Het geslacht Van de Burgt , Seekles, van den Ende en Jans(s)en
Wilhelmus Johannes van der Kolk
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Wilhelmus Johannes van der Kolk.

tr.
met

Anna Susanna Veenker.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerhardus*1917 Emmen [dr]    


Anna Susanna Veenker
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Anna Susanna Veenker.

tr.
met

Wilhelmus Johannes van der Kolk.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerhardus*1917 Emmen [dr]    


Johannes Hubertus van der Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Johannes Hubertus van der Ende, geb. te Delft [zh] op 30 mrt 1923, ovl. (75 jaar oud) te Delft [zh] op 28 jan 1999.

tr. (resp. 26 en 20 jaar oud) te Delft [zh] op 2 nov 1949
met

Maria Geertruida Wubben, dr. van Theodorus Arnoldus Wubben en Maria Adriana de Kok, geb. te Naaldwijk [zh] op 27 jul 1929, ovl. (71 jaar oud) te Delft [zh] op 9 apr 2001.

Uit dit huwelijk een kind:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Afgeschermd Delft [zh]    


Maria Geertruida Wubben
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Maria Geertruida Wubben, geb. te Naaldwijk [zh] op 27 jul 1929, ovl. (71 jaar oud) te Delft [zh] op 9 apr 2001.

tr. (resp. 20 en 26 jaar oud) te Delft [zh] op 2 nov 1949
met

Johannes Hubertus van der Ende, zn. van Cornelis Albertus van der Ende (pakhuisknecht) en Cornelia Elisabeth Post, geb. te Delft [zh] op 30 mrt 1923, ovl. (75 jaar oud) te Delft [zh] op 28 jan 1999.

Uit dit huwelijk een kind:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Afgeschermd Delft [zh]    


Theodorus Arnoldus Wubben
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Theodorus Arnoldus Wubben.

tr.
met

Maria Adriana de Kok.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1929 Naaldwijk [zh] †2001 Delft [zh] 71


Maria Adriana de Kok
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Maria Adriana de Kok.

tr.
met

Theodorus Arnoldus Wubben.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1929 Naaldwijk [zh] †2001 Delft [zh] 71


Afgeschermd
Afgeschermd.

relatie
met

Afgeschermd, kind van Afgeschermd en Afgeschermd


Afgeschermd
Afgeschermd.

relatie
met

Afgeschermd, kind van Johannes Hubertus van der Ende en Maria Geertruida Wubben


Afgeschermd
Afgeschermd.

relatie
met

Afgeschermd.

Uit dit huwelijk een kind:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Afgeschermd Rijswijk [zh]    


Afgeschermd
Afgeschermd.

relatie
met

Afgeschermd.

Uit dit huwelijk een kind:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Afgeschermd Rijswijk [zh]    


Afgeschermd
Afgeschermd.

relatie
met

Afgeschermd, kind van Hubertus Hendricus van Wingerden en Maria Cornelia van der Ven


Afgeschermd
Afgeschermd.

relatie
met

Afgeschermd, kind van Cornelis Albertus van der Ende (pakhuisknecht) en Cornelia Elisabeth Post


Hubertus Hendricus van Wingerden
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Hubertus Hendricus van Wingerden, geb. te Delft [zh] op 21 okt 1898.

tr. (resp. 25 en 26 jaar oud) te Schipluiden [zh] op 4 jun 1924
met

Maria Cornelia van der Ven, geb. te Hof van Delft [zh] op 21 jan 1898.

Uit dit huwelijk een kind:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Afgeschermd Delft [zh]    


Maria Cornelia van der Ven
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Maria Cornelia van der Ven, geb. te Hof van Delft [zh] op 21 jan 1898.

tr. (resp. 26 en 25 jaar oud) te Schipluiden [zh] op 4 jun 1924
met

Hubertus Hendricus van Wingerden, geb. te Delft [zh] op 21 okt 1898.

Uit dit huwelijk een kind:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Afgeschermd Delft [zh]    


Afgeschermd
Afgeschermd.

relatie
met

Afgeschermd, kind van Petrus Theodorus Nass en Theodora Verhoeven


Afgeschermd
Afgeschermd.

relatie
met

Afgeschermd, kind van Cornelis Albertus van der Ende (pakhuisknecht) en Cornelia Elisabeth Post


Petrus Theodorus Nass
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Petrus Theodorus Nass, geb. te Muhlheim [he, Duitsland] op 10 okt 1902, ovl. (68 jaar oud) te Duiven [ge] op 17 mei 1971.

tr. (resp. 27 en 24 jaar oud) te Duiven [ge] op 13 nov 1929
met

Theodora Verhoeven, geb. te Renkum [ge] op 24 dec 1904.

Uit dit huwelijk een kind:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Afgeschermd Duiven [ge]    


Theodora Verhoeven
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Theodora Verhoeven, geb. te Renkum [ge] op 24 dec 1904.

tr. (resp. 24 en 27 jaar oud) te Duiven [ge] op 13 nov 1929
met

Petrus Theodorus Nass, geb. te Muhlheim [he, Duitsland] op 10 okt 1902, ovl. (68 jaar oud) te Duiven [ge] op 17 mei 1971.

Uit dit huwelijk een kind:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Afgeschermd Duiven [ge]    


Cornelis Wilhelmus van der Ende
 
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Cornelis Wilhelmus (Willem) van der Ende, geb. te Kethel en Spaland [zh] op 14 feb 1891, bode in Pijnacker, ovl. (78 jaar oud) te Pijnacker [zh] op 18 mrt 1969.

  • Vader:
    Gerardus van der Ende, zn. van Cornelis van den Ende (meestertimmerman) en Elisabeth van Leeuwen, geb. te Maasland [zh] op 11 sep 1854, boerenknecht, melkboer (1885-1916), ovl. (71 jaar oud) te Delft [zh] op 26 jan 1926, tr. (2) met Joanna (Jansje) Burger.
    In het plaatsje Kethel en Spaland wonen in 1869 1450 mensen. Een aantal van hen woont in het dorp zelf, rond de Ned. Hervormde kerk, die op een terp ligt. De overige inwoners wonen verspreid op boerderijen. Kethel is in de negentiende eeuw bekend om zijn arkensmesterijen. Het afval van de jeneverstokerijen in Schiedam, de zogenaamde spoeling, wordt vooral aan de boeren in Kethel verkocht. Deze mesten er hun varkens vet mee. Op de plaats waar de weg van Kethel naar Schiedam de 'Poldervaart' kruist, ongeveer ter hoogte van het huidige zwembad Groenoord, ligt de 'Steenen Brug'. Bij deze 'Steenen Brug' staan einde vorige eeuw enkele huisjes: een buurtje. Daar gaat na zijn huwelijk Gerardus van der Ende wonen.
    Gerardus wordt op 11 september 1854 in Maasland geboren als vierde kind van Cornelis van den Ende, maar als eerste kind van zijn tweede vrouw Elizabeth van Leeuwen. Uit de gegevens van de Burgerlijke Stand blijkt dat de vader Cees van den Ende heet, maar dat een aantal van zijn kinderen, waaronder Gerardus, van der Ende heet. Vanaf Gerardus heeft de familie de -r- in de naam.
    Op 30 april 1885 trouwt Gerardus met Cornelia van Veen, die op 10 september 1857 in Stompwijk is geboren. In het huwelijksregister van Kethel en Spaland lezen we:.
    "Op heden de 30 april zijn voor ons Ambtenaar van de Burgerlijke Stand der Gem. Kethel en Spaland verschenen ten einde een huwelijk aan te gaan Gerardus van der Ende oud 30 jaren van beroep boerenknecht, geboren te Maasland inwonende in deze gemeente meerderjarige zoon van Cornelis van den Ende van beroep timmerman, en van Elizabeth van Leeuwen echtelieden wonende te Maasland en Cornelia van Veen oud 27 jaren van beroep dienstbode geboren te Stompwijk inwonende in deze gemeente meerderjarige dochter van wijlen de echtelieden Cornelis van Veen en Cornelia Doesburg.
    Afkondiging 12 en 19 April.
    Getuigen Cornelis Lansbergen oud 76 jaren veehouder binnen Kethel, Petrus Lansbergen oud 66 jaren veehouder binnen Kethel, Petrus van Beurden oud 32 jaren wagenmaker".
    Gerardus en Cornelia (Kee) gaan dus bij de 'Steenen Brug' in Kethel wonen. Het adres luidt Steenenbrug, Wijk A nr. 172.
    Zij krijgen vier kinderen.
    Op 25 maart 1901 overlijdt in Kethel Cornelia van Veen. Cornelia heeft suikerziekte en het ziekteproces voltrekt zich zo snel dat er in de volksmond van" suikertering" wordt gesproken. Ook haar jongste zoon Arie heeft heel zijn leven getobd met de gevolgen van suikerziekte. Net als zijn vader blijft Gerardus achter met een aantal kleine kinderen. Hij zoekt een vrouw en vindt deze in Jans Burger, die in Naaldwijk op 10 juli 1863 is geboren. Jans die al 38 jaar is, heeft haar moeder verzorgd. Na diens overlijden gaat Jans bij haar zus Christina (en haar man Jaap Schenkeveld) aan de Vlaardingse Ka wonen. Zondags gaat zij naar de kerk in Kethel. Zo heeft Gerardus haar voor het eerst gezien, want "Is daar niets te bidden, dan is er wel wat te mikken of te kikken ", zoals een oud Westlands gezegde luidt. Als hij haar hand gaat vragen, blijkt hij één van de drie te zijn. Hoewel Jans niet veel zin heeft in trouwen, kiest zij toch Gerardus. Op 8 februari 1902 trouwen zij in Vlaardinger Ambacht. Als zijn zoon Cornelis Wil- helmus later trouwt met Theodora Burger, dan is dat met het nichtje van zijn stiefmoeder. Theodora noemt haar dan ook altijd Tante Jans.
    Gerardus en Jans Burger krijgen nog vier kinderen.
    Zo op het eerste gezicht heeft Gerardus geen vrolijke jeugd gekend. Als hij zes jaar is gaat hij het huis uit en wordt uitbesteed bij familie Van Leeuwen in de "Gaag". De Gaag is, zoals we al eerder gezien hebben een water, een aftakking van de Vlaardingse Vaart, waarlangs vele boerderijen liggen. Hij loopt vanaf Schipluiden in de richting van "Het Scheur", nu de Nieuwe Waterweg. Het gebied waar de Oostgaag zich splitst in de Westgaag en de Zuidgaag wordt "De Gaag" genoemd. De familie Van Leeuwen heeft maar één zoontje en Gerardus wordt als een soort "gezelschapsbroertje" in het gezin opgenomen. Omdat hij zo vele jaren uit het ouderlijk huis is en misschien ook omdat hij maar een halfbroertje is, wordt hij nogal gepest door zijn oudere zus en twee broers. Jongste dochter Beth weet dat in 1995 nog met verve te vertellen!.
    Op zijn twaalfde jaar gaat hij van school en blijft dan tot zijn militaire-diensttijd boerenknecht. Na zijn diensttijd, die hij in Delft doorbrengt, gaat hij als boerenknecht werken op een boerderij in Abtswoude (Papsou). Maar in 1876 zien we hem terug in Kethel, nu als boerenknecht bij C. Lansbergen. Daar blijft hij ongeveer negen jaar. Uit deze tijd moet de anekdote stammen van opa-op-vrijersvoeten.
    Gerardus ontmoet op de Rotterdamse kermis een "meid" uit Bleiswijk. Nadat ze uitgeweest zijn, brengt hij haar naar huis, lopend dus van Rotterdam naar Bleiswijk. Daarna loopt hij weer terug en is precies op tijd, 's morgens om vier uur, om met het melken van de koeien te beginnen. Gerardus en Cornelia van Veen werken beiden op de boerderij van C. Lansbergen. Daar zullen zij elkaar dus ook wel ontmoet hebben. De knecht trouwt met de meid en de boer is getuige bij het huwelijk!.
    Van 1885 tot 1916 is hij in Kethel melkboer met eigen koeien ofwel koopman in melk, boter en kaas! Het gezin woont dan in het zogenaamde "kleine spul", naast het café van Van Dam bij de Steenen Brug. Oorspronkelijk is het café gevestigd in een benedenhuis met een schuin dak, maar later wordt er een etage opgezet. Op de prentbriefkaart van de Steenenbrug is duidelijk het markante gebouw te zien.
    Gerardus gebruikt bij het uitventen van de melk en boter langs de deur een hondekar. Zijn jongste dochter Beth herinnert zich nog een grote (lieve!) hond met de naam Pluto. Behalve het trekken van de kar, moet de hond ook de karnmolen aandrijven. Langs de muur van het boenhok is een tredmolen gemaakt, waarin de hond eindeloos rondjes loopt. De boter die Jans maakt (kneedt), vent Gerardus uit.
    Rond 1910 raakt Gerardus zijn grasland kwijt. Het gezin moet dan verhuizen naar de boerderij van Jan de Leede. Zoals Beth formuleert: "Toen begon de grote narigheid! ". De boerderij van De Leede staat dicht. bij de molen van Bregman. Gerardus en zijn gezin gaan in het achterste deel van de boerderij wonen, bestaande uit de opkamer, de huiskamer waar alleen in de zomer geleefd wordt en een keuken die grenst aan het boenhok. Op de zolder wordt geslapen.
    Boer Jan de Leede heeft zijn koeien opgeruimd, zodat Gerardus zijn koeien daar op stal kan zetten. Maar dan komt er een tijd dat de koeien te weinig melk geven. Gerardus moet zelfs elders melk gaan inkopen, waardoor zijn winst slinkt tot een halve cent per verkochte liter. In 1916 zijn de schulden zo hoog opgelopen dat, volgens mondelinge overlevering, zelfs de spaarpotten van de kinderen geplunderd worden. Er blijft niets anders over dan de overgebleven koeien te verkopen, het marginale bedrijfje op te heffen en weer als knecht te gaan werken.
    Eén van zijn oudere broers regelt met de schuldeisers de schulden. Gerardus verhuurt zich als los werkman en probeert zo de kost te verdienen. Hij haalt bijvoorbeeld voor de melkrijder Aai van Winden bij boeren de kannen melk op en brengt ze met paard en wagen naar de melkfabriek van Toon de Leede, de zoon van Jan, in Schiedam. 's Winters is hij gekleed in een dikke, lange soldaten jas met bivakmuts, de handen in gebreide wanten met daarover door moeder Jans uit oudé dekens genaaide overwanten.
    Zoals gezegd, hebben Gerardus en zijn gezin het altijd zeer arm gehad. Dat geldt waarschijnlijk minder voor zijn drie broers, -Huib, Leen en Willem -, die een timmerzaak in Maasland hebben. Gerardus' zoon Willem kon zich nog de vernederende tochten herinneren, wanneer zijn vader met de handkar uit Kethel naar Maasland liep om bij zijn broers een paar mud aardappelen te halen, die hij van hen had gekregen. Later leent hij wel eens een paard-en-wagen om samen met één of meer van zijn kinderen aardappelen in Maasland te gaan halen.
    Omdat de boerderij van De Leede weer aan een boer verhuurd kan worden, verhuist in 1923 het gezin van Gerardus naar een huisje aan de Dijkhoornseweg in Den Hoorn. Deze verhuizing gaat per boot en omdat dat wel.
    een hele dag zal duren, heeft Jans in een grote ijzeren pot dikke rijstepap met suiker voor onderweg gemaakt. Over Gerardus gaat het, in de familie bekende, verhaal dat hij heel goed kon schaatsen; wat overigens zijn dood werd. Ondanks zijn 71 jaren gaat hij op zekere dag toch nog even 'zwieren '. Hij valt en loopt daarbij een zogenaamde beknelde breuk op, waaraan hij op 26 januari 1926 in een ziekenhuis in Delft overlijdt.
    Jansje Burger is geboren op 10 juli 1863 als het zesde en op één na jongste kind van Dirk Burger en Doortje de Gier. Zowel Tante Beth van Meurs-van der Ende (dochter van Jans Burger) als Tante Cor v.d. Meer-Burger (dochter van Piet Burger) weten nog enige aardige anekdotes over dit merkwaardige huwelijk van hun grootouders te vertellen.
    Dirk Burger is protestant en Doortje de Gier katholiek. Dat betekent dus een gemengd huwelijk. Dirk belooft bij het trouwen dat de kinderen katholiek opgevoed zullen worden. Maar als het eerste kind, Arend, geboren is, wordt het door de moeder van Dirk meegenomen en protestant gedoopt! Als enig kind blijft hij heel zijn leven protestant. Ook met zoon Piet zijn er problemen.
    Hij wordt pas op zijn vierde jaar katholiek(!) gedoopt. Dirk wordt in het dorp Naaldwijk "Leopold" genoemd, waarschijnlijk naar koning Leopold II van België. Dat zal dus wel betekenen dat hij een grote baard heeft. Het gedoe met het al dan niet dopen van zijn kinderen levert hem een scheldliedje op, dat luidt:.
    "Leopol, Leopol.
    ging met z'n kind op hol.
    toen zei Doortje de Gier:.
    Geef mijn zoontje hier!".
    Dirk werkt in het vlas. Alleen in de vlastijd heeft hij werk. De rest van het jaar scharrelt hij van alles bij elkaar. Als er geen geld is om eten te kopen, of wanneer Dirk ziek is, dan moet Doortje op haar pantoffels (meer heeft zij niet) gaan bedelen. Dirk steelt ook eens aardappelen, waarvoor hij naar de gevangenis moet. Ook dan moet Doortje maar zien hoe zij aan eten komt. In zo'n situatie kon zij zurig opmerken:.
    "Van vissen en vinken zal het vlees in de kuip niet gaan stinken ".
    Dirk Burger overlijdt op 29 maart 1884.
    Doortje de Gier, de dochter van een steenarme horlogemaker uit Zaltbommel die eerst in Den Haag en later in Naaldwijk zijn geluk beproeft, blijft met haar dochter Jans achter. Deze verzorgt haar tot zij op 13 januari 1900 in Naaldwijk overlijdt. Jans gaat dan, zoals we gezien hebben, bij haar zus Chris, die met haar man een uitspanning aan de Vlaardingse Ka heeft, wonen. Jans Burger overlijdt in Den Hoorn op 26 maart 1945. Uit dit huwelijk 4 kinderen, tr. (resp. 30 en 28 jaar oud) (1) te Kethel en Spaland [zh] op 30 apr 1885.
 
 

tr. (beiden 22 jaar oud) te Naaldwijk [zh] op 25 okt 1913
met

Theodora Johanna Burger, dr. van Pieter Burger (tuinarbeider) en Anna Maria Steentjes, geb. te Naaldwijk [zh] op 17 jul 1891, ovl. (75 jaar oud) te Delft [zh] op 10 okt 1966.

 
.
Cornelis Wilhelmus van der Ende, de tweede zoon van Gerardus en Comelia van Veen wordt geboren op 14 februari 1891 in een huis bij de 'Stenen Brug' in Kethel. Hij krijgt als roepnaam Willem (ook wel Wullem) omdat zijn oudere broer al Kees heet: beide grootvaders heten Cornelis. Op negenjarige (!) leeftijd wordt hij in de kost gedaan bij de familie Lansbergen en na de lagere school gaat hij daar ook op de boerderij werken. Maar op zekere dag trekt hij de stoute schoenen aan en neemt in 1911 de bodedienst Pijnacker - Delft van Arie de Haan over. De Haan heeft een advertentie gezet, waarin hij zijn bodezaak te koop aanbiedt. Klaarblijkelijk heeft Willem op een of andere manier van deze advertentie kennis kunnen nemen. De Haan woont in bij de smid Arie de Raadt. Deze smederij wordt later overgenomen door smid VerbakeI. De Haan werkt nog met een hondekar, waarmee hij van Pijnacker naar Delft en v. v. rijdt (of moet je zeggen loopt?), maar Willem koopt een paard-en-wagen. Hij ligt, omdat hij nog niet getrouwd is, in de kost bij Gerrit Ruijgt die op het einde van de Vlielandseweg woont. Daar ook stalt hij zijn paard en wagen. Dit gedeelte van Pijnacker nabij de driesprong Vlielandseweg, Nieuwkoopseweg en Katwijkselaan wordt in de volksmond "Het Mophuis" genoemd.
Op 25 oktober 1913 trouwt hij in Naaldwijk met Theodora Burger, die daar ook geboren is op 17 juli 1891. Hoe hij haar heeft ontmoet, is niet bekend, maar het ligt voor de hand dat hij het nichtje van zijn (stief-)moeder bij een familiegelegenheid (feest, verjaardag of begrafenis) ontmoet heeft. Na hun trouwen gaan zij in Pijnacker, op de Vlielandseweg 173, vlakbij het Mophuis, wonen. Op 5 augustus 1914 wordt hun eerste kind Gerardus geboren. Als de baby enkele dagen oud is, breekt de Eerste Wereldoorlog uit, welke aan het jonge gezin niet ongemerkt voorbij gaat. De mobilisatie wordt afgekondigd en oudste broer Kees wordt opgeroepen. Willem krijgt voorlopig wegens broederdienst uitstel, maar in 1916 is het toch raak en moet hij opkomen. Eerst krijgt hij een opleiding in Leiden, waarna hij overgeplaatst wordt naar Rockanje, waar hij tot het einde van de oorlog in 1918 is gebleven. Daar ook krijgt hij net als alle andere soldaten verplicht zwemles. Spartelend aan een touw in het Haringvliet probeert Willem de zwemkunst machtig te worden. Tevergeefs, want tot zwemmen is het nooit gekomen.
Gedurende zijn diensttijd wordt de bodedienst waargenomen door zijn broer Kees en zijn zwager Doms Burger. In 1918 neemt hij echter de leidsels weer in eigen hand en blijft dat doen tot 1954. Dan neemt zoon Theo de zaak over. In al die jaren heeft hij zeven paarden versleten, met als recordhouder een witte schimmel die van ± 1938 tot ± 1952 dienst heeft gedaan. Echte bodediensten bestaan er tegenwoordig niet meer. Maar in de tijd dat de afstand naar 'de stad' nog groot was en het vervoer nog slecht, vervulde de bode een belangrijke rol in het economisch verkeer. Zo haalt bode Van der Ende, als bode op Delft, 's morgens in Pijnacker de bestellingen, pakjes en allerlei soorten spullen op. Rond het middaguur rijdt hij dan naar Delft. Daar spant hij het paard uit en geeft het voer, waarna hij zelf ook gaat eten. Dat gebeurt allemaal bij Café Overgaag (nu beter bekend als het café van Rooie Willem) aan de Beestenmarkt/Burgwal. Na de schaft worden de bestellingen, meestal per fiets, uitgevoerd. Er worden bijvoorbeeld spullen ter reparatie gebracht of al gerepareerde zaken opgehaald. Boodschappen worden gedaan, zoals het kopen van asperges of garnalen voor de notaris of de pastoor; delicatessen die in het vooroorlogse Pijnacker niet verkrijgbaar zijn. Maar ook wordt er gist gehaald voor de Pijnackerse bakkers en vlees van de koudslachter voor hen, die goedkoop vlees willen eten. In de loop van de middag wordt dan de terugtocht naar Pijnacker aanvaard. De bestellingen worden bezorgd en rond een uur of negen 's avonds zit de dag erop. Er wordt nog warm gegeten en daarna is het bedtijd.
Twee keer in de week is de route over de Zuidweg, Oude Ledeweg, Zuideindseweg naar Delft; de andere dagen rijdt bode Van der Ende over de Delftse Straatweg naar Delft. Concurrenten (of collega's) zijn bode Huisman, die ook een bodedienst op Delft onderhoudt, maar vooral het protestantse volksdeel bedient en bode van der Spek, die een bodedienst Zoetermeer - Delft heeft, maar er geen probleem van maakt om onderweg in Pijnacker een graantje mee te pikken.
In de 43 jaar dat bode Van der Ende met paard en wagen op pad is, heeft hij maar één ernstig ongeluk meegemaakt. De bekende A.C.Raadschelders, die van 1942 tot 1946 kapelaan in Pijnacker was, vertelt daarover:.
"Het was op een zaterdagavond, dat ik uit de biechtstoel gehaald werd om naar de overweg te gaan. Daar bleek de bodewagen van de heer van der Ende door de trein gegrepen te zijn en Grada van der Stap lag zwaargewond op de rails. Haar hoofdhaar was afgestroopt en het mooie haar lag achter in haar nek. Goddank is zij geheel hersteld inclusief haar krullen ".
In 1954 neemt zoon Theo, die dan al jaren bij zijn vader werkt, de zaak over. Hij koopt een vrachtauto, maar het tij is al verlopen. De mensen hebben intussen zelf een auto en er is geen of weinig behoefte meer aan een bode en zeker niet alleen op de route Pijnacker-Delft. In de zestiger jaren stopt zoon Theo met de zaak. Vooral voor de oorlog leidt het eenmansbedrijf je echter een bloeiend bestaan. Uit het feit dat Willem zijn gezin met vijftien kinderen kan voeden en kleden en dat hij in 1939 zelfs een groot huis kan laten bouwen voor f 9000,=, blijkt dat wel. Uit overlevering is bekend dat hij in de dertiger jaren regelmatig f 30,= in de week maakt, meer dan het dubbele van het loon van een gewoon werkman.
Het oude huisje, waarin het gezin al sinds 1913 woont, wordt in de jaren dertig met vijftien kinderen langzamerhand toch wel erg klein. Tante Cor v.d. Meer-Burger in 1995: "Hoe de huisvesting was aan de Vlielandseweg, is niet te beschrijven!". Er wordt uitgezien naar een ander huis. Eén van zijn buren bij het Mophuis, Jan Ruijgt, krijgt op een bepaald ogenblik een asociaal gezin (wat dat dan ook moge betekenen) als buren. Dat bevalt hem niet en hij plaatst een advertentie onder nummer in het zogenaamde Pijnackerse blaadje. In de advertentie vraagt hij iemand die met hem een dubbel woonhuis - twee onder één kap - op een braakliggend stuk grond aan de Vlielandseweg wil bouwen. Wie schetst de wederzijdse verbazing als Willem op de advertentie van zijn buurman reageert? Vrij snel worden zij het eens en geven opdracht tot de bouw. Zoals bekend, is de sociale controle (en daarmee de afgunst?) in een dorp niet gering. Als het kapitale huis op de Vlielandseweg 83 klaar is, is Willem wel een derde van zijn klanten kwijt: "Hij laat een groot huis bouwen van onze centen"! Ondanks het mooie nieuwe huis met een wagenschuur, paardenstal en een stuk weiland voor het paard kan Willem de goede oude tijd aan het Mophuis maar moeilijk vergeten.
Willems grootste hobby is schaatsen, wat hij wel van zijn vader geërfd zal hebben. Hij kan het ongelooflijk goed. De schaatstocht naar Vlaardingen is iedere keer weer een winters hoogtepunt in het gezin. Samen met een aantal kinderen wordt de tocht naar Vlaardingen ondernomen. Voor de thuisblijvers èn als bewijs voor het volbrengen van de tocht, worden er dan Vlaardinger-moppen, geknoopt in een rode zakdoek, meegebracht. Hij kan ook erg goed schieten, maar de lange werkdag belet hem om deze sport intensief te beoefenen. Toch laat hij op zaterdag wel eens zijn paard voor een uurtje in de steek om even bij de schietvereniging aan te wippen. Volgens zeggen schoot hij iedereen van het bord.
Als hij in 1954 van de wagen stapt, kan hij toch niet stil zitten. Hij doet dan nog enige jaren los werk bij verschillende boeren, wat natuurlijk ook nog enige inkomsten oplevert. Het overlijden van zijn vrouw in 1966 heeft hij niet kunnen verwerken. Hij komt er niet meer bovenop en na enkele trieste jaren legt hij in 1969 definitief het moede hoofd neer.
Zijn vrouw, Theodora Johanna Burger, is de dochter van Pieter Burger en Anna Maria Steentjes. Zij is geboren op 17 juli 1891 in Naaldwijk. Op 10 oktober 1966 overlijdt zij in het St. Hippolytusziekenhuis in Delft.
Dirk Burger, de vader van Pieter en grootvader van Theodora, komt uit een protestants gezin. Hij trouwt met de katholieke Theodora Pieternella de Gier. Dat dit nogal wat problemen geeft, is al eerder beschreven. Uit de Tienjarige Tafels (1860-1869) blijkt het volgende:.
Aan het Kerkhof A. Nr. 353 in Naaldwijk wonen Dirk Burger, geboren 7 maart 1816 op Rozenburg, arbeider, Ned.-Hervormd en Theodora de Gier, geboren 6 december 1826 in Zaltbommel, Roomsch-Catholiek:.
Kinderen:.
Arend, geb. 23-10-1849 N.H.
Leentje, geb.14-01-1853 R.C.
Pieter; geb. 07-10-1859 N.H. later R.C.
Hendrik, geb. 15-12-1860 N.H, overleden 26-08-1861.
Johannes, geb. 1861 N.H, overleden 14-08-1862.
Jansje, geb. 10-07-1863 R.C.
Christina, geb. 15-10-1866 R.C.
In 'Bevolking Naaldwijk 1860-1869' blijkt Pieter echter nog als Ned.-Hervormd te boek te staan; evenzo in 'Bevolking Naaldwijk 1870-1879'. Dat de vader van Theodora al voor zijn tiende verjaardag rooms-katholiek geworden zou zijn, is ook niet erg geloofwaardig! Of vinden we hier het verhaal terug dat Pieter pas toen hij vier jaar was, wordt gedoopt en op zijn zestiende zijn Eerste H. Communie doet?.
Pieter kan lezen noch schrijven: hij is analfabeet. Zijn dochter Theodora vertelde wel eens dat haar vader zich daar voor schaamde en soms de krant pakte en zogenaamd ging lezen. Op een keer had hij de krant echter op zijn kop.. Pieter Burger overlijdt op 18 december 1921.
Tussen haakjes: Jansje zijn we al eerder tegengekomen als de tweede vrouw van Gerardus van den Ende. Zij is dus zowel de tante als de schoonmoeder van Theodora. Ook van de moeder van Theodora Burger is wel iets bekend. Zij, Anna Maria Steentjes, is de dochter van Joris Steentjes en Adriana van der Loos en geboren op 25 juli 1865 in Naaldwijk. Op 15 september 1888 trouwt zij in Naaldwijk met Pieter Burger, 28 jaar en arbeider. Het zal een huwelijk uit een laag en arm milieu geweest zijn. Dit is niet alleen af te leiden uit het feit dat vrijwel alle betrokkenen van beroep arbeider zijn, maar ook dat er zoveel van hen niet kunnen schrijven. In 1888 kan toch circa 90% van de bevolking in Delfland lezen en schrijven. Bij het huwelijk van Pieter en Anna Maria blijken de bruidegom, de moeder van de bruidegom (maar ook haar dan al overleden man Dirk Burger kon niet schrijven) en de ouders van de bruid niet te kunnen schrijven! Anna Maria Steentjes overlijdt op 3 mei 1937.
Zoals zoveel rooms-katholieke gezinnen in de eerste helft van de twintigste eeuw is ook het gezin van Willem van der Ende en Door Burger zeer groot; zij krijgen niet minder dan vijftien kinderen. Dat betekent dat er een periode geweest is dat zeventien mensen in dat, naar onze maatstaven gemeten, piepkleine huisje bij het Mophuis hebben gewoond.

Uit dit huwelijk 15 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerardus*1914 Pijnacker [zh] †1983 Pijnacker [zh] 68
Petrus*1916 Pijnacker [zh] †2006 Canada [Canada] 90
Cor*1917 Pijnacker [zh] †1983 Pijnacker [zh] 66
Marie*1918 Pijnacker [zh] †1989 Pijnacker [zh] 71
Cornelis*1919 Pijnacker [zh] †1990 Pijnacker [zh] 71
Sjaan*1920 Pijnacker [zh] †1999 Pijnacker [zh] 78
Johanna*1922 Pijnacker [zh] †2004 Leidschendam [zh] 82
Wilhelmus*1923 Pijnacker [zh] †2004 Delft [zh] 81
Dora*1925 Pijnacker [zh] †2004 Zoeterwoude [zh] 79
10 Afgeschermd Pijnacker [zh]    
11 Adrianus*1928 Delft [zh] †2007  78
12 Alida*1929 Delft [zh] †2009 Zoetermeer [zh] 79
13 Afgeschermd Delft [zh]    
14 Pieternella*1933 Pijnacker [zh] †2001  68
15 Afgeschermd Pijnacker [zh]    


Cornelia Theodora van der Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Cornelia Theodora (Kee) van der Ende, geb. te Kethel [zh] op 19 mei 1892, dienstbode, ovl. (85 jaar oud) te Pijnacker [zh] op 24 sep 1977.

  • Vader:
    Gerardus van der Ende, zn. van Cornelis van den Ende (meestertimmerman) en Elisabeth van Leeuwen, geb. te Maasland [zh] op 11 sep 1854, boerenknecht, melkboer (1885-1916), ovl. (71 jaar oud) te Delft [zh] op 26 jan 1926, tr. (2) met Joanna (Jansje) Burger.
    In het plaatsje Kethel en Spaland wonen in 1869 1450 mensen. Een aantal van hen woont in het dorp zelf, rond de Ned. Hervormde kerk, die op een terp ligt. De overige inwoners wonen verspreid op boerderijen. Kethel is in de negentiende eeuw bekend om zijn arkensmesterijen. Het afval van de jeneverstokerijen in Schiedam, de zogenaamde spoeling, wordt vooral aan de boeren in Kethel verkocht. Deze mesten er hun varkens vet mee. Op de plaats waar de weg van Kethel naar Schiedam de 'Poldervaart' kruist, ongeveer ter hoogte van het huidige zwembad Groenoord, ligt de 'Steenen Brug'. Bij deze 'Steenen Brug' staan einde vorige eeuw enkele huisjes: een buurtje. Daar gaat na zijn huwelijk Gerardus van der Ende wonen.
    Gerardus wordt op 11 september 1854 in Maasland geboren als vierde kind van Cornelis van den Ende, maar als eerste kind van zijn tweede vrouw Elizabeth van Leeuwen. Uit de gegevens van de Burgerlijke Stand blijkt dat de vader Cees van den Ende heet, maar dat een aantal van zijn kinderen, waaronder Gerardus, van der Ende heet. Vanaf Gerardus heeft de familie de -r- in de naam.
    Op 30 april 1885 trouwt Gerardus met Cornelia van Veen, die op 10 september 1857 in Stompwijk is geboren. In het huwelijksregister van Kethel en Spaland lezen we:.
    "Op heden de 30 april zijn voor ons Ambtenaar van de Burgerlijke Stand der Gem. Kethel en Spaland verschenen ten einde een huwelijk aan te gaan Gerardus van der Ende oud 30 jaren van beroep boerenknecht, geboren te Maasland inwonende in deze gemeente meerderjarige zoon van Cornelis van den Ende van beroep timmerman, en van Elizabeth van Leeuwen echtelieden wonende te Maasland en Cornelia van Veen oud 27 jaren van beroep dienstbode geboren te Stompwijk inwonende in deze gemeente meerderjarige dochter van wijlen de echtelieden Cornelis van Veen en Cornelia Doesburg.
    Afkondiging 12 en 19 April.
    Getuigen Cornelis Lansbergen oud 76 jaren veehouder binnen Kethel, Petrus Lansbergen oud 66 jaren veehouder binnen Kethel, Petrus van Beurden oud 32 jaren wagenmaker".
    Gerardus en Cornelia (Kee) gaan dus bij de 'Steenen Brug' in Kethel wonen. Het adres luidt Steenenbrug, Wijk A nr. 172.
    Zij krijgen vier kinderen.
    Op 25 maart 1901 overlijdt in Kethel Cornelia van Veen. Cornelia heeft suikerziekte en het ziekteproces voltrekt zich zo snel dat er in de volksmond van" suikertering" wordt gesproken. Ook haar jongste zoon Arie heeft heel zijn leven getobd met de gevolgen van suikerziekte. Net als zijn vader blijft Gerardus achter met een aantal kleine kinderen. Hij zoekt een vrouw en vindt deze in Jans Burger, die in Naaldwijk op 10 juli 1863 is geboren. Jans die al 38 jaar is, heeft haar moeder verzorgd. Na diens overlijden gaat Jans bij haar zus Christina (en haar man Jaap Schenkeveld) aan de Vlaardingse Ka wonen. Zondags gaat zij naar de kerk in Kethel. Zo heeft Gerardus haar voor het eerst gezien, want "Is daar niets te bidden, dan is er wel wat te mikken of te kikken ", zoals een oud Westlands gezegde luidt. Als hij haar hand gaat vragen, blijkt hij één van de drie te zijn. Hoewel Jans niet veel zin heeft in trouwen, kiest zij toch Gerardus. Op 8 februari 1902 trouwen zij in Vlaardinger Ambacht. Als zijn zoon Cornelis Wil- helmus later trouwt met Theodora Burger, dan is dat met het nichtje van zijn stiefmoeder. Theodora noemt haar dan ook altijd Tante Jans.
    Gerardus en Jans Burger krijgen nog vier kinderen.
    Zo op het eerste gezicht heeft Gerardus geen vrolijke jeugd gekend. Als hij zes jaar is gaat hij het huis uit en wordt uitbesteed bij familie Van Leeuwen in de "Gaag". De Gaag is, zoals we al eerder gezien hebben een water, een aftakking van de Vlaardingse Vaart, waarlangs vele boerderijen liggen. Hij loopt vanaf Schipluiden in de richting van "Het Scheur", nu de Nieuwe Waterweg. Het gebied waar de Oostgaag zich splitst in de Westgaag en de Zuidgaag wordt "De Gaag" genoemd. De familie Van Leeuwen heeft maar één zoontje en Gerardus wordt als een soort "gezelschapsbroertje" in het gezin opgenomen. Omdat hij zo vele jaren uit het ouderlijk huis is en misschien ook omdat hij maar een halfbroertje is, wordt hij nogal gepest door zijn oudere zus en twee broers. Jongste dochter Beth weet dat in 1995 nog met verve te vertellen!.
    Op zijn twaalfde jaar gaat hij van school en blijft dan tot zijn militaire-diensttijd boerenknecht. Na zijn diensttijd, die hij in Delft doorbrengt, gaat hij als boerenknecht werken op een boerderij in Abtswoude (Papsou). Maar in 1876 zien we hem terug in Kethel, nu als boerenknecht bij C. Lansbergen. Daar blijft hij ongeveer negen jaar. Uit deze tijd moet de anekdote stammen van opa-op-vrijersvoeten.
    Gerardus ontmoet op de Rotterdamse kermis een "meid" uit Bleiswijk. Nadat ze uitgeweest zijn, brengt hij haar naar huis, lopend dus van Rotterdam naar Bleiswijk. Daarna loopt hij weer terug en is precies op tijd, 's morgens om vier uur, om met het melken van de koeien te beginnen. Gerardus en Cornelia van Veen werken beiden op de boerderij van C. Lansbergen. Daar zullen zij elkaar dus ook wel ontmoet hebben. De knecht trouwt met de meid en de boer is getuige bij het huwelijk!.
    Van 1885 tot 1916 is hij in Kethel melkboer met eigen koeien ofwel koopman in melk, boter en kaas! Het gezin woont dan in het zogenaamde "kleine spul", naast het café van Van Dam bij de Steenen Brug. Oorspronkelijk is het café gevestigd in een benedenhuis met een schuin dak, maar later wordt er een etage opgezet. Op de prentbriefkaart van de Steenenbrug is duidelijk het markante gebouw te zien.
    Gerardus gebruikt bij het uitventen van de melk en boter langs de deur een hondekar. Zijn jongste dochter Beth herinnert zich nog een grote (lieve!) hond met de naam Pluto. Behalve het trekken van de kar, moet de hond ook de karnmolen aandrijven. Langs de muur van het boenhok is een tredmolen gemaakt, waarin de hond eindeloos rondjes loopt. De boter die Jans maakt (kneedt), vent Gerardus uit.
    Rond 1910 raakt Gerardus zijn grasland kwijt. Het gezin moet dan verhuizen naar de boerderij van Jan de Leede. Zoals Beth formuleert: "Toen begon de grote narigheid! ". De boerderij van De Leede staat dicht. bij de molen van Bregman. Gerardus en zijn gezin gaan in het achterste deel van de boerderij wonen, bestaande uit de opkamer, de huiskamer waar alleen in de zomer geleefd wordt en een keuken die grenst aan het boenhok. Op de zolder wordt geslapen.
    Boer Jan de Leede heeft zijn koeien opgeruimd, zodat Gerardus zijn koeien daar op stal kan zetten. Maar dan komt er een tijd dat de koeien te weinig melk geven. Gerardus moet zelfs elders melk gaan inkopen, waardoor zijn winst slinkt tot een halve cent per verkochte liter. In 1916 zijn de schulden zo hoog opgelopen dat, volgens mondelinge overlevering, zelfs de spaarpotten van de kinderen geplunderd worden. Er blijft niets anders over dan de overgebleven koeien te verkopen, het marginale bedrijfje op te heffen en weer als knecht te gaan werken.
    Eén van zijn oudere broers regelt met de schuldeisers de schulden. Gerardus verhuurt zich als los werkman en probeert zo de kost te verdienen. Hij haalt bijvoorbeeld voor de melkrijder Aai van Winden bij boeren de kannen melk op en brengt ze met paard en wagen naar de melkfabriek van Toon de Leede, de zoon van Jan, in Schiedam. 's Winters is hij gekleed in een dikke, lange soldaten jas met bivakmuts, de handen in gebreide wanten met daarover door moeder Jans uit oudé dekens genaaide overwanten.
    Zoals gezegd, hebben Gerardus en zijn gezin het altijd zeer arm gehad. Dat geldt waarschijnlijk minder voor zijn drie broers, -Huib, Leen en Willem -, die een timmerzaak in Maasland hebben. Gerardus' zoon Willem kon zich nog de vernederende tochten herinneren, wanneer zijn vader met de handkar uit Kethel naar Maasland liep om bij zijn broers een paar mud aardappelen te halen, die hij van hen had gekregen. Later leent hij wel eens een paard-en-wagen om samen met één of meer van zijn kinderen aardappelen in Maasland te gaan halen.
    Omdat de boerderij van De Leede weer aan een boer verhuurd kan worden, verhuist in 1923 het gezin van Gerardus naar een huisje aan de Dijkhoornseweg in Den Hoorn. Deze verhuizing gaat per boot en omdat dat wel.
    een hele dag zal duren, heeft Jans in een grote ijzeren pot dikke rijstepap met suiker voor onderweg gemaakt. Over Gerardus gaat het, in de familie bekende, verhaal dat hij heel goed kon schaatsen; wat overigens zijn dood werd. Ondanks zijn 71 jaren gaat hij op zekere dag toch nog even 'zwieren '. Hij valt en loopt daarbij een zogenaamde beknelde breuk op, waaraan hij op 26 januari 1926 in een ziekenhuis in Delft overlijdt.
    Jansje Burger is geboren op 10 juli 1863 als het zesde en op één na jongste kind van Dirk Burger en Doortje de Gier. Zowel Tante Beth van Meurs-van der Ende (dochter van Jans Burger) als Tante Cor v.d. Meer-Burger (dochter van Piet Burger) weten nog enige aardige anekdotes over dit merkwaardige huwelijk van hun grootouders te vertellen.
    Dirk Burger is protestant en Doortje de Gier katholiek. Dat betekent dus een gemengd huwelijk. Dirk belooft bij het trouwen dat de kinderen katholiek opgevoed zullen worden. Maar als het eerste kind, Arend, geboren is, wordt het door de moeder van Dirk meegenomen en protestant gedoopt! Als enig kind blijft hij heel zijn leven protestant. Ook met zoon Piet zijn er problemen.
    Hij wordt pas op zijn vierde jaar katholiek(!) gedoopt. Dirk wordt in het dorp Naaldwijk "Leopold" genoemd, waarschijnlijk naar koning Leopold II van België. Dat zal dus wel betekenen dat hij een grote baard heeft. Het gedoe met het al dan niet dopen van zijn kinderen levert hem een scheldliedje op, dat luidt:.
    "Leopol, Leopol.
    ging met z'n kind op hol.
    toen zei Doortje de Gier:.
    Geef mijn zoontje hier!".
    Dirk werkt in het vlas. Alleen in de vlastijd heeft hij werk. De rest van het jaar scharrelt hij van alles bij elkaar. Als er geen geld is om eten te kopen, of wanneer Dirk ziek is, dan moet Doortje op haar pantoffels (meer heeft zij niet) gaan bedelen. Dirk steelt ook eens aardappelen, waarvoor hij naar de gevangenis moet. Ook dan moet Doortje maar zien hoe zij aan eten komt. In zo'n situatie kon zij zurig opmerken:.
    "Van vissen en vinken zal het vlees in de kuip niet gaan stinken ".
    Dirk Burger overlijdt op 29 maart 1884.
    Doortje de Gier, de dochter van een steenarme horlogemaker uit Zaltbommel die eerst in Den Haag en later in Naaldwijk zijn geluk beproeft, blijft met haar dochter Jans achter. Deze verzorgt haar tot zij op 13 januari 1900 in Naaldwijk overlijdt. Jans gaat dan, zoals we gezien hebben, bij haar zus Chris, die met haar man een uitspanning aan de Vlaardingse Ka heeft, wonen. Jans Burger overlijdt in Den Hoorn op 26 maart 1945. Uit dit huwelijk 4 kinderen, tr. (resp. 30 en 28 jaar oud) (1) te Kethel en Spaland [zh] op 30 apr 1885.
 
 

tr. (resp. 31 en 38 jaar oud) te Kethel [zh] op 7 okt 1923
met

Johannes van Leeuwen, zn. van Cornelis van Leeuwen en Martina Ammerlaan, geb. te Pijnacker [zh] op 13 sep 1885, veehouder.
Zij werkt als dienstbode o.a. bij Arie Lansbergen in Groenoord. Na een mislukte verkering gaat zij naar het klooster, maar zij doet haar geloften niet. Terug "in de wereld" huwt zij met Johannes van Leeuwen, veehouder aan de Nieuwkoopseweg 58 in Pijnacker. Het gezin is altijd heel ann geweest. Vlak vóór de Tweede Wereldoorlog verliest Jan van Leeuwen veel koeien door blaar en mond- en klauwzeer: "Ze hadden wel koeien, maar ze moesten van de eieren leven! "