Het geslacht Van de Burgt , Seekles, van den Ende en Jans(s)en
Afgeschermd
Afgeschermd.

 
 

relatie
met

Afgeschermd, kind van Bruno Lonis en Gemma Petronella Maria Burgmeijer


Adrianus van den Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Adrianus van den Ende, geb. te Nootdorp [zh] circa 1680, zelfstandig schoenmaker, ovl. (ongeveer 75 jaar oud) te Naaldwijk [zh] op 11 dec 1755.

otr. (1) te Naaldwijk [zh] op 17 jun 1708, tr. (beiden ongeveer 28 jaar oud) te Naaldwijk [zh] op 1 jul 1708
met

Marietje Cornelisdr. van Marckenburgh, dr. van Cornelis Cornelisse van Marckenburgh en Neeltje Gerritsdr. van Meurs, geb. te Vlaardinger-Ambacht [zh] circa 1680, ovl. (ongeveer 53 jaar oud) te Naaldwijk [zh] op 28 feb 1733, begr. te Naaldwijk [zh] op 2 mrt 1733, tr. (1) met Cornelis Pietersz. van der Hoeve.
Het lijkt, terugkijkend, nog niet zo onverstandig van Arie van den Ende om van het verarmde Nootdorp naar het welvarende Naaldwijk te verhuizen.
Hij vestigde zich uit Nootdorp komende, aan de Woertlaen te Naaldwijk.
De termen Woert en Woertlaan werden steeds gebruikt. Dan moeten we denken aan een plaats onmiddellijk naast het slot "Honselaarsdijk" aan de Naaldwijkse zijde dus, waar het nog alom boerenland was.
In Zand Ambacht, waar ook zoon Maarten van den Ende ging wonen, boerde ook de bouwman Willem Claesz. van Kester. Daarbij moeten we de huidige Hoge Geest in de gemeente Naaldwijk voor ogen houden. Zolang niet expliciet de naam van een boerderij wordt vermeld is het moeilijk uit te maken waar zij destijds precies woonden. Weliswaar werden wel de belendende buren genoemd, maar die maken ook niet altijd alles duidelijk. Willem Kester had 1 zoon en 4 dochters waarvan er 2 nog uitgebreid aan bod komen. Er zouden nog ettelijke verbintenissen uit deze twee families voortkomen. Het was vroeger algemeen gebruikelijk [op het platteland dan] dat schoenmakers weilanden bezaten of huurden waarop hun eigen vee graasde omwille van het leer, dat zij meestal zelf looiden. Daarom is het niet verwonderlijk dat de zonen van Arie de overstap naar het boerenbedrijf maakten.
In Naaldwijk huwt Arie op 1 juli 1708, als meerderjarige jongeman uit Noot-dorp, met Maria Cornelisdr. Marken-burgh, nadat zij op 17 juni in ondertrouw zijn gegaan.
Marietje woont in Naaldwijk en is de weduwe van Cornelis Pietersz. van der Hoeve. Zij is met hem getrouwd op 23 september 1703. In de loop van 1707, tussen 7 maart en einde augustus, is Cornelis overleden.
Op 7 maart leeft hij nog. Op die dag 'avonds om acht uur, maken Marietje en Cornelis een weder-zijds testament.
Cornelis ligt dan ziek in bed. Eind augustus 1707 moet hij al zijn overleden, anders had Marietje vanwege de 306-dagen-regel (een vrouw mag pas 306 dagen na het overlijden van haar man hertrouwen) niet op 1 juli 1708 met Arie van den Ende kunnen trouwen.
Voordat Marietje met Arie van den Ende trouwt, gaat zij eerst nog naar de notaris voor een zogenaamde akte van augmentatie (meerderjarigheid), waarin de belangen van minderjarige kinderen, in dit geval haar driejarig zoontje Pieter van der Hoeve, geregeld worden(!). Samen met haar vader Cornelis Cornelisz. Marckenburgh uit De Lier en Jacob Pietersz. van der Hoeve, haar zwager, gaat zij daarom op 7 juni 1708 naar notaris Pieter Coel in Delft. Haar zoontje zal bij meerderjarigheid een bedrag van f 700,= van zijn moeder ontvangen. Tot zekerheid verbindt (als garantie, als onderpand) zij het huis en erf in Naaldwijk, waarin zij woont.
Ook uit het wederzijds testament van 15 juli 1717 van Arie en Marietje blijkt dat er een zogenaamd voorkind is. Arie wijst als erfgenaam zijn vrouw aan, maar Marietje wijst als erfgenamen aan Pieter v.d. Hoeve,- het zoontje uit haar eerste huwelijk -, de kinderen uit haar tweede huwelijk,- Maarten, Jan en Cornelis -, en haar man. Ze benoemt haar broer Cornelis Markenburgh en haar zwager Cornelis Jansz. van Rijt tot voogden over Pieter.
Overigens verklaren beiden hier dat zij niet voor de 200-ste penning worden aangeslagen. Dat is een gedwongen lening van een half procent over een vermogen groter dan f 3000,=. Marietje Cornelisdr. Markenburgh overlijdt op 28 februari 1733. Arie benoemt op 17 april 1733 zijn goede bekenden uit het ambacht van Monster, Reijer van der Heijde en Jan van der Marel, tot voogden over zijn eigen drie minderjarige kinderen.
Op 1 mei 1746 huwt Arie dan voor de tweede keer met Maria (Marijtje) van Veen. Uit de ondertrouwpapieren van 15 april 1746 blijkt dat zij uit Veur komt. Uit de akte met de huwelijkse voorwaarden blijkt dat echter niet: daarin wordt zij vermeld als afkomstig uit Naaldwijk. Interessant is wat Marijtje meebrengt als zij met Arie trouwt:.
Op huijden den 29sten April Ao 1746 Compareerden voor Leendert Rodenburg en Leendert van den Bos, schepenen van Naaldwijk Arij van den Ende Weduwnaar van Marijtje Markenburg, wonende alhier ter eene Ende Marijtje van Veen minderjarig Dogter medewonende alhier ter andere zijde te kennen gevende dat sij voornemens waren sig eerstdaags met malkanderen te begeven in den huwelijkse staat etc.
Waar jegens de bruijd mede sal brengen alle de goedren die sij is hebbende bestaande in vijfhonderd gulden contant geldt, drie goude Ringen een Silverijder met twee goude Enden een goude Hoofdnaald, twee paarlspelden, een Silvere Tas-beugel, vijf aarde schotels, een Kast met Linne en wollen Kleding..
Huwelijkse voorwaarden bedragende de wederzijdse avantages boven de f 1000 en beneden de f 3000 gld.
Arie overlijdt in Naaldwijk in 1755. Wanneer Marijtje van Veen is overleden, is niet bekend, maar waarschijnlijk eerder. Zij komt namelijk niet voor in het testament van Arie d.d. 7 mei 1756. Hoewel Arie al een huis in Naaldwijk bezit, koopt hij op een veiling d.d. 24 december 1729 ook het huis ernaast. Op 27 januari 1730 wordt de koopakte opgemaakt. Hij blijkt, zoals we al gezien hebben, een dubbel huis met erf en tuintje gekocht te hebben van de erven "van der Knaap".
Het perceel is gelegen ten oosten aan de Nieuwe Vaart, ten zuiden aan het eigendom van de weduwe De Bruijns, ten westen aan het kerkhof en ten noorden aan het eigendom van de koper zelf. Voor het geheel moet hij 620 gulden betalen. Reden genoeg om op de kaart van Cruiquis uit 1712 te speuren of het perceel te ontdekken valt. Wel bij de pijl ligt een perceeltje dat aan alle beschrijvingen beantwoordt, waar-schijnlijk bestaan die huisjes nog. Het tuintje is opgegaan in het parkeerterrein van Albert Heijn.
Op 5 mei 1741 verkoopt hij dit huis weer voor 720 gulden aan Dirk Patijn. Volgens de akte woont hij dan nog steeds in het huis ernaast. Op 21 december 1733 koopt Arie op een openbare verkoping in Delft van de procuratiehouder van Vrouwe Maria Isabella Catharina Baronesse van Lichtervelde een stuk land in Naaldwijk. Deze grond grenst ten oosten aan het land van Pieter Vijverberg, ten zuiden aan de Oostwatering, ten westen aan het land van Arij Arkesteijn en ten noorden aan de Heereweg. Voor de vier morgen en drie hond wei- en teelland betaalt hij een bedrag van 697 gulden en tien stuivers. Het betreffende stuk land ligt "gemeen" met een perceel grond van één morgen en drie hond dat toebehoort aan de Koninklijke Majesteit van Pruisen. Op de een of andere manier weet Arie dit land te pachten. In het archief van de Nassause Domeinraad is hij namelijk terug te vinden in de lijst van pachters. Het is dus heel goed mogelijk dat hij naast schoenmaker ook bouwman (=boer) is. Dat zou kunnen kloppen met de indruk dat pas in de loop van de achttiende eeuw er een duidelijke specialisatie in beroepen gaat optreden. Dan gaat langzamerhand het verschijnsel verdwijnen dat de timmerman of schoenmaker ook nog een paar koetjes heeft.
Uit Arie's testament van 7 mei 1756 blijkt dat hij drie erfgenamen, zijn kinderen, heeft: Maarten, woonachtig in het Opstal (dat is een gehucht bij en nu een gedeelte van Naaldwijk); Jan, woonachtig in Naaldwijk en Cornelis, woonachtig in Monsterambacht. Uit hetzelfde document blijkt dat de erfgenamen het bovengenoemde stuk land van vier morgen en drie hond verkopen aan de meesterwagenmaker Hendrik Persoon voor een bedrag van f 1725,= gulden. Tevens blijkt eruit dat zoon Maarten naast zijn deel in de vordering op Hendrik Persoon (f 1725,= tegen 3% rente per jaar) en een deel van een huisje in Poeldijk, ook het ouderlijk huis aan het kerkhof in Naaldwijk erft. En verder erft hij nog de schoenmakerij, de looierij en het gereedschap. Dat betekent dat Arie waarschijnlijk tot zijn dood als schoenmaker actief is geweest. Maar interessanter is nog dat hij kennelijk zelf zijn leer looide.
Arie van den Ende en Maria Markenburgh hebben vier (of zes?) kinderen gekregen, van wie er één heel jong overlijdt. Van een ander is het onduidelijk of hij wel een kind van Arie en Maria is.
De tweede zoon heet Cornelis. Hij is geboren in Naaldwijk, maar wordt gedoopt in de rooms- katholieke kerk van Loosduinen op 12 oktober 1714 door Joannes van Rossum. Peter en meter zijn Gerrit Cornelisz. Marckenburgh en Crijntie Cornelisdr. Marckenburgh. Ondubbelzinnig blijkt hieruit dat het gezin rooms-katholiek is. Op 27 september 1739 trouwt Cornelis met Aagje Huijbregts van Etten uit Monsterambacht. Daarvoor zijn zij op 11 september 1739 o.a.in Naaldwijk in ondertrouw gegaan. Het kerkelijk huwelijk wordt gesloten in de rooms-katholieke kerk van Loosduinen, het burgerlijk in Monster:.
"Op huilden sijn voor ons scheepenen van Monster in den huijwelijken staat bevestigt Cornelis Arentse van den Enden jm. geb. en woonagtigh tot Naaltwijk met Aagje Huijbregts van Etten jd. geboorigh en woonagtigh in Monsterambaght, actum Monster; den 27e september 1739".
Zij wonen in Poeldijk en krijgen negen kinderen. Cornelis overlijdt (waarschijnlijk) op 15 januari 1784, zijn vrouw Aagje al veel eerder op 27 mei 1763.
De derde zoon, Johannes, wordt op 25 september 1717 ook in de rooms-katholieke kerk van Loosduinen door Joannes van Rossum gedoopt. Peter en meter zijn Cornelis Markenborg en Krijntie Markenborg. Dit kind overlijdt op 20 januari 1718. Het volgende kind wordt dan Jan genoemd. Van hem weten we niet veel. Hij is gehuwd op 1 mei 1746 en overlijdt op 8 mei 1761. Uit een koopakte van 7 mei 1756 blijkt, zoals we al gezien hebben, dat hij naast Maarten en Cornelis, de derde erfgenaam van Arie van den Ende is. Uit een andere akte, van 31 juli 1761, blijkt dat zijn erfgenamen zijn: zijri broers Maarten en Cornelis en zijn halfbroer Pieter Cornelisse van der Hoeven. Dat betekent dus dat hij zelf geen nakomelingen heeft.
Een probleempje is nog dat er op 22 mei 1723 nog een Cornelis gedoopt is. Peter en meter zijn Gerrit Cornelisz. Marckenburg en Krijntie Cornelisdr. Marckenburg. Deze Cornelis komen we nergens meer tegen, zodat het niet al te gewaagd is te veronderstellen dat hij jong overleden is.
Tenslotte moet er nog opgemerkt worden dat er in die tijd in Schipluiden een woning heeft bestaan met de naam "Marckenburgh". Zo wordt er op 29 september 1730 een kind geboren "op de woning van de Marckenburgh". Overigens krijgt de boreling niet de naam Marckenburgh. Wel is zo verklaarbaar dat Maria soms "van" Marckenburgh genoemd wordt.
Verder zijn er nog enige raadsels op te lossen, want in de index van het trouwen staat: Arie Maartens van den Ende, J M van Nootdorp met Marietje Cornelis Markenburg, weduwe van Cornelis Pieters v.d. Arend. Kijken we bij haar 1e trouwdatum dan komen we uit op Maritie Cnelis Marckenborgh & Cnelis Pieterse van der Korte, nu hebben we al 3 verschillende echtgenoten. De enige verklaring die ik kan bedenken is dat ze bijnamen, achternamen en patroniemen willekeurig hebben gebruikt. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk 6 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Martinus~1712 Monster [zh] †1763 Monster [zh] 5112 
Cornelis*1714 Naaldwijk [zh] †1784 Poeldijk [zh] 69
Johannes*1717 Naaldwijk [zh] †1718 Naaldwijk [zh] 0
Johannis*1718  †1719  1
Jan*1721 Naaldwijk [zh] †1761 Naaldwijk [zh] 40
Cornelis~1723 Monster [zh]    

tr. (resp. ongeveer 66 en ongeveer 46 jaar oud) (2) te Naaldwijk [zh] op 15 apr 1746, kerk.huw. te Naaldwijk [zh] op 29 apr 1746
met

Marijtje van Veen, geb. te Veur [zh] circa 1700, ovl. (hoogstens 56 jaar oud) voor 7 mei 1756


Marietje Cornelisdr. van Marckenburgh
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Marietje Cornelisdr. van Marckenburgh, geb. te Vlaardinger-Ambacht [zh] circa 1680, ovl. (ongeveer 53 jaar oud) te Naaldwijk [zh] op 28 feb 1733, begr. te Naaldwijk [zh] op 2 mrt 1733.

tr. (ongeveer 23 jaar oud) (1) op 23 sep 1703
met

Cornelis Pietersz. van der Hoeve, ovl. tussen 7 mrt 1707 en 31 aug 1707 .

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter*1705     

otr. (2) te Naaldwijk [zh] op 17 jun 1708, tr. (beiden ongeveer 28 jaar oud) te Naaldwijk [zh] op 1 jul 1708
met

Adrianus van den Ende, zn. van Maarten Jacobs van den Ende (meesterschoenmaker) en Annitge van Vliet, geb. te Nootdorp [zh] circa 1680, zelfstandig schoenmaker, ovl. (ongeveer 75 jaar oud) te Naaldwijk [zh] op 11 dec 1755, tr. (2) met Marijtje van Veen.
Het lijkt, terugkijkend, nog niet zo onverstandig van Arie van den Ende om van het verarmde Nootdorp naar het welvarende Naaldwijk te verhuizen.
Hij vestigde zich uit Nootdorp komende, aan de Woertlaen te Naaldwijk.
De termen Woert en Woertlaan werden steeds gebruikt. Dan moeten we denken aan een plaats onmiddellijk naast het slot "Honselaarsdijk" aan de Naaldwijkse zijde dus, waar het nog alom boerenland was.
In Zand Ambacht, waar ook zoon Maarten van den Ende ging wonen, boerde ook de bouwman Willem Claesz. van Kester. Daarbij moeten we de huidige Hoge Geest in de gemeente Naaldwijk voor ogen houden. Zolang niet expliciet de naam van een boerderij wordt vermeld is het moeilijk uit te maken waar zij destijds precies woonden. Weliswaar werden wel de belendende buren genoemd, maar die maken ook niet altijd alles duidelijk. Willem Kester had 1 zoon en 4 dochters waarvan er 2 nog uitgebreid aan bod komen. Er zouden nog ettelijke verbintenissen uit deze twee families voortkomen. Het was vroeger algemeen gebruikelijk [op het platteland dan] dat schoenmakers weilanden bezaten of huurden waarop hun eigen vee graasde omwille van het leer, dat zij meestal zelf looiden. Daarom is het niet verwonderlijk dat de zonen van Arie de overstap naar het boerenbedrijf maakten.
In Naaldwijk huwt Arie op 1 juli 1708, als meerderjarige jongeman uit Noot-dorp, met Maria Cornelisdr. Marken-burgh, nadat zij op 17 juni in ondertrouw zijn gegaan.
Marietje woont in Naaldwijk en is de weduwe van Cornelis Pietersz. van der Hoeve. Zij is met hem getrouwd op 23 september 1703. In de loop van 1707, tussen 7 maart en einde augustus, is Cornelis overleden.
Op 7 maart leeft hij nog. Op die dag 'avonds om acht uur, maken Marietje en Cornelis een weder-zijds testament.
Cornelis ligt dan ziek in bed. Eind augustus 1707 moet hij al zijn overleden, anders had Marietje vanwege de 306-dagen-regel (een vrouw mag pas 306 dagen na het overlijden van haar man hertrouwen) niet op 1 juli 1708 met Arie van den Ende kunnen trouwen.
Voordat Marietje met Arie van den Ende trouwt, gaat zij eerst nog naar de notaris voor een zogenaamde akte van augmentatie (meerderjarigheid), waarin de belangen van minderjarige kinderen, in dit geval haar driejarig zoontje Pieter van der Hoeve, geregeld worden(!). Samen met haar vader Cornelis Cornelisz. Marckenburgh uit De Lier en Jacob Pietersz. van der Hoeve, haar zwager, gaat zij daarom op 7 juni 1708 naar notaris Pieter Coel in Delft. Haar zoontje zal bij meerderjarigheid een bedrag van f 700,= van zijn moeder ontvangen. Tot zekerheid verbindt (als garantie, als onderpand) zij het huis en erf in Naaldwijk, waarin zij woont.
Ook uit het wederzijds testament van 15 juli 1717 van Arie en Marietje blijkt dat er een zogenaamd voorkind is. Arie wijst als erfgenaam zijn vrouw aan, maar Marietje wijst als erfgenamen aan Pieter v.d. Hoeve,- het zoontje uit haar eerste huwelijk -, de kinderen uit haar tweede huwelijk,- Maarten, Jan en Cornelis -, en haar man. Ze benoemt haar broer Cornelis Markenburgh en haar zwager Cornelis Jansz. van Rijt tot voogden over Pieter.
Overigens verklaren beiden hier dat zij niet voor de 200-ste penning worden aangeslagen. Dat is een gedwongen lening van een half procent over een vermogen groter dan f 3000,=. Marietje Cornelisdr. Markenburgh overlijdt op 28 februari 1733. Arie benoemt op 17 april 1733 zijn goede bekenden uit het ambacht van Monster, Reijer van der Heijde en Jan van der Marel, tot voogden over zijn eigen drie minderjarige kinderen.
Op 1 mei 1746 huwt Arie dan voor de tweede keer met Maria (Marijtje) van Veen. Uit de ondertrouwpapieren van 15 april 1746 blijkt dat zij uit Veur komt. Uit de akte met de huwelijkse voorwaarden blijkt dat echter niet: daarin wordt zij vermeld als afkomstig uit Naaldwijk. Interessant is wat Marijtje meebrengt als zij met Arie trouwt:.
Op huijden den 29sten April Ao 1746 Compareerden voor Leendert Rodenburg en Leendert van den Bos, schepenen van Naaldwijk Arij van den Ende Weduwnaar van Marijtje Markenburg, wonende alhier ter eene Ende Marijtje van Veen minderjarig Dogter medewonende alhier ter andere zijde te kennen gevende dat sij voornemens waren sig eerstdaags met malkanderen te begeven in den huwelijkse staat etc..
Waar jegens de bruijd mede sal brengen alle de goedren die sij is hebbende bestaande in vijfhonderd gulden contant geldt, drie goude Ringen een Silverijder met twee goude Enden een goude Hoofdnaald, twee paarlspelden, een Silvere Tas-beugel, vijf aarde schotels, een Kast met Linne en wollen Kleding...
Huwelijkse voorwaarden bedragende de wederzijdse avantages boven de f 1000 en beneden de f 3000 gld.
Arie overlijdt in Naaldwijk in 1755. Wanneer Marijtje van Veen is overleden, is niet bekend, maar waarschijnlijk eerder. Zij komt namelijk niet voor in het testament van Arie d.d. 7 mei 1756. Hoewel Arie al een huis in Naaldwijk bezit, koopt hij op een veiling d.d. 24 december 1729 ook het huis ernaast. Op 27 januari 1730 wordt de koopakte opgemaakt. Hij blijkt, zoals we al gezien hebben, een dubbel huis met erf en tuintje gekocht te hebben van de erven "van der Knaap".
Het perceel is gelegen ten oosten aan de Nieuwe Vaart, ten zuiden aan het eigendom van de weduwe De Bruijns, ten westen aan het kerkhof en ten noorden aan het eigendom van de koper zelf. Voor het geheel moet hij 620 gulden betalen. Reden genoeg om op de kaart van Cruiquis uit 1712 te speuren of het perceel te ontdekken valt. Wel bij de pijl ligt een perceeltje dat aan alle beschrijvingen beantwoordt, waar-schijnlijk bestaan die huisjes nog. Het tuintje is opgegaan in het parkeerterrein van Albert Heijn.
Op 5 mei 1741 verkoopt hij dit huis weer voor 720 gulden aan Dirk Patijn. Volgens de akte woont hij dan nog steeds in het huis ernaast. Op 21 december 1733 koopt Arie op een openbare verkoping in Delft van de procuratiehouder van Vrouwe Maria Isabella Catharina Baronesse van Lichtervelde een stuk land in Naaldwijk. Deze grond grenst ten oosten aan het land van Pieter Vijverberg, ten zuiden aan de Oostwatering, ten westen aan het land van Arij Arkesteijn en ten noorden aan de Heereweg. Voor de vier morgen en drie hond wei- en teelland betaalt hij een bedrag van 697 gulden en tien stuivers. Het betreffende stuk land ligt "gemeen" met een perceel grond van één morgen en drie hond dat toebehoort aan de Koninklijke Majesteit van Pruisen. Op de een of andere manier weet Arie dit land te pachten. In het archief van de Nassause Domeinraad is hij namelijk terug te vinden in de lijst van pachters. Het is dus heel goed mogelijk dat hij naast schoenmaker ook bouwman (=boer) is. Dat zou kunnen kloppen met de indruk dat pas in de loop van de achttiende eeuw er een duidelijke specialisatie in beroepen gaat optreden. Dan gaat langzamerhand het verschijnsel verdwijnen dat de timmerman of schoenmaker ook nog een paar koetjes heeft.
Uit Arie's testament van 7 mei 1756 blijkt dat hij drie erfgenamen, zijn kinderen, heeft: Maarten, woonachtig in het Opstal (dat is een gehucht bij en nu een gedeelte van Naaldwijk); Jan, woonachtig in Naaldwijk en Cornelis, woonachtig in Monsterambacht. Uit hetzelfde document blijkt dat de erfgenamen het bovengenoemde stuk land van vier morgen en drie hond verkopen aan de meesterwagenmaker Hendrik Persoon voor een bedrag van f 1725,= gulden. Tevens blijkt eruit dat zoon Maarten naast zijn deel in de vordering op Hendrik Persoon (f 1725,= tegen 3% rente per jaar) en een deel van een huisje in Poeldijk, ook het ouderlijk huis aan het kerkhof in Naaldwijk erft. En verder erft hij nog de schoenmakerij, de looierij en het gereedschap. Dat betekent dat Arie waarschijnlijk tot zijn dood als schoenmaker actief is geweest. Maar interessanter is nog dat hij kennelijk zelf zijn leer looide.
Arie van den Ende en Maria Markenburgh hebben vier (of zes?) kinderen gekregen, van wie er één heel jong overlijdt. Van een ander is het onduidelijk of hij wel een kind van Arie en Maria is.
De tweede zoon heet Cornelis. Hij is geboren in Naaldwijk, maar wordt gedoopt in de rooms- katholieke kerk van Loosduinen op 12 oktober 1714 door Joannes van Rossum. Peter en meter zijn Gerrit Cornelisz. Marckenburgh en Crijntie Cornelisdr. Marckenburgh. Ondubbelzinnig blijkt hieruit dat het gezin rooms-katholiek is. Op 27 september 1739 trouwt Cornelis met Aagje Huijbregts van Etten uit Monsterambacht. Daarvoor zijn zij op 11 september 1739 o.a.in Naaldwijk in ondertrouw gegaan. Het kerkelijk huwelijk wordt gesloten in de rooms-katholieke kerk van Loosduinen, het burgerlijk in Monster:.
"Op huilden sijn voor ons scheepenen van Monster in den huijwelijken staat bevestigt Cornelis Arentse van den Enden jm. geb. en woonagtigh tot Naaltwijk met Aagje Huijbregts van Etten jd. geboorigh en woonagtigh in Monsterambaght, actum Monster; den 27e september 1739".
Zij wonen in Poeldijk en krijgen negen kinderen. Cornelis overlijdt (waarschijnlijk) op 15 januari 1784, zijn vrouw Aagje al veel eerder op 27 mei 1763.
De derde zoon, Johannes, wordt op 25 september 1717 ook in de rooms-katholieke kerk van Loosduinen door Joannes van Rossum gedoopt. Peter en meter zijn Cornelis Markenborg en Krijntie Markenborg. Dit kind overlijdt op 20 januari 1718. Het volgende kind wordt dan Jan genoemd. Van hem weten we niet veel. Hij is gehuwd op 1 mei 1746 en overlijdt op 8 mei 1761. Uit een koopakte van 7 mei 1756 blijkt, zoals we al gezien hebben, dat hij naast Maarten en Cornelis, de derde erfgenaam van Arie van den Ende is. Uit een andere akte, van 31 juli 1761, blijkt dat zijn erfgenamen zijn: zijri broers Maarten en Cornelis en zijn halfbroer Pieter Cornelisse van der Hoeven. Dat betekent dus dat hij zelf geen nakomelingen heeft.
Een probleempje is nog dat er op 22 mei 1723 nog een Cornelis gedoopt is. Peter en meter zijn Gerrit Cornelisz. Marckenburg en Krijntie Cornelisdr. Marckenburg. Deze Cornelis komen we nergens meer tegen, zodat het niet al te gewaagd is te veronderstellen dat hij jong overleden is.
Tenslotte moet er nog opgemerkt worden dat er in die tijd in Schipluiden een woning heeft bestaan met de naam "Marckenburgh". Zo wordt er op 29 september 1730 een kind geboren "op de woning van de Marckenburgh". Overigens krijgt de boreling niet de naam Marckenburgh. Wel is zo verklaarbaar dat Maria soms "van" Marckenburgh genoemd wordt.
Verder zijn er nog enige raadsels op te lossen, want in de index van het trouwen staat: Arie Maartens van den Ende, J M van Nootdorp met Marietje Cornelis Markenburg, weduwe van Cornelis Pieters v.d. Arend. Kijken we bij haar 1e trouwdatum dan komen we uit op Maritie Cnelis Marckenborgh & Cnelis Pieterse van der Korte, nu hebben we al 3 verschillende echtgenoten. De enige verklaring die ik kan bedenken is dat ze bijnamen, achternamen en patroniemen willekeurig hebben gebruikt. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 6 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Martinus~1712 Monster [zh] †1763 Monster [zh] 5112 
Cornelis*1714 Naaldwijk [zh] †1784 Poeldijk [zh] 69
Johannes*1717 Naaldwijk [zh] †1718 Naaldwijk [zh] 0
Johannis*1718  †1719  1
Jan*1721 Naaldwijk [zh] †1761 Naaldwijk [zh] 40
Cornelis~1723 Monster [zh]    


Marijtje van Veen
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Marijtje van Veen, geb. te Veur [zh] circa 1700, ovl. (hoogstens 56 jaar oud) voor 7 mei 1756.

tr. (resp. ongeveer 46 en ongeveer 66 jaar oud) te Naaldwijk [zh] op 15 apr 1746, kerk.huw. te Naaldwijk [zh] op 29 apr 1746
met

Adrianus van den Ende, zn. van Maarten Jacobs van den Ende (meesterschoenmaker) en Annitge van Vliet, geb. te Nootdorp [zh] circa 1680, zelfstandig schoenmaker, ovl. (ongeveer 75 jaar oud) te Naaldwijk [zh] op 11 dec 1755, tr. (1) met Marietje Cornelisdr. van Marckenburgh, dr. van Cornelis Cornelisse van Marckenburgh en Neeltje Gerritsdr. van Meurs.
Het lijkt, terugkijkend, nog niet zo onverstandig van Arie van den Ende om van het verarmde Nootdorp naar het welvarende Naaldwijk te verhuizen.
Hij vestigde zich uit Nootdorp komende, aan de Woertlaen te Naaldwijk.
De termen Woert en Woertlaan werden steeds gebruikt. Dan moeten we denken aan een plaats onmiddellijk naast het slot "Honselaarsdijk" aan de Naaldwijkse zijde dus, waar het nog alom boerenland was.
In Zand Ambacht, waar ook zoon Maarten van den Ende ging wonen, boerde ook de bouwman Willem Claesz. van Kester. Daarbij moeten we de huidige Hoge Geest in de gemeente Naaldwijk voor ogen houden. Zolang niet expliciet de naam van een boerderij wordt vermeld is het moeilijk uit te maken waar zij destijds precies woonden. Weliswaar werden wel de belendende buren genoemd, maar die maken ook niet altijd alles duidelijk. Willem Kester had 1 zoon en 4 dochters waarvan er 2 nog uitgebreid aan bod komen. Er zouden nog ettelijke verbintenissen uit deze twee families voortkomen. Het was vroeger algemeen gebruikelijk [op het platteland dan] dat schoenmakers weilanden bezaten of huurden waarop hun eigen vee graasde omwille van het leer, dat zij meestal zelf looiden. Daarom is het niet verwonderlijk dat de zonen van Arie de overstap naar het boerenbedrijf maakten.
In Naaldwijk huwt Arie op 1 juli 1708, als meerderjarige jongeman uit Noot-dorp, met Maria Cornelisdr. Marken-burgh, nadat zij op 17 juni in ondertrouw zijn gegaan.
Marietje woont in Naaldwijk en is de weduwe van Cornelis Pietersz. van der Hoeve. Zij is met hem getrouwd op 23 september 1703. In de loop van 1707, tussen 7 maart en einde augustus, is Cornelis overleden.
Op 7 maart leeft hij nog. Op die dag 'avonds om acht uur, maken Marietje en Cornelis een weder-zijds testament.
Cornelis ligt dan ziek in bed. Eind augustus 1707 moet hij al zijn overleden, anders had Marietje vanwege de 306-dagen-regel (een vrouw mag pas 306 dagen na het overlijden van haar man hertrouwen) niet op 1 juli 1708 met Arie van den Ende kunnen trouwen.
Voordat Marietje met Arie van den Ende trouwt, gaat zij eerst nog naar de notaris voor een zogenaamde akte van augmentatie (meerderjarigheid), waarin de belangen van minderjarige kinderen, in dit geval haar driejarig zoontje Pieter van der Hoeve, geregeld worden(!). Samen met haar vader Cornelis Cornelisz. Marckenburgh uit De Lier en Jacob Pietersz. van der Hoeve, haar zwager, gaat zij daarom op 7 juni 1708 naar notaris Pieter Coel in Delft. Haar zoontje zal bij meerderjarigheid een bedrag van f 700,= van zijn moeder ontvangen. Tot zekerheid verbindt (als garantie, als onderpand) zij het huis en erf in Naaldwijk, waarin zij woont.
Ook uit het wederzijds testament van 15 juli 1717 van Arie en Marietje blijkt dat er een zogenaamd voorkind is. Arie wijst als erfgenaam zijn vrouw aan, maar Marietje wijst als erfgenamen aan Pieter v.d. Hoeve,- het zoontje uit haar eerste huwelijk -, de kinderen uit haar tweede huwelijk,- Maarten, Jan en Cornelis -, en haar man. Ze benoemt haar broer Cornelis Markenburgh en haar zwager Cornelis Jansz. van Rijt tot voogden over Pieter.
Overigens verklaren beiden hier dat zij niet voor de 200-ste penning worden aangeslagen. Dat is een gedwongen lening van een half procent over een vermogen groter dan f 3000,=. Marietje Cornelisdr. Markenburgh overlijdt op 28 februari 1733. Arie benoemt op 17 april 1733 zijn goede bekenden uit het ambacht van Monster, Reijer van der Heijde en Jan van der Marel, tot voogden over zijn eigen drie minderjarige kinderen.
Op 1 mei 1746 huwt Arie dan voor de tweede keer met Maria (Marijtje) van Veen. Uit de ondertrouwpapieren van 15 april 1746 blijkt dat zij uit Veur komt. Uit de akte met de huwelijkse voorwaarden blijkt dat echter niet: daarin wordt zij vermeld als afkomstig uit Naaldwijk. Interessant is wat Marijtje meebrengt als zij met Arie trouwt:.
Op huijden den 29sten April Ao 1746 Compareerden voor Leendert Rodenburg en Leendert van den Bos, schepenen van Naaldwijk Arij van den Ende Weduwnaar van Marijtje Markenburg, wonende alhier ter eene Ende Marijtje van Veen minderjarig Dogter medewonende alhier ter andere zijde te kennen gevende dat sij voornemens waren sig eerstdaags met malkanderen te begeven in den huwelijkse staat etc..
Waar jegens de bruijd mede sal brengen alle de goedren die sij is hebbende bestaande in vijfhonderd gulden contant geldt, drie goude Ringen een Silverijder met twee goude Enden een goude Hoofdnaald, twee paarlspelden, een Silvere Tas-beugel, vijf aarde schotels, een Kast met Linne en wollen Kleding...
Huwelijkse voorwaarden bedragende de wederzijdse avantages boven de f 1000 en beneden de f 3000 gld.
Arie overlijdt in Naaldwijk in 1755. Wanneer Marijtje van Veen is overleden, is niet bekend, maar waarschijnlijk eerder. Zij komt namelijk niet voor in het testament van Arie d.d. 7 mei 1756. Hoewel Arie al een huis in Naaldwijk bezit, koopt hij op een veiling d.d. 24 december 1729 ook het huis ernaast. Op 27 januari 1730 wordt de koopakte opgemaakt. Hij blijkt, zoals we al gezien hebben, een dubbel huis met erf en tuintje gekocht te hebben van de erven "van der Knaap".
Het perceel is gelegen ten oosten aan de Nieuwe Vaart, ten zuiden aan het eigendom van de weduwe De Bruijns, ten westen aan het kerkhof en ten noorden aan het eigendom van de koper zelf. Voor het geheel moet hij 620 gulden betalen. Reden genoeg om op de kaart van Cruiquis uit 1712 te speuren of het perceel te ontdekken valt. Wel bij de pijl ligt een perceeltje dat aan alle beschrijvingen beantwoordt, waar-schijnlijk bestaan die huisjes nog. Het tuintje is opgegaan in het parkeerterrein van Albert Heijn.
Op 5 mei 1741 verkoopt hij dit huis weer voor 720 gulden aan Dirk Patijn. Volgens de akte woont hij dan nog steeds in het huis ernaast. Op 21 december 1733 koopt Arie op een openbare verkoping in Delft van de procuratiehouder van Vrouwe Maria Isabella Catharina Baronesse van Lichtervelde een stuk land in Naaldwijk. Deze grond grenst ten oosten aan het land van Pieter Vijverberg, ten zuiden aan de Oostwatering, ten westen aan het land van Arij Arkesteijn en ten noorden aan de Heereweg. Voor de vier morgen en drie hond wei- en teelland betaalt hij een bedrag van 697 gulden en tien stuivers. Het betreffende stuk land ligt "gemeen" met een perceel grond van één morgen en drie hond dat toebehoort aan de Koninklijke Majesteit van Pruisen. Op de een of andere manier weet Arie dit land te pachten. In het archief van de Nassause Domeinraad is hij namelijk terug te vinden in de lijst van pachters. Het is dus heel goed mogelijk dat hij naast schoenmaker ook bouwman (=boer) is. Dat zou kunnen kloppen met de indruk dat pas in de loop van de achttiende eeuw er een duidelijke specialisatie in beroepen gaat optreden. Dan gaat langzamerhand het verschijnsel verdwijnen dat de timmerman of schoenmaker ook nog een paar koetjes heeft.
Uit Arie's testament van 7 mei 1756 blijkt dat hij drie erfgenamen, zijn kinderen, heeft: Maarten, woonachtig in het Opstal (dat is een gehucht bij en nu een gedeelte van Naaldwijk); Jan, woonachtig in Naaldwijk en Cornelis, woonachtig in Monsterambacht. Uit hetzelfde document blijkt dat de erfgenamen het bovengenoemde stuk land van vier morgen en drie hond verkopen aan de meesterwagenmaker Hendrik Persoon voor een bedrag van f 1725,= gulden. Tevens blijkt eruit dat zoon Maarten naast zijn deel in de vordering op Hendrik Persoon (f 1725,= tegen 3% rente per jaar) en een deel van een huisje in Poeldijk, ook het ouderlijk huis aan het kerkhof in Naaldwijk erft. En verder erft hij nog de schoenmakerij, de looierij en het gereedschap. Dat betekent dat Arie waarschijnlijk tot zijn dood als schoenmaker actief is geweest. Maar interessanter is nog dat hij kennelijk zelf zijn leer looide.
Arie van den Ende en Maria Markenburgh hebben vier (of zes?) kinderen gekregen, van wie er één heel jong overlijdt. Van een ander is het onduidelijk of hij wel een kind van Arie en Maria is.
De tweede zoon heet Cornelis. Hij is geboren in Naaldwijk, maar wordt gedoopt in de rooms- katholieke kerk van Loosduinen op 12 oktober 1714 door Joannes van Rossum. Peter en meter zijn Gerrit Cornelisz. Marckenburgh en Crijntie Cornelisdr. Marckenburgh. Ondubbelzinnig blijkt hieruit dat het gezin rooms-katholiek is. Op 27 september 1739 trouwt Cornelis met Aagje Huijbregts van Etten uit Monsterambacht. Daarvoor zijn zij op 11 september 1739 o.a.in Naaldwijk in ondertrouw gegaan. Het kerkelijk huwelijk wordt gesloten in de rooms-katholieke kerk van Loosduinen, het burgerlijk in Monster:.
"Op huilden sijn voor ons scheepenen van Monster in den huijwelijken staat bevestigt Cornelis Arentse van den Enden jm. geb. en woonagtigh tot Naaltwijk met Aagje Huijbregts van Etten jd. geboorigh en woonagtigh in Monsterambaght, actum Monster; den 27e september 1739".
Zij wonen in Poeldijk en krijgen negen kinderen. Cornelis overlijdt (waarschijnlijk) op 15 januari 1784, zijn vrouw Aagje al veel eerder op 27 mei 1763.
De derde zoon, Johannes, wordt op 25 september 1717 ook in de rooms-katholieke kerk van Loosduinen door Joannes van Rossum gedoopt. Peter en meter zijn Cornelis Markenborg en Krijntie Markenborg. Dit kind overlijdt op 20 januari 1718. Het volgende kind wordt dan Jan genoemd. Van hem weten we niet veel. Hij is gehuwd op 1 mei 1746 en overlijdt op 8 mei 1761. Uit een koopakte van 7 mei 1756 blijkt, zoals we al gezien hebben, dat hij naast Maarten en Cornelis, de derde erfgenaam van Arie van den Ende is. Uit een andere akte, van 31 juli 1761, blijkt dat zijn erfgenamen zijn: zijri broers Maarten en Cornelis en zijn halfbroer Pieter Cornelisse van der Hoeven. Dat betekent dus dat hij zelf geen nakomelingen heeft.
Een probleempje is nog dat er op 22 mei 1723 nog een Cornelis gedoopt is. Peter en meter zijn Gerrit Cornelisz. Marckenburg en Krijntie Cornelisdr. Marckenburg. Deze Cornelis komen we nergens meer tegen, zodat het niet al te gewaagd is te veronderstellen dat hij jong overleden is.
Tenslotte moet er nog opgemerkt worden dat er in die tijd in Schipluiden een woning heeft bestaan met de naam "Marckenburgh". Zo wordt er op 29 september 1730 een kind geboren "op de woning van de Marckenburgh". Overigens krijgt de boreling niet de naam Marckenburgh. Wel is zo verklaarbaar dat Maria soms "van" Marckenburgh genoemd wordt.
Verder zijn er nog enige raadsels op te lossen, want in de index van het trouwen staat: Arie Maartens van den Ende, J M van Nootdorp met Marietje Cornelis Markenburg, weduwe van Cornelis Pieters v.d. Arend. Kijken we bij haar 1e trouwdatum dan komen we uit op Maritie Cnelis Marckenborgh & Cnelis Pieterse van der Korte, nu hebben we al 3 verschillende echtgenoten. De enige verklaring die ik kan bedenken is dat ze bijnamen, achternamen en patroniemen willekeurig hebben gebruikt. Uit dit huwelijk 6 zonen


Cornelis Cornelisse van Marckenburgh
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Cornelis Cornelisse van Marckenburgh.

tr.
met

Neeltje Gerritsdr. van Meurs, dr. van Gerrit Leenders van Meurs en Neeltje Sierens Cleijwegt.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marietje*1680 Vlaardinger-Ambacht [zh] †1733 Naaldwijk [zh] 53


Neeltje Gerritsdr. van Meurs
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Neeltje Gerritsdr. van Meurs.

tr.
met

Cornelis Cornelisse van Marckenburgh.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marietje*1680 Vlaardinger-Ambacht [zh] †1733 Naaldwijk [zh] 53


Cornelis Pietersz. van der Hoeve
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Cornelis Pietersz. van der Hoeve, ovl. tussen 7 mrt 1707 en 31 aug 1707 .

tr. (Marietje ongeveer 23 jaar oud) op 23 sep 1703
met

Marietje Cornelisdr. van Marckenburgh, dr. van Cornelis Cornelisse van Marckenburgh en Neeltje Gerritsdr. van Meurs, geb. te Vlaardinger-Ambacht [zh] circa 1680, ovl. (ongeveer 53 jaar oud) te Naaldwijk [zh] op 28 feb 1733, begr. te Naaldwijk [zh] op 2 mrt 1733, tr. (2) met Adrianus van den Ende. Uit dit huwelijk 6 zonen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter*1705     


Pieter van der Hoeve
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Pieter van der Hoeve, geb. circa 1705.


Cornelis Arisse van den Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Cornelis Arisse van den Ende, ged. te Monster [zh] op 22 mei 1723.


Johannes Arentse van den Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Johannes Arentse van den Ende, geb. te Naaldwijk [zh] op 25 sep 1717, ged. Rooms Katholiek te Loosduinen [zh] op 25 sep 1717 (getuigen: Cornelis Markenborg en Krijntie Markenborg), ovl. (3 maanden oud) te Naaldwijk [zh] op 20 jan 1718.


Jan Arisse van den Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Jan Arisse van den Ende, geb. te Naaldwijk [zh] circa 1721, ovl. (ongeveer 40 jaar oud) te Naaldwijk [zh] op 8 mei 1761.

tr. (ongeveer 28 jaar oud) te Naaldwijk [zh] op 1 mei 1749
met

Maria van Veen


Maria van Veen
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Maria van Veen.

tr. (Jan ongeveer 28 jaar oud) te Naaldwijk [zh] op 1 mei 1749
met

Jan Arisse van den Ende, zn. van Adrianus van den Ende (zelfstandig schoenmaker) en Marietje Cornelisdr. van Marckenburgh, geb. te Naaldwijk [zh] circa 1721, ovl. (ongeveer 40 jaar oud) te Naaldwijk [zh] op 8 mei 1761


Cornelis Arends van den Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Cornelis Arends van den Ende, geb. te Naaldwijk [zh] op 12 okt 1714, ged. Rooms Katholiek te Loosduinen [zh] op 16 okt 1714 (getuigen: Gerrit Cornelisz. Marckenburg en Krijntie Cornelisdr. Markenburg), bouwman, ovl. (69 jaar oud) te Poeldijk [zh] op 15 jan 1784, begr. te Monster [zh] op 20 jan 1784.

otr. te Naaldwijk [zh] op 11 sep 1739, tr. (resp. 24 en ongeveer 24 jaar oud) te Monster [zh] op 27 sep 1739, kerk.huw. (Rooms Katholiek) te Loosduinen [zh] op 27 sep 1739
met

Aagtie Huybregtsdr. van Etten, dr. van Huibregt Servaes van Etten en Barber Martens van Leeuwen, geb. te Monsterambacht [zh], ged. te Poeldijk [zh] op 18 okt 1714, ovl. (ongeveer 48 jaar oud) te Monster [zh] op 27 mei 1763, begr. te Monster [zh] op 31 mei 1763.
n alle gevallen blijkt het dan wel om de gemeenten Monster of Monsterambacht te handelen, echter moet dit wel in of nabij het dorp Poeldijk zijn geweest. Er was destijds geen bevolkingsregister maar de beschreven plaatsnamen zouden doen vermoeden dat deze Van den Ende naar Monster getrokken is. Dan zou hij de stamvader van de talrijke katholieke Van den Ende's daar geweest kunnen zijn. Dat blijkt dan bij nader onderzoek het dorp Poeldijk te zijn geweest. Uit dit huwelijk werden 9 kinderen geboren waarvan vermoedelijk slechts de jongste zoon, Arij genaamd, geboren op 13.12.1751, volwassen geworden en getrouwd is.

Uit dit huwelijk 9 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria~1740 Monster [zh]    
Hujbert~1741 Monster [zh]    
Hubertus*1742 Monster [zh]    
Barbara~1744 Monster [zh]    
Barbara~1745 Monster [zh] †1818 Monster [zh] 72
Adrianus~1747 Monster [zh]    
Adrianus*1749 Monster [zh]    
Hubertus~1750 Monster [zh]    
Adrianus~1751 Monster [zh] †1817 Wateringen [zh] 65


Maarten Jacobs van den Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Maarten Jacobs van den Ende, geb. te Nootdorp [zh] circa 1648, meesterschoenmaker, ovl. (ongeveer 78 jaar oud) te Nootdorp [zh] op 5 apr 1726.

otr. te Stompwijk [zh] op 3 mei 1675, tr. (resp. ongeveer 27 en hoogstens 23 jaar oud) te Nootdorp [zh] op 21 mei 1675
met

Annitge van Vliet, dr. van Cornelis Davidsz. van Vliet (vervener) en Annetje Cornelisdr. van Veen, geb. te Stompwijk [zh] tussen 1652 en 1656, ovl. (hoogstens 84 jaar oud) te Kwintsheul [zh] op 22 nov 1736.
In het dorpje Nootdorp woont en werkt Maarten Jacobsz. van den Ende als meesterschoenmaker. Dat 'meester' heeft te maken met de oude gilden. Als iemand een vak wil leren, wordt hij in de leer en meestal ook in de kost gedaan bij een zelfstandig gevestigd vakman: een meester. Hij wordt dan leerling en later gezel. Na verloop van tijd, kan hij zelf meester worden.
Maarten beoefent zijn vak van schoenmaker in een huis dat hij in 1686 gekocht heeft en dat naast zijn ouderlijk huis ligt. Het vak van schoenmaker moet letterlijk opgevat worden. Tegenwoordig repareert een schoenmaker voornamelijk schoenen, maar in die tijd worden schoenen nog met de hand en op bestelling gemaakt. Naast de schoenmakers Maarten van den Ende en zijn zwager Pieter Hogeveen wonen en werken er in 1680 in Nootdorp dan ook nog twee schoenlappers: Andries Hendricks, onvermogend met 3½ gezinslid en Jan Ariëns, ook onvermogend met vier gezinsleden.
Het eerste dat we van Maarten weten is dat hij op 3 mei 1675 in Stompwijk in ondertrouw gaat. Zijn bruid is Annitge van Vliet. Het aardige van deze ondertrouwakte is dat zowel Maarten als Annitge hun handtekening op het document gezet hebben!.
Na de drie afkondigingen op 5, 12 en 19 mei komt op 20 mei de attestatie (bewijs van overschrijving naar een andere gemeente) af zodat ze buiten Stompwijk, - in Nootdorp -, kunnen trouwen. Wat op 21 mei daaropvolgend gebeurt. De tekst van de trouwakte is bewaard gebleven:.
"Wij Jacobus Brand Schout en Ingedorus Croneveen ende Willem Jans van Slote Schepenen in Nootdorp oirconden.
dat op huijden voor ons verschenen ende gecompareert sijn Maerten Jacobz van den Ende wonende tot Nootdorp J.M. als bruijdegom ter eenre ende Annetje Corns van Vliet J.D. wonende aan de Veenwegh in Tedingerbrouck sijne bruijd tet" andere sijde te kennen gevende dat sij malkanderen wederzijds trouwe belofte hadden gedaan gevende over sulks hij Bruijdegom aan de voorn. sijne Bruijd sijne mannelijke trouwe ende wederom sij bruijd aan hem Bruijdegom hare vrouwelijke trouwe. Belovende malkanderen niet te sullen verlaten om lieffleet off om enigerhande saken maer trouwe ende gelove te houden totdat Godalmachtig de een van de ander Metterdood sal scheiden ende ondertussen eerlijck ende Godsalig metten andere te sullen leven in alle liefde ende eendracht sulks wettige echtgenoten betaemt. Ende ten einde alle t gunt voor ons is geschiet des te bundiger (?) magh werden gehouden hebben wij Schout ende Schepenen voornoemt naer dat ons bij attestatie van de Secretaris alhier als van de secretaris van den Banne van Stompwijck waeronder Tedingerbrouck resorteert gebleken was dat de drie behoerl. ende achter den anderen volgende Sondaegse proclamatien des huywelics onverhindert ende sonder enige oppositie waren gegaen/ den voors. personen met den anderen in den H:egheen staet des huywelicx bevestight op den XXI Meij 1675".
Merkwaardig is dat op deze huwelijksakte de handtekening van Maarten ontbreekt. Waar ze dan zijn gaan wonen is nog onduidelijk, maar waarschijnlijk gewoon in Nootdorp. In het kohier van 1680 komen we hen in ieder geval tegen: "Maarten Jacobsz. van den Ende, schoenmaker hebbende een knecht inwonend zijn eigen kost doende, drie personen ". Twee conclusies zijn uit deze notitie op te maken. De eerste is dat Maarten en Annigje nog geen kinderen ouder dan vier jaar hebben. En verder staat er geen opmerking in het kohier over zijn welstand: Maarten heeft op dat moment dus in ieder geval minder dan f 1000,= vermogen. Wellicht zijn de zaken toch goed gegaan, want in 1686 koopt hij een huis. Op 20 mei 1686 vindt het transport plaats van een huis, een boomgaard en een schuur, welke Maarten op 3 januari 1686 voor f 650,= gekocht heeft van Claes Jacobszn. Verheul, die getrouwd is met Petronella Leenderts van Eeckelenburgh weduwe van Adriaen Janszn. Schenk. De grond en de opstallen worden feitelijk gekocht uit de erfenis van Adriaen Schenck. Blijkens het kohier van 1680 was Arie Jansz. Schenk in leven bakker, kapitalist en had hij 5½ gezinsleden.
Hoe groot het perceel precies is, weten we niet. Voor de verponding, wordt Maarten aangeslagen voor één hond (dat zijn honderd roeden). Voor het molen- en sluisgeld wordt hij echter aangeslagen voor vijfentwintig roeden. Maarten betaalt voor het geheel tweehonderd gulden in contanten plus 16 gulden en 5 stuivers aan rantsoen, dat zijn opcenten, een soort belasting dus. De rest 450 Carolusguldens moet hij, volgens de "schultrentebrief" met 3% rente voldoen in twee termijnen, namelijk op 1 mei 1687 en 1 mei 1688.
Zijn ene buur is dan zijn moeder, de andere is de chirurgijn (heelmeester, plattelandsdokter) Hendrick Brouwer, die om onduidelijke redenen jaarlijks één gulden aan Maarten moet betalen.
Annitge van Vliet(h) is de dochter van Cornelis Davitsz. van Vliet(h), die woont in het eerste huis aan de Groeneweg in Zoetermeer vanaf Delft gerekend. Althans tot 1674 woont Cornelis van Vliet daar, maar in dat jaar wordt zijn huis samen met nog 54 andere huizen afgebroken om de bedijking van de Driemanspolder in Zoetermeer mogelijk te maken. Hij zet dan zijn turfgraverij voort in de polder van Tedingerbroek, waar hij overigens al sinds 1653 slagturfde. De moeder van Annitge is Annetje Cornelisdr. van Veen uit Leidschendam.
Op 25 juni 1652 zijn zij, Annetje Cornelisdr. van Veen en Cornelis van Vliet(h), in Stompwijk met elkaar getrouwd. Zij krijgen twee kinderen (volgens hun testament van 4 oktober 1669): Davit en Annitge. De geschiedenis van de familie Van Vliet(h) gaat terug tot het jaar 1553, wanneer een zekere Andries Dirickz in het kohier van de Tiende Penning van Zoetermeer wordt vermeld.
Op 25 juli 1708 laten Maarten van den Ende en Annitge van Vliet een wederzijds testament opmaken bij notaris Simon Berckel in Zoetermeer. Tot voogden van hun kinderen worden benoemd Rochus Dircxzn. van Willigen Langerack, de zwager van Maarten en echtgenoot van zijn zuster Neeltgen, en David van Vliet, de broer van Annitge. Met het benoemen van voogden, sluit je in die tijd de inmenging van de Overheid in de vorm van de Weeskamer uit. We zullen dit verschijnsel nog heel wat keren tegenkomen.
Op 22 mei 1724 wonen zij nog steeds in hetzelfde huis. Dat blijkt uit een koopakte van die datum, waarbij het perceel aan de oostzijde van hun huis van eigenaar wisselt. Op 4 april 1726 overlijdt Maarten. Op 17 juni daaropvolgend verkoopt zijn weduwe, die dan in Pijnacker woont, haar huis, erf en tuin in Nootdorp aan Cornelis van Muijen. Vermeld wordt dat het perceel voor één hond te boek staat en dat er vroeger "een plancke huijsje " (dus toch een houten huis?) op heeft gestaan.
Op 28 mei 1731 woont Annitge van Vliet onder (d.w.z. in het gebied van) Wateringen. In dat jaar leent zij aan Arij Dircksz. van Santen een bedrag van tweehonderd Carolus guldens tegen 4% rente per jaar. Zij is dan dus al minstens 75 jaar en dan nog geld uitlenen.
Zij overlijdt te Quinsheul, Monster Ambacht op 22 november 1736. Dit dorp viel onder de parochie Wateringen zodat we kunnen aannemen dat zij daar begraven is. Om welke reden zij op haar oude dag naar Wateringen is getrokken laat zich raden. Vermoedelijk verbleef zij bij een nog niet genoemde dochter Catharina.
Maarten en Annitge krijgen vier of vijf kinderen.
Hun oudste zoon heet Arie (Adrianus). Hij vertegenwoordigt de rechte lijn van de afstamming en over hem zal het volgende hoofdstuk gaan.
De tweede zoon heet Jacob. Op 12 januari 1721 huwt hij met Mechtilda Pietersdr. Lelijvelt. Hij overlijdt op 26 juli 1746 in Nootdorp.
Van hun derde kind, Cornelis, weten we dat hij is geboren in Nootdorp en huwt met Susanne Ghiele van de Krogt. Zij krijgen vier kinderen: Maria (gedoopt 27 november 1721), Maria (gedoopt 7 juli 1724), Catharina (gedoopt 1725) en Cornelis (gedoopt 27 mei 1728).
Het vierde kind van Maarten en Annitge, Maria, huwt op 5 februari 1730 in Nootdorp met Jacobus Roele van Aelsburg. Jacobus is weduwnaar van Comelia van der Knaap en komt uit Hondsholredijk. Waarschijnlijk heeft Jacob van Aelsburg, voordat hij naar Nootdorp vertrekt, zijn huis in Naaldwijk te koop gezet, want op 24 december 1729 koopt Arie van den Ende, zijn toekomstige zwager, dit huis met erf en tuintje in Naaldwijk. De verkopers zijn formeel de erven "Van der Knaap".
Jacobus Aelsburg blijkt twee kinderen uit zijn huwelijk met Comelia van der Knaap te hebben. Uit het huwelijk met Maria van den Ende is maar één dochter bekend: Joanna, geboren op 13 februari 1731. Peter en meter bij de doop zijn Arie Maartensz. van den Ende en Cathrijn van den Ende. Arie zal de broer van Maria zijn, maar wie Cathrijn is, blijft nog onduidelijk.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adrianus*1680 Nootdorp [zh] †1755 Naaldwijk [zh] 75
Jacobus*1689  †1746 Nootdorp [zh] 57
Cornelis*1690 Nootdorp [zh]    
Maria*1692     
Catharina     


Annitge van Vliet
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Annitge van Vliet, geb. te Stompwijk [zh] tussen 1652 en 1656, ovl. (hoogstens 84 jaar oud) te Kwintsheul [zh] op 22 nov 1736.

otr. te Stompwijk [zh] op 3 mei 1675, tr. (resp. hoogstens 23 en ongeveer 27 jaar oud) te Nootdorp [zh] op 21 mei 1675
met

Maarten Jacobs van den Ende, zn. van Jacobus Cornelisz. van den Ende (timmerman) en Trijntje Gerrits Aertz, geb. te Nootdorp [zh] circa 1648, meesterschoenmaker, ovl. (ongeveer 78 jaar oud) te Nootdorp [zh] op 5 apr 1726.
In het dorpje Nootdorp woont en werkt Maarten Jacobsz. van den Ende als meesterschoenmaker. Dat 'meester' heeft te maken met de oude gilden. Als iemand een vak wil leren, wordt hij in de leer en meestal ook in de kost gedaan bij een zelfstandig gevestigd vakman: een meester. Hij wordt dan leerling en later gezel. Na verloop van tijd, kan hij zelf meester worden.
Maarten beoefent zijn vak van schoenmaker in een huis dat hij in 1686 gekocht heeft en dat naast zijn ouderlijk huis ligt. Het vak van schoenmaker moet letterlijk opgevat worden. Tegenwoordig repareert een schoenmaker voornamelijk schoenen, maar in die tijd worden schoenen nog met de hand en op bestelling gemaakt. Naast de schoenmakers Maarten van den Ende en zijn zwager Pieter Hogeveen wonen en werken er in 1680 in Nootdorp dan ook nog twee schoenlappers: Andries Hendricks, onvermogend met 3½ gezinslid en Jan Ariëns, ook onvermogend met vier gezinsleden.
Het eerste dat we van Maarten weten is dat hij op 3 mei 1675 in Stompwijk in ondertrouw gaat. Zijn bruid is Annitge van Vliet. Het aardige van deze ondertrouwakte is dat zowel Maarten als Annitge hun handtekening op het document gezet hebben!.
Na de drie afkondigingen op 5, 12 en 19 mei komt op 20 mei de attestatie (bewijs van overschrijving naar een andere gemeente) af zodat ze buiten Stompwijk, - in Nootdorp -, kunnen trouwen. Wat op 21 mei daaropvolgend gebeurt. De tekst van de trouwakte is bewaard gebleven:.
"Wij Jacobus Brand Schout en Ingedorus Croneveen ende Willem Jans van Slote Schepenen in Nootdorp oirconden.
dat op huijden voor ons verschenen ende gecompareert sijn Maerten Jacobz van den Ende wonende tot Nootdorp J.M. als bruijdegom ter eenre ende Annetje Corns van Vliet J.D. wonende aan de Veenwegh in Tedingerbrouck sijne bruijd tet" andere sijde te kennen gevende dat sij malkanderen wederzijds trouwe belofte hadden gedaan gevende over sulks hij Bruijdegom aan de voorn. sijne Bruijd sijne mannelijke trouwe ende wederom sij bruijd aan hem Bruijdegom hare vrouwelijke trouwe. Belovende malkanderen niet te sullen verlaten om lieffleet off om enigerhande saken maer trouwe ende gelove te houden totdat Godalmachtig de een van de ander Metterdood sal scheiden ende ondertussen eerlijck ende Godsalig metten andere te sullen leven in alle liefde ende eendracht sulks wettige echtgenoten betaemt. Ende ten einde alle t gunt voor ons is geschiet des te bundiger (?) magh werden gehouden hebben wij Schout ende Schepenen voornoemt naer dat ons bij attestatie van de Secretaris alhier als van de secretaris van den Banne van Stompwijck waeronder Tedingerbrouck resorteert gebleken was dat de drie behoerl. ende achter den anderen volgende Sondaegse proclamatien des huywelics onverhindert ende sonder enige oppositie waren gegaen/ den voors. personen met den anderen in den H:egheen staet des huywelicx bevestight op den XXI Meij 1675".
Merkwaardig is dat op deze huwelijksakte de handtekening van Maarten ontbreekt. Waar ze dan zijn gaan wonen is nog onduidelijk, maar waarschijnlijk gewoon in Nootdorp. In het kohier van 1680 komen we hen in ieder geval tegen: "Maarten Jacobsz. van den Ende, schoenmaker hebbende een knecht inwonend zijn eigen kost doende, drie personen ". Twee conclusies zijn uit deze notitie op te maken. De eerste is dat Maarten en Annigje nog geen kinderen ouder dan vier jaar hebben. En verder staat er geen opmerking in het kohier over zijn welstand: Maarten heeft op dat moment dus in ieder geval minder dan f 1000,= vermogen. Wellicht zijn de zaken toch goed gegaan, want in 1686 koopt hij een huis. Op 20 mei 1686 vindt het transport plaats van een huis, een boomgaard en een schuur, welke Maarten op 3 januari 1686 voor f 650,= gekocht heeft van Claes Jacobszn. Verheul, die getrouwd is met Petronella Leenderts van Eeckelenburgh weduwe van Adriaen Janszn. Schenk. De grond en de opstallen worden feitelijk gekocht uit de erfenis van Adriaen Schenck. Blijkens het kohier van 1680 was Arie Jansz. Schenk in leven bakker, kapitalist en had hij 5½ gezinsleden.
Hoe groot het perceel precies is, weten we niet. Voor de verponding, wordt Maarten aangeslagen voor één hond (dat zijn honderd roeden). Voor het molen- en sluisgeld wordt hij echter aangeslagen voor vijfentwintig roeden. Maarten betaalt voor het geheel tweehonderd gulden in contanten plus 16 gulden en 5 stuivers aan rantsoen, dat zijn opcenten, een soort belasting dus. De rest 450 Carolusguldens moet hij, volgens de "schultrentebrief" met 3% rente voldoen in twee termijnen, namelijk op 1 mei 1687 en 1 mei 1688.
Zijn ene buur is dan zijn moeder, de andere is de chirurgijn (heelmeester, plattelandsdokter) Hendrick Brouwer, die om onduidelijke redenen jaarlijks één gulden aan Maarten moet betalen.
Annitge van Vliet(h) is de dochter van Cornelis Davitsz. van Vliet(h), die woont in het eerste huis aan de Groeneweg in Zoetermeer vanaf Delft gerekend. Althans tot 1674 woont Cornelis van Vliet daar, maar in dat jaar wordt zijn huis samen met nog 54 andere huizen afgebroken om de bedijking van de Driemanspolder in Zoetermeer mogelijk te maken. Hij zet dan zijn turfgraverij voort in de polder van Tedingerbroek, waar hij overigens al sinds 1653 slagturfde. De moeder van Annitge is Annetje Cornelisdr. van Veen uit Leidschendam.
Op 25 juni 1652 zijn zij, Annetje Cornelisdr. van Veen en Cornelis van Vliet(h), in Stompwijk met elkaar getrouwd. Zij krijgen twee kinderen (volgens hun testament van 4 oktober 1669): Davit en Annitge. De geschiedenis van de familie Van Vliet(h) gaat terug tot het jaar 1553, wanneer een zekere Andries Dirickz in het kohier van de Tiende Penning van Zoetermeer wordt vermeld.
Op 25 juli 1708 laten Maarten van den Ende en Annitge van Vliet een wederzijds testament opmaken bij notaris Simon Berckel in Zoetermeer. Tot voogden van hun kinderen worden benoemd Rochus Dircxzn. van Willigen Langerack, de zwager van Maarten en echtgenoot van zijn zuster Neeltgen, en David van Vliet, de broer van Annitge. Met het benoemen van voogden, sluit je in die tijd de inmenging van de Overheid in de vorm van de Weeskamer uit. We zullen dit verschijnsel nog heel wat keren tegenkomen.
Op 22 mei 1724 wonen zij nog steeds in hetzelfde huis. Dat blijkt uit een koopakte van die datum, waarbij het perceel aan de oostzijde van hun huis van eigenaar wisselt. Op 4 april 1726 overlijdt Maarten. Op 17 juni daaropvolgend verkoopt zijn weduwe, die dan in Pijnacker woont, haar huis, erf en tuin in Nootdorp aan Cornelis van Muijen. Vermeld wordt dat het perceel voor één hond te boek staat en dat er vroeger "een plancke huijsje " (dus toch een houten huis?) op heeft gestaan.
Op 28 mei 1731 woont Annitge van Vliet onder (d.w.z. in het gebied van) Wateringen. In dat jaar leent zij aan Arij Dircksz. van Santen een bedrag van tweehonderd Carolus guldens tegen 4% rente per jaar. Zij is dan dus al minstens 75 jaar en dan nog geld uitlenen.
Zij overlijdt te Quinsheul, Monster Ambacht op 22 november 1736. Dit dorp viel onder de parochie Wateringen zodat we kunnen aannemen dat zij daar begraven is. Om welke reden zij op haar oude dag naar Wateringen is getrokken laat zich raden. Vermoedelijk verbleef zij bij een nog niet genoemde dochter Catharina.
Maarten en Annitge krijgen vier of vijf kinderen.
Hun oudste zoon heet Arie (Adrianus). Hij vertegenwoordigt de rechte lijn van de afstamming en over hem zal het volgende hoofdstuk gaan.
De tweede zoon heet Jacob. Op 12 januari 1721 huwt hij met Mechtilda Pietersdr. Lelijvelt. Hij overlijdt op 26 juli 1746 in Nootdorp.
Van hun derde kind, Cornelis, weten we dat hij is geboren in Nootdorp en huwt met Susanne Ghiele van de Krogt. Zij krijgen vier kinderen: Maria (gedoopt 27 november 1721), Maria (gedoopt 7 juli 1724), Catharina (gedoopt 1725) en Cornelis (gedoopt 27 mei 1728).
Het vierde kind van Maarten en Annitge, Maria, huwt op 5 februari 1730 in Nootdorp met Jacobus Roele van Aelsburg. Jacobus is weduwnaar van Comelia van der Knaap en komt uit Hondsholredijk. Waarschijnlijk heeft Jacob van Aelsburg, voordat hij naar Nootdorp vertrekt, zijn huis in Naaldwijk te koop gezet, want op 24 december 1729 koopt Arie van den Ende, zijn toekomstige zwager, dit huis met erf en tuintje in Naaldwijk. De verkopers zijn formeel de erven "Van der Knaap".
Jacobus Aelsburg blijkt twee kinderen uit zijn huwelijk met Comelia van der Knaap te hebben. Uit het huwelijk met Maria van den Ende is maar één dochter bekend: Joanna, geboren op 13 februari 1731. Peter en meter bij de doop zijn Arie Maartensz. van den Ende en Cathrijn van den Ende. Arie zal de broer van Maria zijn, maar wie Cathrijn is, blijft nog onduidelijk.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adrianus*1680 Nootdorp [zh] †1755 Naaldwijk [zh] 75
Jacobus*1689  †1746 Nootdorp [zh] 57
Cornelis*1690 Nootdorp [zh]    
Maria*1692     
Catharina     


Cornelis Davidsz. van Vliet
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Cornelis Davidsz. van Vliet, vervener.

tr. te Stompwijk [zh] op 25 jun 1652
met

Annetje Cornelisdr. van Veen, dr. van Cornelis van Veen, geb. te Leidschendam [zh].

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Annitge*1652 Stompwijk [zh] †1736 Kwintsheul [zh] 84
David     


Annetje Cornelisdr. van Veen
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Annetje Cornelisdr. van Veen, geb. te Leidschendam [zh].

tr. te Stompwijk [zh] op 25 jun 1652
met

Cornelis Davidsz. van Vliet, zn. van David Joostensz en Annetgen Maertensdr. van der Meer, vervener.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Annitge*1652 Stompwijk [zh] †1736 Kwintsheul [zh] 84
David     


Jacobus van den Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Jacobus van den Ende, geb. circa 1689, ovl. (ongeveer 57 jaar oud) te Nootdorp [zh] op 26 jul 1746.

tr. (ongeveer 32 jaar oud) te Nootdorp [zh] op 12 jan 1721
met

Machtelda Lelyvelt.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacoba     


Machtelda Lelyvelt
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Machtelda Lelyvelt.

tr. (Jacobus ongeveer 32 jaar oud) te Nootdorp [zh] op 12 jan 1721
met

Jacobus van den Ende, zn. van Maarten Jacobs van den Ende (meesterschoenmaker) en Annitge van Vliet, geb. circa 1689, ovl. (ongeveer 57 jaar oud) te Nootdorp [zh] op 26 jul 1746.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacoba     


Jacoba Jacobsdr. van den Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.

Jacoba Jacobsdr. van den Ende.

tr. in 1753
met

Willem van Kralingen