten jas met bivakmuts, de handen in gebreide wanten met daarover door moeder Jans uit oudé dekens genaaide overwanten.
    Zoals gezegd, hebben Gerardus en zijn gezin het altijd zeer arm gehad. Dat geldt waarschijnlijk minder voor zijn drie broers, -Huib, Leen en Willem -, die een timmerzaak in Maasland hebben. Gerardus' zoon Willem kon zich nog de vernederende tochten herinneren, wanneer zijn vader met de handkar uit Kethel naar Maasland liep om bij zijn broers een paar mud aardappelen te halen, die hij van hen had gekregen. Later leent hij wel eens een paard-en-wagen om samen met één of meer van zijn kinderen aardappelen in Maasland te gaan halen.
    Omdat de boerderij van De Leede weer aan een boer verhuurd kan worden, verhuist in 1923 het gezin van Gerardus naar een huisje aan de Dijkhoornseweg in Den Hoorn. Deze verhuizing gaat per boot en omdat dat wel.
    een hele dag zal duren, heeft Jans in een grote ijzeren pot dikke rijstepap met suiker voor onderweg gemaakt. Over Gerardus gaat het, in de familie bekende, verhaal dat hij heel goed kon schaatsen; wat overigens zijn dood werd. Ondanks zijn 71 jaren gaat hij op zekere dag toch nog even 'zwieren '. Hij valt en loopt daarbij een zogenaamde beknelde breuk op, waaraan hij op 26 januari 1926 in een ziekenhuis in Delft overlijdt.
    Jansje Burger is geboren op 10 juli 1863 als het zesde en op één na jongste kind van Dirk Burger en Doortje de Gier. Zowel Tante Beth van Meurs-van der Ende (dochter van Jans Burger) als Tante Cor v.d. Meer-Burger (dochter van Piet Burger) weten nog enige aardige anekdotes over dit merkwaardige huwelijk van hun grootouders te vertellen.
    Dirk Burger is protestant en Doortje de Gier katholiek. Dat betekent dus een gemengd huwelijk. Dirk belooft bij het trouwen dat de kinderen katholiek opgevoed zullen worden. Maar als het eerste kind, Arend, geboren is, wordt het door de moeder van Dirk meegenomen en protestant gedoopt! Als enig kind blijft hij heel zijn leven protestant. Ook met zoon Piet zijn er problemen.
    Hij wordt pas op zijn vierde jaar katholiek(!) gedoopt. Dirk wordt in het dorp Naaldwijk "Leopold" genoemd, waarschijnlijk naar koning Leopold II van België. Dat zal dus wel betekenen dat hij een grote baard heeft. Het gedoe met het al dan niet dopen van zijn kinderen levert hem een scheldliedje op, dat luidt:.
    "Leopol, Leopol.
    ging met z'n kind op hol.
    toen zei Doortje de Gier:.
    Geef mijn zoontje hier!".
    Dirk werkt in het vlas. Alleen in de vlastijd heeft hij werk. De rest van het jaar scharrelt hij van alles bij elkaar. Als er geen geld is om eten te kopen, of wanneer Dirk ziek is, dan moet Doortje op haar pantoffels (meer heeft zij niet) gaan bedelen. Dirk steelt ook eens aardappelen, waarvoor hij naar de gevangenis moet. Ook dan moet Doortje maar zien hoe zij aan eten komt. In zo'n situatie kon zij zurig opmerken:.
    "Van vissen en vinken zal het vlees in de kuip niet gaan stinken ".
    Dirk Burger overlijdt op 29 maart 1884.
    Doortje de Gier, de dochter van een steenarme horlogemaker uit Zaltbommel die eerst in Den Haag en later in Naaldwijk zijn geluk beproeft, blijft met haar dochter Jans achter. Deze verzorgt haar tot zij op 13 januari 1900 in Naaldwijk overlijdt. Jans gaat dan, zoals we gezien hebben, bij haar zus Chris, die met haar man een uitspanning aan de Vlaardingse Ka heeft, wonen. Jans Burger overlijdt in Den Hoorn op 26 maart 1945. Uit dit huwelijk 4 kinderen, tr. (resp. 47 en 38 jaar oud) (2) te Vlaardinger-Ambacht [zh] op 8 feb 1902.
 
 

tr. te Schipluiden [zh]
met

Cornelis van Meurs, geb. circa 1908, tuinarbeider


Cornelis van Meurs
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Cornelis van Meurs, geb. circa 1908, tuinarbeider.

tr. te Schipluiden [zh]
met

Elisabeth van der Ende, dr. van Gerardus van der Ende (boerenknecht, melkboer (1885-1916)) en Joanna (Jansje) Burger, geb. op 28 feb 1909

Adriana van den Bulk
 
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Adriana van den Bulk, geb. te Berkel en Rodenrijs [zh] op 4 aug 1874, ovl. (67 jaar oud) te Delft [zh] op 11 okt 1941.

tr. (resp. 25 en 26 jaar oud) te Vrijenban [zh] op 29 nov 1899
met

Leonardus Jacobus van den Ende, zn. van Huibregt van der Ende (bouwman) en Adriana Hofstede, geb. te Maasland [zh] op 11 jun 1873, ovl. (68 jaar oud) te Delft [zh] op 20 nov 1941.

 

Uit dit huwelijk 9 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriana*1900 Hof van Delft [zh] †1975 Delft [zh] 74
Maria*1902 Hof van Delft [zh] †1958 Delft [zh] 56
Huberta*1903 Hof van Delft [zh]    
Gerarda*1905 Hof van Delft [zh] †1986 Delft [zh] 81
Cornelia*1906 Hof van Delft [zh] †1907 Hof van Delft [zh] 0
Hubertus*1908 Hof van Delft [zh]    
Catharina*1910 Hof van Delft [zh] †1927 Delft [zh] 16
Gerardus*1912 Hof van Delft [zh] †1913 Hof van Delft [zh] 1
Cornelia*1914 Hof van Delft [zh]    


Gerardus van den Bulk
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Gerardus van den Bulk.

tr.
met

Maria Noordermeer.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriana*1874 Berkel en Rodenrijs [zh] †1941 Delft [zh] 67


Maria Noordermeer
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Maria Noordermeer.

tr.
met

Gerardus van den Bulk.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriana*1874 Berkel en Rodenrijs [zh] †1941 Delft [zh] 67


Adriana Gijsberta Maria van den Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Adriana Gijsberta Maria van den Ende, geb. te Hof van Delft [zh] op 2 nov 1900, ovl. (74 jaar oud) te Delft [zh] op 18 mrt 1975.

 
 


Maria Gerarda Anthonia van den Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Maria Gerarda Anthonia van den Ende, geb. te Hof van Delft [zh] op 5 jan 1902, ovl. (56 jaar oud) te Delft [zh] op 12 apr 1958.

 
 

tr. (beiden 27 jaar oud) (1) te Delft [zh] op 17 jun 1929
met

Samuel Drevers, zn. van Samuel Drevers (losman, zeepzieder) en Brigitta Verdonk (dienstbode), geb. te 's-Gravenhage [zh] op 23 jan 1902, ovl. (41 jaar oud) te Kassel [he, Duitsland] op 9 jul 1943.
bij het huwelijk van zijn ouders werd Samuel, geboren 23-1-1902 erkend. Samuel overleed op 9-7-1943 te Kassel in Duitsland en daar werd op 22-6-1946 te Delft aangifte van gedaan.

tr. (2)
met

Gerard de Jong


Samuel Drevers
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Samuel Drevers, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 23 jan 1902, ovl. (41 jaar oud) te Kassel [he, Duitsland] op 9 jul 1943.

tr. (beiden 27 jaar oud) te Delft [zh] op 17 jun 1929
met

Maria Gerarda Anthonia van den Ende, dr. van Leonardus Jacobus van den Ende en Adriana van den Bulk, geb. te Hof van Delft [zh] op 5 jan 1902, ovl. (56 jaar oud) te Delft [zh] op 12 apr 1958, tr. (2) met Gerard de Jong.
bij het huwelijk van zijn ouders werd Samuel, geboren 23-1-1902 erkend. Samuel overleed op 9-7-1943 te Kassel in Duitsland en daar werd op 22-6-1946 te Delft aangifte van gedaan. Uit dit huwelijk geen kinderen


Samuel Drevers
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Samuel Drevers, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 13 sep 1875, losman, zeepzieder.

tr. (beiden 26 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 30 apr 1902
met

Brigitta Verdonk, geb. te Zesgehuchten [nb] op 1 feb 1876, dienstbode, ovl. (35 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 12 sep 1911.
Woonde in 1897 in de Wagenaarstraat 46 te Amsterdam alwaar ze werkzaam was als dienstbode. Ze kwam toen van Den Bosch en vertrok een jaar later weer naar Den Bosch.
Bij haar huwelijk werd hun kind Samuel, geboren 23-1-1902 erkend.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Samuel*1902 's-Gravenhage [zh] †1943 Kassel [he, Duitsland] 41


Brigitta Verdonk
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Brigitta Verdonk, geb. te Zesgehuchten [nb] op 1 feb 1876, dienstbode, ovl. (35 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 12 sep 1911.

tr. (beiden 26 jaar oud) te 's-Gravenhage [zh] op 30 apr 1902
met

Samuel Drevers, geb. te 's-Gravenhage [zh] op 13 sep 1875, losman, zeepzieder.
Woonde in 1897 in de Wagenaarstraat 46 te Amsterdam alwaar ze werkzaam was als dienstbode. Ze kwam toen van Den Bosch en vertrok een jaar later weer naar Den Bosch.
Bij haar huwelijk werd hun kind Samuel, geboren 23-1-1902 erkend.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Samuel*1902 's-Gravenhage [zh] †1943 Kassel [he, Duitsland] 41


Huberta Adriana Maria van den Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Huberta Adriana Maria van den Ende, geb. te Hof van Delft [zh] op 5 aug 1903.

 
 

tr. (resp. 24 en ongeveer 28 jaar oud) te Delft [zh] op 24 aug 1927
met

Johannes Baptist Hubertus Galjé, zn. van Johannes Baptist Hubertus Galjé en Johanna Franciscua Lauber, geb. te Zaandam [nh] circa 1899


Johannes Baptist Hubertus Galjé
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Johannes Baptist Hubertus Galjé, geb. te Zaandam [nh] circa 1899.

tr. (resp. ongeveer 28 en 24 jaar oud) te Delft [zh] op 24 aug 1927
met

Huberta Adriana Maria van den Ende, dr. van Leonardus Jacobus van den Ende en Adriana van den Bulk, geb. te Hof van Delft [zh] op 5 aug 1903