Het geslacht Van de Burgt , Seekles, van den Ende en Jans(s)en
Martinus Adrianus van den Ende
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Martinus Adrianus van den Ende, geb. te Monster [zh], ged. Rooms Katholiek te Loosduinen [zh] op 12 jan 1712, ovl. (ongeveer 51 jaar oud) te Monster [zh] op 4 apr 1763, begr. te Monster [zh] op 9 apr 1763.

otr. te Naaldwijk [zh] op 15 feb 1737, tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 22 jaar oud) te Maasland [zh] op 3 mrt 1737
met

Ariaantje Pieterse van Etten, dr. van Pieter Servaes van Etten en Trijntje Leendertse (Catharina) Quant, geb. te Maasland [zh] circa 1715, ovl. (ongeveer 77 jaar oud) te Kethel [zh] op 3 sep 1792.
Martinus Adrianus van den Ende is het oudste kind van Ary van den Ende en Marietje Marckenburgh. Hij wordt in de rooms-katholieke kerk van Loosduinen gedoopt op 12 januari 1712. Hij zal dus een dag of een paar dagen daarvoor geboren zijn. Op 3 maart 1737 huwt Maarten Arienzn. van den Ende, zoals hij meestal in de stukken voorkomt, met Ariaentge Pietersdr. van Etten uit Maasland. Op 15 februari daaraan voorafgaand zijn zij in ondertrouw gegaan:.
"Op den 15e Februari 1737 zijn door Joost van Adrichem en Pieter van den Velde Welgeboren mannen van Naaldwijk in wettige ondertrouw opgenomen Maarten Aryens van den Enden J.M. van Naaltwijk met Aryaantje van Etten J.D. van Maaslant. Verzoekende dat haar drie proclamatien behoorlijk plaats mogen hebben".
Ariaentge is in 1715 in Maasland geboren. De exacte datum is (nog) niet bekend.
In het gaardersboek (een gaarder is een belastingontvanger) van Maasland staat de verklaring van Ariaante van Etten dat zij behoort tot de klasse van f 3,= :.
"Ik ondergeschrevene mij zullende begeeven ten huwelijkse staat met Maarten Arents van den Ende woonende tot Naaldwijk verklare mij selve aan te geven als gehorende onder Classis van drie gulden. get. Ariaante Pieters van Effen ".
In Holland bestaat in die tijd een belasting op welstand. De bevolking is daarvoor ingedeeld in vijf klassen. De laagste is de groep van onvennogenden; zij hoeven niets te betalen. De groep daarboven zijn de mensen die een bezit hebben van maximaal f 2000,=. Deze 'gegoeden' moeten bij een huwelijk of een begrafenis een tarief van f 3,= betalen. Tot deze categorie verklaart Ariaentge zich te behoren. Daaruit kan geconcludeerd worden dat zij enig bezit heeft, maar dat zij zeker niet rijk is. Toch hebben Maarten en Ariaentge kennelijk niet slecht geboerd, want bij Maartens dood in 1763 blijkt hij te behoren tot de klasse van f 6,= (m.a.w. hij is dan een "welgestelde" met een vermogen tussen de f 2000,= en de f 6000,=).
Lang niet altijd beoefent de oudste zoon hetzelfde beroep als zijn vader. Vaak is de vader nog te jong om zijn bedrijf aan de oudste zoon over te doen. Maarten is dan ook niet net als zijn vader schoenmaker geworden. Hij wordt bouwman, wat wil zeggen dat hij als landbouwer of boer de kost verdient.
Hij vestigde zich om zelfstandig te zijn als boer, in de heerlijkheid Zand Ambacht, die toen overigens nog onder de gemeente 's-Gravenzande viel.
Bij de doop van meerdere kinderen wordt gesproken over 'geboren in of aan de Opstal'. Dat gebied lag ten noorden van de huidige Opstalweg en het grensde aan of liep door in de huidige Hoge Geest en daarboven de Baakwoning. Dat dit sinds diens huwelijksdatum moet zijn geweest valt af te leiden aan het feit dat alle kinderen daar geboren zijn. Maar omdat dit gebied zo gevoelsmatig bij Naaldwijk hoorde, werd dikwijls vermeld 'geboren te Naaldwijk', begrijpelijk maar onjuist. Op zijn beurt zijn de zonen van Maarten van den Ende uitgewaaierd naar eigen bedrijven waarvan er een, Pieter geheten, de boerderij aan de Woertlaen weer in bezit kreeg.
Vanaf zijn huwelijk in 1737 tot zijn dood huurt hij van de rentmeester van de Nassause Domeinen een woning in het Opstal en ruim 33 morgen wei-, hooi- en teelland in het Opstal, Naaldwijk en Zandambacht.
Na zijn dood neemt zijn weduwe de huur over. In 1775 woont zij nog steeds in het Opstal. Dat blijkt uit een verklaring uit 1775 van haar schoonzoon Ary Pieterszn. Hofstede, waarin staat dat hij haar f 2200,= schuldig is.
Maarten en Ariaentge krijgen niet minder dan twaalf kinderen; ook voor die tijd bijzonder veel. Wel is er een aantal van hen heel jong gestorven, wat niet zo vreemd is, want de kindersterfte is in de achttiende eeuw nog zeer hoog. Hun kinderen zijn;.
1. Maria, geboren in Naaldwijk en op 22 januari 1738 gedoopt in Loosduinen. Zij huwt in Naaldwijk op 26 april 1761 met Ary Pieterszn. Hofstede. Negen kinderen krijgen zij, waaronder een tweeling.
2. Catharina, geboren in Naaldwijk en gedoopt in Monster op 30 maart 1740. Zij huwt op 23 oktober 1774 in Naaldwijk met Pieter Pieterszn. Kocks, die in Wateringen geboren is. Pieter Kocks is hoogstwaarschijnlijk van beroep broodbakker. Dat blijkt uit de publieke verkoop van zijn bakkerij in 1796.
3. Adrianus, geboren in Naaldwijk en gedoopt in Monster op 22 november 1742. Hij huwt op 7 mei 1775 in Maasland met Jannetje van der Drift. Bij zijn huwelijk verklaart hij te behoren tot de derde klasse van f 6,=. Dat betekent dat hij op dat moment een bezit heeft tussen de f 2000,= en f 6000,=. Hij overlijdt op 22 mei 1817 in Naaldwijk. Uit het testament blijkt dat Arij en Jannetje geen kinderen hebben.
4. Pieter, geboren in Naaldwijk en gedoopt in Monster op 7 november 1744. Omdat het volgende kind ook Pieter heet, zal dit kind vroeg overleden zijn.
5. Pieter, geboren in Naaldwijk (het Opstal) en gedoopt in Monster op 21 januari 1746. Hij trouwt op 1 maart 1772 in Naaldwijk met Aaltje Willemsdr. Kester uit Zandambacht. Zij krijgen drie kinderen. In 1775 wonen zij op de 'Boswoning' van het Huis van Honselersdijk. Pieter overlijdt op 4 juni 1797 en wordt op 8 juni op het kerkhof van Naaldwijk begraven. Volgens het testament woont het echtpaar dan niet meer op de 'Boswoning', maar op de 'Hoeve Kostverloren' aan de Groeneweg in Naaldwijk tegen de Maasdijk. Aaltje overlijdt op 19 januari 1824 .
6. Hubertus, geboren in Naaldwijk en gedoopt in Monster op 30 september 1747.
7. Cornelis, geboren in Naaldwijk en gedoopt in Monster op 27 oktober 1749. Ook hij zal heel jong overleden zijn, want het eerstvolgende jongetje dat na hem geboren wordt, heet ook Cornelis.
8. Catharina, gedoopt in Monster op 5 februari 1751. Zij trouwt op 2 februari 1777 als "Clazina" met Nicolaes Kocks uit Rijswijk.
9. Cornelis, geboren in Naaldwijk en als "Comelius" gedoopt in Monster op 22 juli 1752. Hij huwt op 26 april 1778 in Naaldwijk met Ariaante Willemsdr. Kester, zijn schoonzusje. Zij krijgen vier kinderen. Cornelis overlijdt al in 1786. Ariaantje hertrouwt op 30 maart 1788 met de weduwnaar Pieter Sprinkhuysen uit Naaldwijk. Zijzelf woont dan op de 'Baakwoning' in Monster. Uit dit huwelijk is in ieder geval nog n kind geboren: Adriana, gedoopt op 27 januari 1789.
10. Cornelia, gedoopt in Monster op 18 augustus 1753.
11. Nicolaas, gedoopt in Monster op 27 maart 1755.
12. Marijtje, gedoopt in Monster op 17 mei 1760.
Deze laatste drie kinderen lijken alle drie jong gestorven te zijn. Op 22 maart 1763 krijgt Maarten de laatste sacramenten, het sacrament van de stervenden (Extremis Muniti), toegediend. Op 4 april 1763 is hij overleden. Ariaentge overlijdt op 3 september 1792 in Kethel.
Maarten en zijn kinderen komen we nog een paar keer in de archieven tegen. Zo is hij in begin september 1740 ziek. De toestand laat zich kennelijk ernstig aanzien want op 9 september wordt aan het ziekbed een wederzijds testament opgemaakt door twee schepenen van Honsholredijk. Als voogden van de kinderen worden benoemd Maartens broer Cornelis en van moederskant Leendert Pieterszn. van Etten, broer van Ariaentge. Gelukkig voor hem, knapt hij weer op, maar of hij een goede gezondheid heeft gehad, valt te betwijfelen. Uiteindelijk wordt hij maar 51 jaar.
In 1754 heeft Maarten van den Ende wegens verpachting van een stuk aardappelland een bedrag van f 166,= te vorderen van een zekere Leendert van der Dussen. Deze zal het bedrag betalen in zes jaarlijkse termijnen. Blijkbaar wordt er door Van der Dussen niet betaald, want op 31 december 1756 worden er in opdracht van de schuldeiser, Maarten dus, twee huisjes in Naaldwijk publiekelijk geveild. De opbrengst van de verkoop is f 900,=, wat nogal veel is in vergelijking met de schuld, maar misschien had Van der Dussen nog meer betalingsproblemen. Op 1 april 1757 wordt deze zaak tenslotte afgewikkeld.
In het Rechterlijk Archief van Naaldwijk komen we nog een vreemd verhaal tegen. Op 13 oktober 1758 getuigen enkele inwoners van Naaldwijk en Honselersdijk,waaronder Maarten van den Ende, dat zij meermalen wijn gekocht hebben van de chirurgijn Hendrik Engelbregt. Zij betaalden daarvoor zeven of acht stuivers de fles. Zo heeft Maarten in de zomer van 1756 vier morgen hooigras te velde gekocht van Jan Dusaar en bovengenoemde Hendrik Engelbregt. Om op de koop een glas te drinken spreken zij af dat Maarten vier flessen wijn zal leveren en Jan Dusaar twee. De twee flessen van Jan Dusaar worden nog diezelfde dag bij Dusaar thuis opgedronken. Een tijdje later gaat Maarten van den Ende naar het huis van Jan Dusaar om het hooi af te rekenen, maar Dusaar is dan niet thuis. Daarop besluit Maarten naar Hendrik Engelbregt te gaan, waar even later Jan Dusaar ook langs komt. Als de vier flessen wijn ter sprake komen, zegt Hendrik Engelbregt dat hij ze wel leveren kan uit eigen voorraad en nog wel voor dezelfde prijs die hijzelf ervoor betaald heeft. Aldus geschiedt en ter plekke worden drie flessen opgedronken. De vierde fles neemt Maarten mee naar huis. Hoe dit verhaal verder afloopt, is onduidelijk. Maar in het archief zitten meer van dit soort verklaringen over verkoop van wijn door Engelbregt. Blijkbaar was dit verboden en dienden de getuigenverklaringen om het bewijs van een strafbaar feit te leveren.
Ook twee zonen van Maarten komen in het Rechterlijk Archief voor. Op 27 juni 1766 leggen Arie van den Ende en zijn broer Pieter, beide wonend in het Opstal, een verklaring af voor de schepenen van Naaldwijk. Dit gebeurt op verzoek van de rentmeester van de Nassause Domeinen. In augustus 1765 is Pieter aan het stekels (distels) uitsteken op het land van Zijne Hoogheid de Koning van Pruisen. Dit land wordt, zoals we al gezien hebben, via de Nassause Domeinen gehuurd door zijn moeder, de weduwe van Maarten van den Ende. Op een gegeven moment komt Dirk Valstar, de zoon van de buurman, vragen of hij de scheidingssloot tussen het land van zijn vader en het land van de Nassause Domeinen wat mag uitdiepen, omdat de koeien er steeds overheen komen en in de tuin van zijn vader lopen. Daarop antwoordt Pieter: "Ja, jij mag het wel wat opgooien ". Later hebben de beide broers geconstateerd dat de sloot drie voet (dus bijna een meter) is verbreed en dat dit volledig ten koste is gegaan van het land van Zijne Hoogheid. De versmalling van de sloot was echter juist ontstaan door bomen aan de kant van Valstar. Ook hebben de broers nog gezien dat in februari houtgewas op het land van Zijne Hoogheid door de.
zoons van Valstar voor een gedeelte is gerooid, gehakt en geknot. Een paar dagen daarna is dat hout door een zekere Arij van Dop op drie boerenwagens naar het erf van Valstar gebracht en daar afgeladen. Verder hebben zij nog gezien dat de zoons van Valstar op 8 maart enig houtgewas hebben gerooid en dat dichter bij de scheidingssloot weer hebben ingeplant. Hoe deze kwestie uiteindelijk is afgelopen, is niet bekend.
In november 1804 laat de weduwe van Pieter van den Ende, Aaltje Willemsdochter van Kester een testament maken bij notaris Gijsbertus van Hasselt in Delft. Interessant is dat daar ook een inventaris bij zit van alle roerende en onroerende goederen met hun getaxeerde waarde. Deze inventaris geeft een goed beeld van hoe een boerderij in Delfland er rond 1800 uitzag. De boerderijen van Pieters vader, Maarten, zijn broer Cornelis en zijn neven (oomzeggers) Adrianus en Cornelis zullen niet wezenlijk anders van opzet en inrichting geweest zijn.
Aan onroerende goederen bezitten Pieter en Aaltje:.
- een huis en een tuinland in Wateringen, groot n morgen en vierhonderd roeden. Het geheel is voor f 180,= per jaar verhuurd aan Ary de Munink.
- een stuk tuinland in Wateringen, groot twee morgen en vierhonderd roeden. Schoonzoon Ary Bruggeling huurt dit voor f 125,= per jaar. Samen wordt dit land getaxeerd op f 5500,=.
- een stuk teelland, groot vijf morgen en vijfhonderd roeden in Naaldwijk, dat voor f 130,= per jaar verhuurd wordt aan Ary de Munink. Getaxeerd op f 3600,=. Waarom de 'Hoeve Kostverloren' hier niet bij staat is niet duidelijk, maar mogelijk wordt deze door hen gepacht.
Verder hebben zij een aantal Schuld- en Hypotheekbrieven uitstaan:.
- ten laste van C. van Dijk f 2500,= 3%,.
- ten laste van C.van Vugt f 500,= 3%,.
- ten laste van Ary Hofstede f 700,= 3%,.
- ten laste van Frans van Hees f 500,= 3%,.
- ten laste van Klaas Kok f 2000,= 3%.
Aan obligaties hebben zij:.
- ten laste van de "Rooms Catholieke Kerk" te Naaldwijk f 1000,= 3%,.
- als vooren f 200,= 3%,.
- ten laste van Pieter Sprenkhuizen f 2000,= 3%,.
- ten laste van Michael van Paassen f 1000,= 4%,.
- ten laste van Joris Koppert f 1000,= 4%,.
- ten laste van Willem v.d. Drift f 2600,= 3%,.
- ten laste van Cornelia v.d. Maarel f 1600,= 3%,.
- ten laste van Joost van Dijk f 600,= 4%,.
- ten laste van Barend Kaeyman f 2000,= 4%,.
- ten laste van Ary Bruggeling f 600,= zonder interest.
Dan staat er iets merkwaardigs: gezien de geringe rente en de omstandigheden van sommige debiteuren zijn deze brieven niet veel waard. Voor de verdeling van de boedel worden zij pro memorie geraamd! Toch proberen mensen in de zeventiende en achttiende eeuw op deze wijze, -door aankoop van onroerend goed en door het uitgeven van schuldbrieven-, hun vermogen veilig te stellen. We hebben dit ook al zien doen door o.a. Annetge van Vliet, Arij en Maarten van den Ende.
Aan "Leevende Waar" bezitten Pieter en Aaltje:.
- elf melk- en tien vaerskoeien, tesamen getaxeerd op f 1260,=.
- vier hokkelingen (een hokkeling is een njarig kalf).
en drie kalveren f 88,=.
- tien mestkalveren f 60,=.
- elf paarden f 440,=.
- dertig hoenders f 9,=.
Volgens Van der Kooy, blz. 113, heeft de doorsnee Maaslandse boer in het midden van de negentiende eeuw zo'n dertig veertig koeien. Dat klopt heel aardig bij Pieter. Hij heeft wel niet zoveel melkkoeien, maar bij elkaar toch 38 kalveren en koeien. Opmerkelijk is het grote aantal paarden. Voor een melkbedrijf zijn n of twee paarden normaal. Voor een landbouwbedrijf zijn vier vijf paarden nodig. Pieter heeft dus echt veel paarden.
Aan "Bouwgereedschappen ":.
- drie wagens f 180,= - een kraan f 2,= 10 st.
- een chais (een sjees ?) f 30,= - twee roomstaaven f 7,=.
- een karn f 15,= - twee wastobben f3,=.
- twee kamvatten f 30,= - vier wateremmers f 1,= 10 st.
- vier ploegen f 32,= - vier melkemmers f 3,=.
- een zeeuwse egge f 13,= - twee spillen f 7,=.
- vier paar eggen f 24,= - een heeve f 2,= 10 st.
- een sleede en een arresleede f 5,= - een windmolen f 7,=.
- twee kruiwagens f 6,= - twee ladders f 7,=.
- een borstelwagen (?) f 2,= - een aggelen (?) f 3,=.
- twee span wagentuigen f 7,= - twee melkbakken f 0,= 6 st.
- een chaise tuig f 3,= - vijf zeeven f 7,=.
- een karretuig f 1,= 10st. - een hoekstamper (?) f 1,=.
- twee ploegtuigen f 8,= - vijftien halve hokken f 26,=.
- een kaastafel f 1,= - acht hekken f 11,=.
- een varkenstrog f 1,= - twee vlonders f 7,=.
- een harp (een soort zeef) f 1,= 10st. - een partij grampels (een.
- een hooygraaf (een soort grampel is de ketting.
scherpe spade om een vak uit waarmee de koeien in de.
een hooiberg te snijden) f 1,= stal vastgezet zijn) f 2,= 10 st.
- drie mestrieken f 1,= 10 st. - een partij klaaven.
- vijfhooivorken f 1,= (klaaf is het halshout) f 1,=.
- twee sloothaken f 1,= 8 st - drie rijven (een rijf is.
- twee draagvorken f 1,= 10st. een houten hark met plat.
- vijf koornvorken, drie klauwen, liggende tanden) f 0,= 10 st.
drie vlegels f 3,= - twee melkjukken f 1,= 12 st.
- tien melktesten f 1,= 5 st. - vijfmestplanken f 2,= 10 st.
- een botervloot f 1,= 10 st. - twee ragen f 1,= 10 st.
- veertig koornzakken f 16,= - twee bijlen f 0,= 16 st.
Aan "Provisin ":.
- een partij tarwe f 150,= - een partij turf en hout f 10,=.
- een partij takkenbossen f 8,= - een partij vlees en spek f 15,=.
Aan "Juwelen en Goud":.
"De juweelen mitsgaders goud en zilverwerk tot deesen boedel op het overlijden van Pieter Maartense van den Ende behoort hebbende is door de Goud en Zilversmid Jacobus van Kuyk te Delft getaxeerd op vijfhonderd twee en tachtig gulden en tien stuiver volgens een specifici lijst daarvan bij hem uitgegeven. Dus! 582 - 10.".
Aan "Meubilaire goederen en Inboedel":.
Op de hoogkamer.
- een ladetafeltje f 8,= - een bed met toebehoren f 45,=.
- een spiegel f 3,= - een lessenaar f 2,=.
- een beddepan f 1,= - acht stoelen f 6,=.
- negen schilderijen f 6,= - een tafeltje f 1,=.
- drie vakjes met porcelein f 21,= - twee stoelen met kussen f 3,=.
- twaalf porceleinen borden f 6,= - een kastje f 3,=.
- drie doosjes f 0,= 12 st. - vier blikken f 2,=.
- een kabinet en Delfsch stel f 19,=.
In de voorkeuken.
- een bed met toebehoren f 32,= - ijzerwerk en vorken f 2,=.
- een kast f 2,= - een voetebank f 1,= 16 st.
- een vak met schotels f 2,= - ijzerwerk en vorken f 3,=.
- een "glaaze vakje" f 2,= - zeventien stoelen f 3,=.
- een vakje met porcelein f 3,= - twee tafels f 1,= 10 st.
- zestien schotels f 1,= 12 st. - twee gordijnen f 0,= 6 st.
- twee schoorsteenkleden f 1,= - een klok f 5,= 10 st.
- twee paar gordijnen f 2,= - zes stooven f 0,= 8 st.
- een voetebank f 1,= 16 st. - een zwavelbak f 0,= 2 st.
In de knechtskamer.
- twee bedden met toebehoren f 26,= - een bank f 0,= 3 st.
- twee paar gordijnen f 1,= 16 st.
In de meydekamer.
- een bed met toebehoren f 14,= - een paar gordijnen f 0,= 12 st.
In het zomerhuis.
- een vak met schotels f 2,= - een spiegel f 0,= 10 st.
- een schoorsteenkleed f 0,= 3 st. - een koffijmolen f 2,=.
- een partij aardewerk f 3,= - twee lepelvakjes f 0,= 14 st.
Op de zolder.
- een bed met toebehoren f 12,= - twee tafeltjes f 1,= 10 st.
- een kamergemak f 0,= 4 st. - twee tafelkleedjes f 0,= 12 st.
- twee lepelvakken f 0,= 4 st.
Het lijkt er op dat er n meid is en twee knechten, gezien het aantal bedden. Wel is er op zolder ook nog een bed, maar op zolder sliep fnog een knecht ftijdelijk personeel, zoals bijvoorbeeld in de hooitijd een Brabantse of Duitse maaier. Wat dat betreft zijn Pieter en Aaltje misschien wat be- scheiden, want meestal hebben de boerderijen, in ieder geval in Maasland, minimaal twee knechten en twee meiden.
Aan "Kooper-, tin en ijzerwerk":.
- een melkketel f 6,= - een ijzeren pot f 0,= 6 st.
- een kookketel f 5,= 10 st. - een tinnen bierkan f 0,= 18 st.
- een dito deksel f 3,= - twee kandelaars f 0,= 12 st.
- een dito deksel f 3,= - een deconfois (?) f 0,= 3 st.
- een dito deksel f 4,= - drie theebusjes f 0,= 6 st.
- een pandeksel f 1,= - een tinnen kom f 0,= 6 st.
- een theeketel f 2,= - 24 dito lepeltjes en.
tien dito kleiner f 1,= 8 st.
- een dito f 1,= - twee dito trekpotten f 0,= 9 st.
- een dito f 0,= 12 st. - een peperdoos en meer f 0,= 5 st.
- een schenkketel f 1,= 4 st. - een rasp en beker f 0,= 5 st.
- een aspot f3,= - vijftien borden f 1,= 10st.
- een koffiekan f 1,= - een suiker- en tabakspot f 0,= 6 st.
Aan "Bed- en tafellinnen ":.
- tien bedlakens f 15,= - zes kussensloopen f 3,=.
- een tafellaken, zes servetten f 6,= - twintig servetten f 6,=.
Aan "Mansklederen":.
- een mansester (sic) camizool f 8,= - een zwarte lakenrok f 3,=.
- een serge f 8,= - een cantonet (?) dito f 7,=.
- drie hemdrokken f 12,= - negen hemden f 7,= 4 st.
- een dito f 10,= - vijf paar kousen f 1,= 10 st.
- een ketting serge dito f 2,= 10 st. - een korte rok f 3,=.
- twee paar schoenen f 1,= 12 st. - twee hoeden f 2,= 10 st.
- een zware camizool, broek - vijf dassen f 2,=.
en twee onderbroeken f 9,= 18 st. - vier zakdoeken f 1,= 8 st.
Aan "Vrouwe kleede":.
- een corset f 0,= 10 st. - een zwarte japon f 3,=.
- drie borstrokken f 1,= - een zwarte rok f 2,=.
- drie schortekleeden f 2,= - twee dito f 3,= 10 st.
- negen hemden f 7,= 4 st. - een damasten dito f 4,= 10 st.
- twee paar schoenen f 1,= 8 st. - een dito f 9,=.
- drie paar kousen f 1,= 10 st. - tien zijden dito f ?.
- twee paar muilen f 1,= 2 st. - negen mantels in soorten f 45,=.
- twaalf mutsen f 6,= 16 st. - vijf schoortekleeden f 7,= 10 st.
- zes zakdoeken f 1,= 12 st. - een regenkleed f 0,= 18 st.
- zes halsdoeken f 3,= 11 st. - vijf wollen rokken f 5,=.
- vier hoeden f 5,= - twee schoudermantels f 7,=.
- vier kerkboeken waarvan twee - twee gestreepte rokken f 3,= 10 st.
met slotjes f 6,= - twee keurslijven f 5,= 10 st.
Over de kleren van Aaltje kan nog opgemerkt worden, dat zij, ook in vergelijking, goed voorzien is. Zij heeft niet minder dan 22 rokken en 9 mantels. In een bepaald opzicht is zij nog ouderwets: zij draagt geen onderbroek. In een ander opzicht is zij modern: zij heeft een corset en twee keurslijven. Rijke vrouwen in de stad (bijvoorbeeld Delft) gaan in het laatste kwart van de achttiende eeuw onderbroeken dragen. Pas in de loop van de negentiende eeuw wordt dat gemeengoed. Hetzelfde patroon zien we met het corset en de keurslijven.Wat de "contante penningen" betreft wordt opgemerkt dat deze niet eens de kosten van de begrafe- nis van Pieter kunnen dekken. Een begrafenis in die tijd kan ongelooflijk veel kosten, zeker bij een rijker iemand. Er zijn rekeningen bekend o.a. ook uit Maasland waaruit blijkt dat er wel f 200,= wordt uitgegeven voor een begrafenis van een boer. Ter vergelijking, een ambachtsman verdient f 300,= per jaar! Het bezit van Pieter van den Ende en Aaltje van Kester wordt tenslotte vastgesteld op f 31.558,= en twaalf stuivers en daarmee behoren zij tot de hoogste welvaartsklasse.

Uit dit huwelijk 12 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria~1738 Zandambacht 1806 Naaldwijk [zh] 68
Catharina~1740 Zandambacht 1805 Wateringen [zh] 65
Adrianus~1742 Naaldwijk [zh] 1817 Naaldwijk [zh] 74
Pieter~1744 Monster [zh] 1745 Naaldwijk [zh] 0
Pieter~1746 Zandambacht 1797 Naaldwijk [zh] 51
Hubertus~1747 Zandambacht 1824 Maasland [zh] 7610 
Cornelis~1749 Naaldwijk [zh] 1750 Naaldwijk [zh] 0
Clazina~1751 Zandambacht 1821 Kethel [zh] 69
Corneli(u)s~1752 Naaldwijk [zh] 1786 's-Gravenzande [zh] 34
10 Cornelia~1753 Naaldwijk [zh] 1753 Monster [zh] 0
11 Nicolaas~1755 Monster [zh] 1755 Monster [zh] 0
12 Marijtje~1760 Naaldwijk [zh] 1760 Naaldwijk [zh] 0


Ariaantje Pieterse van Etten
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Ariaantje Pieterse van Etten, geb. te Maasland [zh] circa 1715, ovl. (ongeveer 77 jaar oud) te Kethel [zh] op 3 sep 1792.

otr. te Naaldwijk [zh] op 15 feb 1737, tr. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 25 jaar oud) te Maasland [zh] op 3 mrt 1737
met

Martinus Adrianus van den Ende, zn. van Adrianus van den Ende (zelfstandig schoenmaker) en Marietje Cornelisdr. van Marckenburgh, geb. te Monster [zh], ged. Rooms Katholiek te Loosduinen [zh] op 12 jan 1712, ovl. (ongeveer 51 jaar oud) te Monster [zh] op 4 apr 1763, begr. te Monster [zh] op 9 apr 1763.
Martinus Adrianus van den Ende is het oudste kind van Ary van den Ende en Marietje Marckenburgh. Hij wordt in de rooms-katholieke kerk van Loosduinen gedoopt op 12 januari 1712. Hij zal dus een dag of een paar dagen daarvoor geboren zijn. Op 3 maart 1737 huwt Maarten Arienzn. van den Ende, zoals hij meestal in de stukken voorkomt, met Ariaentge Pietersdr. van Etten uit Maasland. Op 15 februari daaraan voorafgaand zijn zij in ondertrouw gegaan:.
"Op den 15e Februari 1737 zijn door Joost van Adrichem en Pieter van den Velde Welgeboren mannen van Naaldwijk in wettige ondertrouw opgenomen Maarten Aryens van den Enden J.M. van Naaltwijk met Aryaantje van Etten J.D. van Maaslant. Verzoekende dat haar drie proclamatien behoorlijk plaats mogen hebben".
Ariaentge is in 1715 in Maasland geboren. De exacte datum is (nog) niet bekend.
In het gaardersboek (een gaarder is een belastingontvanger) van Maasland staat de verklaring van Ariaante van Etten dat zij behoort tot de klasse van f 3,= :.
"Ik ondergeschrevene mij zullende begeeven ten huwelijkse staat met Maarten Arents van den Ende woonende tot Naaldwijk verklare mij selve aan te geven als gehorende onder Classis van drie gulden. get. Ariaante Pieters van Effen ".
In Holland bestaat in die tijd een belasting op welstand. De bevolking is daarvoor ingedeeld in vijf klassen. De laagste is de groep van onvennogenden; zij hoeven niets te betalen. De groep daarboven zijn de mensen die een bezit hebben van maximaal f 2000,=. Deze 'gegoeden' moeten bij een huwelijk of een begrafenis een tarief van f 3,= betalen. Tot deze categorie verklaart Ariaentge zich te behoren. Daaruit kan geconcludeerd worden dat zij enig bezit heeft, maar dat zij zeker niet rijk is. Toch hebben Maarten en Ariaentge kennelijk niet slecht geboerd, want bij Maartens dood in 1763 blijkt hij te behoren tot de klasse van f 6,= (m.a.w. hij is dan een "welgestelde" met een vermogen tussen de f 2000,= en de f 6000,=).
Lang niet altijd beoefent de oudste zoon hetzelfde beroep als zijn vader. Vaak is de vader nog te jong om zijn bedrijf aan de oudste zoon over te doen. Maarten is dan ook niet net als zijn vader schoenmaker geworden. Hij wordt bouwman, wat wil zeggen dat hij als landbouwer of boer de kost verdient.
Hij vestigde zich om zelfstandig te zijn als boer, in de heerlijkheid Zand Ambacht, die toen overigens nog onder de gemeente 's-Gravenzande viel.
Bij de doop van meerdere kinderen wordt gesproken over 'geboren in of aan de Opstal'. Dat gebied lag ten noorden van de huidige Opstalweg en het grensde aan of liep door in de huidige Hoge Geest en daarboven de Baakwoning. Dat dit sinds diens huwelijksdatum moet zijn geweest valt af te leiden aan het feit dat alle kinderen daar geboren zijn. Maar omdat dit gebied zo gevoelsmatig bij Naaldwijk hoorde, werd dikwijls vermeld 'geboren te Naaldwijk', begrijpelijk maar onjuist. Op zijn beurt zijn de zonen van Maarten van den Ende uitgewaaierd naar eigen bedrijven waarvan er een, Pieter geheten, de boerderij aan de Woertlaen weer in bezit kreeg.
Vanaf zijn huwelijk in 1737 tot zijn dood huurt hij van de rentmeester van de Nassause Domeinen een woning in het Opstal en ruim 33 morgen wei-, hooi- en teelland in het Opstal, Naaldwijk en Zandambacht.
Na zijn dood neemt zijn weduwe de huur over. In 1775 woont zij nog steeds in het Opstal. Dat blijkt uit een verklaring uit 1775 van haar schoonzoon Ary Pieterszn. Hofstede, waarin staat dat hij haar f 2200,= schuldig is.
Maarten en Ariaentge krijgen niet minder dan twaalf kinderen; ook voor die tijd bijzonder veel. Wel is er een aantal van hen heel jong gestorven, wat niet zo vreemd is, want de kindersterfte is in de achttiende eeuw nog zeer hoog. Hun kinderen zijn;.
1. Maria, geboren in Naaldwijk en op 22 januari 1738 gedoopt in Loosduinen. Zij huwt in Naaldwijk op 26 april 1761 met Ary Pieterszn. Hofstede. Negen kinderen krijgen zij, waaronder een tweeling.
2. Catharina, geboren in Naaldwijk en gedoopt in Monster op 30 maart 1740. Zij huwt op 23 oktober 1774 in Naaldwijk met Pieter Pieterszn. Kocks, die in Wateringen geboren is. Pieter Kocks is hoogstwaarschijnlijk van beroep broodbakker. Dat blijkt uit de publieke verkoop van zijn bakkerij in 1796.
3. Adrianus, geboren in Naaldwijk en gedoopt in Monster op 22 november 1742. Hij huwt op 7 mei 1775 in Maasland met Jannetje van der Drift. Bij zijn huwelijk verklaart hij te behoren tot de derde klasse van f 6,=. Dat betekent dat hij op dat moment een bezit heeft tussen de f 2000,= en f 6000,=. Hij overlijdt op 22 mei 1817 in Naaldwijk. Uit het testament blijkt dat Arij en Jannetje geen kinderen hebben.
4. Pieter, geboren in Naaldwijk en gedoopt in Monster op 7 november 1744. Omdat het volgende kind ook Pieter heet, zal dit kind vroeg overleden zijn.
5. Pieter, geboren in Naaldwijk (het Opstal) en gedoopt in Monster op 21 januari 1746. Hij trouwt op 1 maart 1772 in Naaldwijk met Aaltje Willemsdr. Kester uit Zandambacht. Zij krijgen drie kinderen. In 1775 wonen zij op de 'Boswoning' van het Huis van Honselersdijk. Pieter overlijdt op 4 juni 1797 en wordt op 8 juni op het kerkhof van Naaldwijk begraven. Volgens het testament woont het echtpaar dan niet meer op de 'Boswoning', maar op de 'Hoeve Kostverloren' aan de Groeneweg in Naaldwijk tegen de Maasdijk. Aaltje overlijdt op 19 januari 1824 .
6. Hubertus, geboren in Naaldwijk en gedoopt in Monster op 30 september 1747.
7. Cornelis, geboren in Naaldwijk en gedoopt in Monster op 27 oktober 1749. Ook hij zal heel jong overleden zijn, want het eerstvolgende jongetje dat na hem geboren wordt, heet ook Cornelis.
8. Catharina, gedoopt in Monster op 5 februari 1751. Zij trouwt op 2 februari 1777 als "Clazina" met Nicolaes Kocks uit Rijswijk.
9. Cornelis, geboren in Naaldwijk en als "Comelius" gedoopt in Monster op 22 juli 1752. Hij huwt op 26 april 1778 in Naaldwijk met Ariaante Willemsdr. Kester, zijn schoonzusje. Zij krijgen vier kinderen. Cornelis overlijdt al in 1786. Ariaantje hertrouwt op 30 maart 1788 met de weduwnaar Pieter Sprinkhuysen uit Naaldwijk. Zijzelf woont dan op de 'Baakwoning' in Monster. Uit dit huwelijk is in ieder geval nog n kind geboren: Adriana, gedoopt op 27 januari 1789.
10. Cornelia, gedoopt in Monster op 18 augustus 1753.
11. Nicolaas, gedoopt in Monster op 27 maart 1755.
12. Marijtje, gedoopt in Monster op 17 mei 1760.
Deze laatste drie kinderen lijken alle drie jong gestorven te zijn. Op 22 maart 1763 krijgt Maarten de laatste sacramenten, het sacrament van de stervenden (Extremis Muniti), toegediend. Op 4 april 1763 is hij overleden. Ariaentge overlijdt op 3 september 1792 in Kethel.
Maarten en zijn kinderen komen we nog een paar keer in de archieven tegen. Zo is hij in begin september 1740 ziek. De toestand laat zich kennelijk ernstig aanzien want op 9 september wordt aan het ziekbed een wederzijds testament opgemaakt door twee schepenen van Honsholredijk. Als voogden van de kinderen worden benoemd Maartens broer Cornelis en van moederskant Leendert Pieterszn. van Etten, broer van Ariaentge. Gelukkig voor hem, knapt hij weer op, maar of hij een goede gezondheid heeft gehad, valt te betwijfelen. Uiteindelijk wordt hij maar 51 jaar.
In 1754 heeft Maarten van den Ende wegens verpachting van een stuk aardappelland een bedrag van f 166,= te vorderen van een zekere Leendert van der Dussen. Deze zal het bedrag betalen in zes jaarlijkse termijnen. Blijkbaar wordt er door Van der Dussen niet betaald, want op 31 december 1756 worden er in opdracht van de schuldeiser, Maarten dus, twee huisjes in Naaldwijk publiekelijk geveild. De opbrengst van de verkoop is f 900,=, wat nogal veel is in vergelijking met de schuld, maar misschien had Van der Dussen nog meer betalingsproblemen. Op 1 april 1757 wordt deze zaak tenslotte afgewikkeld.
In het Rechterlijk Archief van Naaldwijk komen we nog een vreemd verhaal tegen. Op 13 oktober 1758 getuigen enkele inwoners van Naaldwijk en Honselersdijk,waaronder Maarten van den Ende, dat zij meermalen wijn gekocht hebben van de chirurgijn Hendrik Engelbregt. Zij betaalden daarvoor zeven of acht stuivers de fles. Zo heeft Maarten in de zomer van 1756 vier morgen hooigras te velde gekocht van Jan Dusaar en bovengenoemde Hendrik Engelbregt. Om op de koop een glas te drinken spreken zij af dat Maarten vier flessen wijn zal leveren en Jan Dusaar twee. De twee flessen van Jan Dusaar worden nog diezelfde dag bij Dusaar thuis opgedronken. Een tijdje later gaat Maarten van den Ende naar het huis van Jan Dusaar om het hooi af te rekenen, maar Dusaar is dan niet thuis. Daarop besluit Maarten naar Hendrik Engelbregt te gaan, waar even later Jan Dusaar ook langs komt. Als de vier flessen wijn ter sprake komen, zegt Hendrik Engelbregt dat hij ze wel leveren kan uit eigen voorraad en nog wel voor dezelfde prijs die hijzelf ervoor betaald heeft. Aldus geschiedt en ter plekke worden drie flessen opgedronken. De vierde fles neemt Maarten mee naar huis. Hoe dit verhaal verder afloopt, is onduidelijk. Maar in het archief zitten meer van dit soort verklaringen over verkoop van wijn door Engelbregt. Blijkbaar was dit verboden en dienden de getuigenverklaringen om het bewijs van een strafbaar feit te leveren.
Ook twee zonen van Maarten komen in het Rechterlijk Archief voor. Op 27 juni 1766 leggen Arie van den Ende en zijn broer Pieter, beide wonend in het Opstal, een verklaring af voor de schepenen van Naaldwijk. Dit gebeurt op verzoek van de rentmeester van de Nassause Domeinen. In augustus 1765 is Pieter aan het stekels (distels) uitsteken op het land van Zijne Hoogheid de Koning van Pruisen. Dit land wordt, zoals we al gezien hebben, via de Nassause Domeinen gehuurd door zijn moeder, de weduwe van Maarten van den Ende. Op een gegeven moment komt Dirk Valstar, de zoon van de buurman, vragen of hij de scheidingssloot tussen het land van zijn vader en het land van de Nassause Domeinen wat mag uitdiepen, omdat de koeien er steeds overheen komen en in de tuin van zijn vader lopen. Daarop antwoordt Pieter: "Ja, jij mag het wel wat opgooien ". Later hebben de beide broers geconstateerd dat de sloot drie voet (dus bijna een meter) is verbreed en dat dit volledig ten koste is gegaan van het land van Zijne Hoogheid. De versmalling van de sloot was echter juist ontstaan door bomen aan de kant van Valstar. Ook hebben de broers nog gezien dat in februari houtgewas op het land van Zijne Hoogheid door de.
zoons van Valstar voor een gedeelte is gerooid, gehakt en geknot. Een paar dagen daarna is dat hout door een zekere Arij van Dop op drie boerenwagens naar het erf van Valstar gebracht en daar afgeladen. Verder hebben zij nog gezien dat de zoons van Valstar op 8 maart enig houtgewas hebben gerooid en dat dichter bij de scheidingssloot weer hebben ingeplant. Hoe deze kwestie uiteindelijk is afgelopen, is niet bekend.
In november 1804 laat de weduwe van Pieter van den Ende, Aaltje Willemsdochter van Kester een testament maken bij notaris Gijsbertus van Hasselt in Delft. Interessant is dat daar ook een inventaris bij zit van alle roerende en onroerende goederen met hun getaxeerde waarde. Deze inventaris geeft een goed beeld van hoe een boerderij in Delfland er rond 1800 uitzag. De boerderijen van Pieters vader, Maarten, zijn broer Cornelis en zijn neven (oomzeggers) Adrianus en Cornelis zullen niet wezenlijk anders van opzet en inrichting geweest zijn.
Aan onroerende goederen bezitten Pieter en Aaltje:.
- een huis en een tuinland in Wateringen, groot n morgen en vierhonderd roeden. Het geheel is voor f 180,= per jaar verhuurd aan Ary de Munink.
- een stuk tuinland in Wateringen, groot twee morgen en vierhonderd roeden. Schoonzoon Ary Bruggeling huurt dit voor f 125,= per jaar. Samen wordt dit land getaxeerd op f 5500,=.
- een stuk teelland, groot vijf morgen en vijfhonderd roeden in Naaldwijk, dat voor f 130,= per jaar verhuurd wordt aan Ary de Munink. Getaxeerd op f 3600,=. Waarom de 'Hoeve Kostverloren' hier niet bij staat is niet duidelijk, maar mogelijk wordt deze door hen gepacht.
Verder hebben zij een aantal Schuld- en Hypotheekbrieven uitstaan:.
- ten laste van C. van Dijk f 2500,= 3%,.
- ten laste van C.van Vugt f 500,= 3%,.
- ten laste van Ary Hofstede f 700,= 3%,.
- ten laste van Frans van Hees f 500,= 3%,.
- ten laste van Klaas Kok f 2000,= 3%.
Aan obligaties hebben zij:.
- ten laste van de "Rooms Catholieke Kerk" te Naaldwijk f 1000,= 3%,.
- als vooren f 200,= 3%,.
- ten laste van Pieter Sprenkhuizen f 2000,= 3%,.
- ten laste van Michael van Paassen f 1000,= 4%,.
- ten laste van Joris Koppert f 1000,= 4%,.
- ten laste van Willem v.d. Drift f 2600,= 3%,.
- ten laste van Cornelia v.d. Maarel f 1600,= 3%,.
- ten laste van Joost van Dijk f 600,= 4%,.
- ten laste van Barend Kaeyman f 2000,= 4%,.
- ten laste van Ary Bruggeling f 600,= zonder interest.
Dan staat er iets merkwaardigs: gezien de geringe rente en de omstandigheden van sommige debiteuren zijn deze brieven niet veel waard. Voor de verdeling van de boedel worden zij pro memorie geraamd! Toch proberen mensen in de zeventiende en achttiende eeuw op deze wijze, -door aankoop van onroerend goed en door het uitgeven van schuldbrieven-, hun vermogen veilig te stellen. We hebben dit ook al zien doen door o.a. Annetge van Vliet, Arij en Maarten van den Ende.
Aan "Leevende Waar" bezitten Pieter en Aaltje:.
- elf melk- en tien vaerskoeien, tesamen getaxeerd op f 1260,=.
- vier hokkelingen (een hokkeling is een njarig kalf).
en drie kalveren f 88,=.
- tien mestkalveren f 60,=.
- elf paarden f 440,=.
- dertig hoenders f 9,=.
Volgens Van der Kooy, blz. 113, heeft de doorsnee Maaslandse boer in het midden van de negentiende eeuw zo'n dertig veertig koeien. Dat klopt heel aardig bij Pieter. Hij heeft wel niet zoveel melkkoeien, maar bij elkaar toch 38 kalveren en koeien. Opmerkelijk is het grote aantal paarden. Voor een melkbedrijf zijn n of twee paarden normaal. Voor een landbouwbedrijf zijn vier vijf paarden nodig. Pieter heeft dus echt veel paarden.
Aan "Bouwgereedschappen ":.
- drie wagens f 180,= - een kraan f 2,= 10 st.
- een chais (een sjees ?) f 30,= - twee roomstaaven f 7,=.
- een karn f 15,= - twee wastobben f3,=.
- twee kamvatten f 30,= - vier wateremmers f 1,= 10 st.
- vier ploegen f 32,= - vier melkemmers f 3,=.
- een zeeuwse egge f 13,= - twee spillen f 7,=.
- vier paar eggen f 24,= - een heeve f 2,= 10 st.
- een sleede en een arresleede f 5,= - een windmolen f 7,=.
- twee kruiwagens f 6,= - twee ladders f 7,=.
- een borstelwagen (?) f 2,= - een aggelen (?) f 3,=.
- twee span wagentuigen f 7,= - twee melkbakken f 0,= 6 st.
- een chaise tuig f 3,= - vijf zeeven f 7,=.
- een karretuig f 1,= 10st. - een hoekstamper (?) f 1,=.
- twee ploegtuigen f 8,= - vijftien halve hokken f 26,=.
- een kaastafel f 1,= - acht hekken f 11,=.
- een varkenstrog f 1,= - twee vlonders f 7,=.
- een harp (een soort zeef) f 1,= 10st. - een partij grampels (een.
- een hooygraaf (een soort grampel is de ketting.
scherpe spade om een vak uit waarmee de koeien in de.
een hooiberg te snijden) f 1,= stal vastgezet zijn) f 2,= 10 st.
- drie mestrieken f 1,= 10 st. - een partij klaaven.
- vijfhooivorken f 1,= (klaaf is het halshout) f 1,=.
- twee sloothaken f 1,= 8 st - drie rijven (een rijf is.
- twee draagvorken f 1,= 10st. een houten hark met plat.
- vijf koornvorken, drie klauwen, liggende tanden) f 0,= 10 st.
drie vlegels f 3,= - twee melkjukken f 1,= 12 st.
- tien melktesten f 1,= 5 st. - vijfmestplanken f 2,= 10 st.
- een botervloot f 1,= 10 st. - twee ragen f 1,= 10 st.
- veertig koornzakken f 16,= - twee bijlen f 0,= 16 st.
Aan "Provisin ":.
- een partij tarwe f 150,= - een partij turf en hout f 10,=.
- een partij takkenbossen f 8,= - een partij vlees en spek f 15,=.
Aan "Juwelen en Goud":.
"De juweelen mitsgaders goud en zilverwerk tot deesen boedel op het overlijden van Pieter Maartense van den Ende behoort hebbende is door de Goud en Zilversmid Jacobus van Kuyk te Delft getaxeerd op vijfhonderd twee en tachtig gulden en tien stuiver volgens een specifici lijst daarvan bij hem uitgegeven. Dus! 582 - 10.".
Aan "Meubilaire goederen en Inboedel":.
Op de hoogkamer.
- een ladetafeltje f 8,= - een bed met toebehoren f 45,=.
- een spiegel f 3,= - een lessenaar f 2,=.
- een beddepan f 1,= - acht stoelen f 6,=.
- negen schilderijen f 6,= - een tafeltje f 1,=.
- drie vakjes met porcelein f 21,= - twee stoelen met kussen f 3,=.
- twaalf porceleinen borden f 6,= - een kastje f 3,=.
- drie doosjes f 0,= 12 st. - vier blikken f 2,=.
- een kabinet en Delfsch stel f 19,=.
In de voorkeuken.
- een bed met toebehoren f 32,= - ijzerwerk en vorken f 2,=.
- een kast f 2,= - een voetebank f 1,= 16 st.
- een vak met schotels f 2,= - ijzerwerk en vorken f 3,=.
- een "glaaze vakje" f 2,= - zeventien stoelen f 3,=.
- een vakje met porcelein f 3,= - twee tafels f 1,= 10 st.
- zestien schotels f 1,= 12 st. - twee gordijnen f 0,= 6 st.
- twee schoorsteenkleden f 1,= - een klok f 5,= 10 st.
- twee paar gordijnen f 2,= - zes stooven f 0,= 8 st.
- een voetebank f 1,= 16 st. - een zwavelbak f 0,= 2 st.
In de knechtskamer.
- twee bedden met toebehoren f 26,= - een bank f 0,= 3 st.
- twee paar gordijnen f 1,= 16 st.
In de meydekamer.
- een bed met toebehoren f 14,= - een paar gordijnen f 0,= 12 st.
In het zomerhuis.
- een vak met schotels f 2,= - een spiegel f 0,= 10 st.
- een schoorsteenkleed f 0,= 3 st. - een koffijmolen f 2,=.
- een partij aardewerk f 3,= - twee lepelvakjes f 0,= 14 st.
Op de zolder.
- een bed met toebehoren f 12,= - twee tafeltjes f 1,= 10 st.
- een kamergemak f 0,= 4 st. - twee tafelkleedjes f 0,= 12 st.
- twee lepelvakken f 0,= 4 st.
Het lijkt er op dat er n meid is en twee knechten, gezien het aantal bedden. Wel is er op zolder ook nog een bed, maar op zolder sliep fnog een knecht ftijdelijk personeel, zoals bijvoorbeeld in de hooitijd een Brabantse of Duitse maaier. Wat dat betreft zijn Pieter en Aaltje misschien wat be- scheiden, want meestal hebben de boerderijen, in ieder geval in Maasland, minimaal twee knechten en twee meiden.
Aan "Kooper-, tin en ijzerwerk":.
- een melkketel f 6,= - een ijzeren pot f 0,= 6 st.
- een kookketel f 5,= 10 st. - een tinnen bierkan f 0,= 18 st.
- een dito deksel f 3,= - twee kandelaars f 0,= 12 st.
- een dito deksel f 3,= - een deconfois (?) f 0,= 3 st.
- een dito deksel f 4,= - drie theebusjes f 0,= 6 st.
- een pandeksel f 1,= - een tinnen kom f 0,= 6 st.
- een theeketel f 2,= - 24 dito lepeltjes en.
tien dito kleiner f 1,= 8 st.
- een dito f 1,= - twee dito trekpotten f 0,= 9 st.
- een dito f 0,= 12 st. - een peperdoos en meer f 0,= 5 st.
- een schenkketel f 1,= 4 st. - een rasp en beker f 0,= 5 st.
- een aspot f3,= - vijftien borden f 1,= 10st.
- een koffiekan f 1,= - een suiker- en tabakspot f 0,= 6 st.
Aan "Bed- en tafellinnen ":.
- tien bedlakens f 15,= - zes kussensloopen f 3,=.
- een tafellaken, zes servetten f 6,= - twintig servetten f 6,=.
Aan "Mansklederen":.
- een mansester (sic) camizool f 8,= - een zwarte lakenrok f 3,=.
- een serge f 8,= - een cantonet (?) dito f 7,=.
- drie hemdrokken f 12,= - negen hemden f 7,= 4 st.
- een dito f 10,= - vijf paar kousen f 1,= 10 st.
- een ketting serge dito f 2,= 10 st. - een korte rok f 3,=.
- twee paar schoenen f 1,= 12 st. - twee hoeden f 2,= 10 st.
- een zware camizool, broek - vijf dassen f 2,=.
en twee onderbroeken f 9,= 18 st. - vier zakdoeken f 1,= 8 st.
Aan "Vrouwe kleede":.
- een corset f 0,= 10 st. - een zwarte japon f 3,=.
- drie borstrokken f 1,= - een zwarte rok f 2,=.
- drie schortekleeden f 2,= - twee dito f 3,= 10 st.
- negen hemden f 7,= 4 st. - een damasten dito f 4,= 10 st.
- twee paar schoenen f 1,= 8 st. - een dito f 9,=.
- drie paar kousen f 1,= 10 st. - tien zijden dito f ?.
- twee paar muilen f 1,= 2 st. - negen mantels in soorten f 45,=.
- twaalf mutsen f 6,= 16 st. - vijf schoortekleeden f 7,= 10 st.
- zes zakdoeken f 1,= 12 st. - een regenkleed f 0,= 18 st.
- zes halsdoeken f 3,= 11 st. - vijf wollen rokken f 5,=.
- vier hoeden f 5,= - twee schoudermantels f 7,=.
- vier kerkboeken waarvan twee - twee gestreepte rokken f 3,= 10 st.
met slotjes f 6,= - twee keurslijven f 5,= 10 st.
Over de kleren van Aaltje kan nog opgemerkt worden, dat zij, ook in vergelijking, goed voorzien is. Zij heeft niet minder dan 22 rokken en 9 mantels. In een bepaald opzicht is zij nog ouderwets: zij draagt geen onderbroek. In een ander opzicht is zij modern: zij heeft een corset en twee keurslijven. Rijke vrouwen in de stad (bijvoorbeeld Delft) gaan in het laatste kwart van de achttiende eeuw onderbroeken dragen. Pas in de loop van de negentiende eeuw wordt dat gemeengoed. Hetzelfde patroon zien we met het corset en de keurslijven.Wat de "contante penningen" betreft wordt opgemerkt dat deze niet eens de kosten van de begrafe- nis van Pieter kunnen dekken. Een begrafenis in die tijd kan ongelooflijk veel kosten, zeker bij een rijker iemand. Er zijn rekeningen bekend o.a. ook uit Maasland waaruit blijkt dat er wel f 200,= wordt uitgegeven voor een begrafenis van een boer. Ter vergelijking, een ambachtsman verdient f 300,= per jaar! Het bezit van Pieter van den Ende en Aaltje van Kester wordt tenslotte vastgesteld op f 31.558,= en twaalf stuivers en daarmee behoren zij tot de hoogste welvaartsklasse.

Uit dit huwelijk 12 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria~1738 Zandambacht 1806 Naaldwijk [zh] 68
Catharina~1740 Zandambacht 1805 Wateringen [zh] 65
Adrianus~1742 Naaldwijk [zh] 1817 Naaldwijk [zh] 74
Pieter~1744 Monster [zh] 1745 Naaldwijk [zh] 0
Pieter~1746 Zandambacht 1797 Naaldwijk [zh] 51
Hubertus~1747 Zandambacht 1824 Maasland [zh] 7610 
Cornelis~1749 Naaldwijk [zh] 1750 Naaldwijk [zh] 0
Clazina~1751 Zandambacht 1821 Kethel [zh] 69
Corneli(u)s~1752 Naaldwijk [zh] 1786 's-Gravenzande [zh] 34
10 Cornelia~1753 Naaldwijk [zh] 1753 Monster [zh] 0
11 Nicolaas~1755 Monster [zh] 1755 Monster [zh] 0
12 Marijtje~1760 Naaldwijk [zh] 1760 Naaldwijk [zh] 0


Willem Claasz van Kester
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Willem Claasz van Kester.

tr. te Monster [zh] op 13 nov 1740
met

Ariaantje van Veen.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aaltje*1750 Zandambacht 1824 Honselersdijk [zh] 73
Ariaantje*1753 's-Gravenzande [zh] 1808 Naaldwijk [zh] 54


Ariaantje van Veen
in
Genealogie van Cornelis van den Ende.
Kwartierstaat van Afgeschermd

Ariaantje van Veen.

tr. te Monster [zh] op 13 nov 1740
met

Willem Claasz van Kester.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aaltje*1750 Zandambacht 1824 Honselersdijk [zh] 73
Ariaantje*1753 's-Gravenzande [zh] 1808 Naaldwijk [zh] 54


Arnoldus Gerritse van Schie
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Arnoldus Gerritse (Arend) van Schie, geb. te Abtsrecht [zh] op 9 mei 1721, ged. te Abtsrecht [zh], begr. te Maasland [zh] op 31 mei 1793.

tr. (1)
met

Wilhelmina Jacobs Delfgauw.

tr. (resp. 22 en ongeveer 20 jaar oud) (2) te Schipluiden [zh] op 26 apr 1744
met

Maria Jorisdr. Suijdgeest, dr. van Joris Leendertsz Suijdgeest en Adriana Jansdr Droogh, ged. te Schipluiden [zh] op 4 mrt 1724, begr. te Schipluiden [zh] op 17 mrt 1763.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit~1747 Schipluiden [zh] 1817 Maasland [zh] 69


Maria Jorisdr. Suijdgeest
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Maria Jorisdr. Suijdgeest, ged. te Schipluiden [zh] op 4 mrt 1724, begr. te Schipluiden [zh] op 17 mrt 1763.

tr. (resp. ongeveer 20 en 22 jaar oud) te Schipluiden [zh] op 26 apr 1744
met

Arnoldus Gerritse (Arend) van Schie, zn. van Gerardus van Schie en Maria Claesdr Overgaag, geb. te Abtsrecht [zh] op 9 mei 1721, ged. te Abtsrecht [zh], begr. te Maasland [zh] op 31 mei 1793, tr. (1) met Wilhelmina Jacobs Delfgauw. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit~1747 Schipluiden [zh] 1817 Maasland [zh] 69


Cornelis Japikse Ammerlaan
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Cornelis Japikse Ammerlaan, ged. te Schipluiden [zh] op 11 jul 1713.

tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 30 jaar oud) te Schipluiden [zh] op 5 mei 1737
met

Catharina Arends Arkesteijn, dr. van Arij Maartensz. Arckesteijn en Trijntje Claasse , ged. te Schipluiden [zh] op 21 nov 1706.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bulitje~1746 Schipluiden [zh] 1814 Maasland [zh] 67


Catharina Arends Arkesteijn
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Catharina Arends Arkesteijn, ged. te Schipluiden [zh] op 21 nov 1706.

tr. (resp. ongeveer 30 en ongeveer 23 jaar oud) te Schipluiden [zh] op 5 mei 1737
met

Cornelis Japikse Ammerlaan, zn. van Jacob Andriesz. (Joost) Ammerlaan en Margarete Pieterse van der Juijst, ged. te Schipluiden [zh] op 11 jul 1713.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bulitje~1746 Schipluiden [zh] 1814 Maasland [zh] 67


Jacob (Japik) van Leeuwen
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Jacob (Japik) van Leeuwen.

relatie
met

Marijtje van Kampen.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Andries~1755 Schipluiden [zh] 1812 De Lier [zh] 56


Marijtje van Kampen
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Marijtje van Kampen.

relatie
met

Jacob (Japik) van Leeuwen.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Andries~1755 Schipluiden [zh] 1812 De Lier [zh] 56


Arij van den Bosch
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Arij van den Bosch.

tr. te Schipluiden [zh] op 23 apr 1753
met

Lena van Dijk.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marijtje~1758 Schipluiden [zh] 1812 De Lier [zh] 53


Lena van Dijk
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Lena van Dijk.

tr. te Schipluiden [zh] op 23 apr 1753
met

Arij van den Bosch.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marijtje~1758 Schipluiden [zh] 1812 De Lier [zh] 53


Cornelis Simonsz. Verdegaal
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Cornelis Simonsz. Verdegaal, geb. te Rijnsburg [zh], Bouwman.

tr. te Voorschoten [zh] op 5 mei 1705
met

Niesje Ariensdr. van Paridon, dr. van Arij Jansz. van Paridon en Aaltjen Pietersdr van der Geest, geb. te Voorschoten [zh], begr. te Rijnsburg [zh] op 14 mei 1753.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arie*1711 Rijnsburg [zh] 1777 Voorschoten [zh] 66


Niesje Ariensdr. van Paridon
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Niesje Ariensdr. van Paridon, geb. te Voorschoten [zh], begr. te Rijnsburg [zh] op 14 mei 1753.

tr. te Voorschoten [zh] op 5 mei 1705
met

Cornelis Simonsz. Verdegaal, zn. van Simon Cornelisz. Verdeger en Maartje Cornelisdr Moeijenkind, geb. te Rijnsburg [zh], Bouwman.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arie*1711 Rijnsburg [zh] 1777 Voorschoten [zh] 66


Jurriaan Pietersz. van Paridon
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Jurriaan Pietersz. van Paridon, landbouwer te Rijnsburg, ovl. in 1750.

tr. te Rijnsburg [zh] op 10 mei 1705
met

Marijtje Mouwerings van der Son, dr. van Mouwering Jansz. van der Son en Elisabeth Pietersdr Colijn, ovl. te Leiden [zh], begr. te Rijnsburg [zh] op 9 jan 1751.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lijsbeth~1713 Oegstgeest [zh] 1786 Voorschoten [zh] 72


Marijtje Mouwerings van der Son
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Marijtje Mouwerings van der Son, ovl. te Leiden [zh], begr. te Rijnsburg [zh] op 9 jan 1751.

tr. te Rijnsburg [zh] op 10 mei 1705
met

Jurriaan Pietersz. van Paridon, zn. van Pieter Joriaensz. van Paridon en Neeltje Leendertsdr Verdel, landbouwer te Rijnsburg, ovl. in 1750.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lijsbeth~1713 Oegstgeest [zh] 1786 Voorschoten [zh] 72


Maarten Claasz. van der Voort
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Maarten Claasz. van der Voort.

tr. (1) te Schipluiden [zh] op 21 dec 1746
met

Atthalie Thomasse Brouwer.
wonende te Grote Uithofspolder.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Nicolaas~1749 Monster [zh] 1836 Loosduinen [zh] 86

tr. (2)
met

Marija Cornelisdr. Kaet


Atthalie Thomasse Brouwer
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Atthalie Thomasse Brouwer.

tr. te Schipluiden [zh] op 21 dec 1746
met

Maarten Claasz. van der Voort, tr. (2) met Marija Cornelisdr. Kaet.
wonende te Grote Uithofspolder. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Nicolaas~1749 Monster [zh] 1836 Loosduinen [zh] 86


Pieter Gerritse van Kampen
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Pieter Gerritse van Kampen, geb. te Monster [zh], ged. te Monster-Ambacht [zh] op 15 aug 1717.

tr. (resp. ongeveer 31 en ongeveer 27 jaar oud) te Schipluiden [zh] op 18 mei 1749
met

Maria Willemse van Seijl, dr. van Willem Corsz. van Zijl en Ariaentje Gerrits van der Hoeven, geb. te Wateringen [zh], ged. te Monster-Ambacht [zh] op 19 dec 1721.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willemijntje~1755 Schipluiden [zh] 1816 Loosduinen [zh] 60


Maria Willemse van Seijl
in
Kwartierstaat van Afgeschermd

Maria Willemse van Seijl, geb. te Wateringen [zh], ged. te Monster-Ambacht [zh] op 19 dec 1721.

tr. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 31 jaar oud) te Schipluiden [zh] op 18 mei 1749
met

Pieter Gerritse van Kampen, zn. van Gerrit Gijsen van Kampen en Arentje Pieters Arkesteyn, geb. te Monster [zh], ged. te Monster-Ambacht [zh] op 15 aug 1717.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willemijntje~1755 Schipluiden [zh] 1816 Loosduinen [zh] 60